Deze
vis leeft in de Rio de la Plata en de Parana en vooral in de
bovenloop van de Rosario in Argentinië. Hij wordt niet langer dan
4,5 cm. In zijn natuurlijke leefomgeving legt deze soort zijn eieren
in leemachtige modder die nooit helemaal opdroogt. In aquaria kunnen
de eieren gedurende drie jaar levend worden gehouden door ze in
modder te leggen die bedekt is met een kleine hoeveelheid water.
Veel soorten van dit geslacht leven in de wateren van Zuid-Amerika,
van het noordelijk deel van Argentinië tot aan het stroomgebied van
de Amazone. De mannetjes hebben meer vinstralen in de rug- en
aarsvinnen dan de vrouwtjes; hierin verschillen ze van de soorten
van het geslacht Cynopoecilus. Tot nu toe zijn zo'n dertig soorten
van de Cynolebias bekend. Hun eieren leggen ze op de bodem. Slechts
een zevental soorten zijn populair bij de aquariumhouders.