De distelvlinder
komt vrijwel in de hele wereld voor, alleen niet in Zuid-Amerika. In Europa is
hij één van de bekendste trekvlinders. Gedurende de winter leeft hij in het
noordelijk deel van Afrika. In het voorjaar trekt hij noordwaarts Europa in,
soms tot aan Finland. Deze vlinders paren en leggen hun eitjes op distels,
brandnetels en verschillende andere plantensoorten. De rupsjes groeien snel,
verpoppen en nog voor de herfst vliegt een nieuwe generatie vlinders rond. De
meeste blijven in de buurt van hun geboortegrond, maar kunnen niet overwinteren
in de noordelijke delen van Europa en gaan dood. Een aantal echter vliegt terug
naar het gebied rond de Middellandse Zee. Daar overwinteren ze. Hun nakomelingen
zullen het voorjaar daarop weer de duizenden kilometers lange tocht ondernemen
naar Europa. De Australische vorm van deze vlinder heeft kleine blauwe vlekken
op de achtervleugels.