Deze vlinder komt
voor in de zuidelijke Verenigde Staten, Cuba, Jamaica en in Midden-Amerika tot
aan Panama. Hij wordt regelmatig gesignaleerd in gezelschap van D. plexippus,
maar is zelf geen trekvlinder. De vlinder bezoekt graag bloemen van de
zijdeplant Asclepias en van Lippia. De eitjes worden voornamelijk gelegd op
Asclepias, maar ook op andere planten. Sommige vlinders, die als rups niet van
giftige planten hebben gegeten, worden toch door rovers met rust gelaten, omdat
ze niet te onderscheiden zijn van wel giftige soortgenoten. De bruin-oranje
kleuren met de opvallende zwarte tekening worden door vlinders uit andere
families nagebootst.