Eén van de
kleurrijkste poolvolkeren behoort noch tot het Mongoolse, noch tot
de hedendaagse Europese rassen. Hun lijn van afstamming is een zeer
lange en gaat terug tot ver voor het voorgeslacht van de huidige
Europeanen. We hebben het over de Lappen.
Hoewel ze altijd worden omschreven als de bewoners van Lapland,
hebben ze eigenaardig genoeg nooit een eigen regering of een eigen
land gehad. Hun woongebied is moeilijk precies te omschrijven. Het
strekt zich uit van Noorwegen over Zweden en Finland tot aan het
schiereiland Kola in Rusland. De trek die hun rendieren ondernemen
vindt plaats over de grenzen tussen Zweden en Noorwegen heen en in
verband daarmee hebben deze twee landen een overeenkomst gesloten,
op grond waarvan de Lappen zich vrij heen en weer kunnen bewegen,
zodat ze niet in hun van oudsher traditionele bestaanswijze worden
gehinderd.
In aantal is het volk van de Lappen kleiner dan dat van de Eskimo’s
: iets meer dan 30.000. Tweederde ervan woont in het Viddagebied in
Noorwegen. Deze zogenaamde ‘Moerasvolkeren’ zijn voornamelijk zo
kleurrijk vanwege hun traditionele klederdracht : de opvallende ‘muts-van-de-vier-winden’,
hun broeken van rendiervellen, hun bij de tenen gekruld schoeisel en
de van een gordel voorziene blauwe tuniek, die met gekleurde strepen
is versierd.
Een meer passende naam is ‘rendiervolk’, want dit dier levert hen
vlees, melk en huiden om kleren en tenten te maken. Het rendier
is dan ook duizenden jaren lang de ruggengraat van hun economie
geweest. Net als de kariboes trekken ook de rendieren in
noordwaartse richting, nadat ze de winter in de bossen hebben
doorgebracht. De Lappenfamilies volgen de kudden op hun tocht en
zetten hiermee een eeuwenoude traditie verder. Ze verplaatsen zich
op ski’s (men beweert zelfs dat de Lappen ze hebben uitgevonden) of
met de rendierslee. Wanneer ze op een vaste plaats blijven, wonen ze
in tenten die van dekenstof of huiden zijn gemaakt. Elke eigenaar
snijdt zijn persoonlijk merkteken in de oren van zijn dieren, zodat
hij ze kan herkennen wanneer de kudden in de herfst terugkeren naar
de kralen in de vlakte.
Huwelijken met Noren, Finnen, Zweden en Russen zijn er de oorzaak
van dat oude gebruiken veranderen of zelfs helemaal worden
opgegeven.
|
|
|
|
|
|