Vroege zeelieden gebruikten de
zon en de sterren voor navigatie. Hiermee konden ze de breedtegraad
bepalen, maar de lengtegraaf was moeilijk te bepalen. Een manier was
het vergelijken van de tijd thuis (af te lezen op een klok) met de
tijd op de plek waar ze waren (te bepalen met de zon). Maar er
bestond geen klok die op zee werkte en nauwkeurig genoeg liep. De
regering loofde 20.000 pond uit voor diegene die het probleem van de
lengtegraad oploste. Tussen 1735 en 1761 maakte de Britse
klokkenmaker John Harrison vier chronometers. Het vierde model werd
getest tijdens een reis naar Jamaica en bleek tot op vijf seconden
nauwkeurig te zijn. Hoewel Harrison het probleem had opgelost, wilde
de regering hem niet volledig uitbetalen. Hij was een oude man toen
hij uiteindelijk zijn beloning kreeg.