|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De zenuwen |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Je lichaam zit vol elektriciteit. Zelfs als je slaapt, flitsen de elektrische signalen heen en weer, als een deel van je lichaam een boodschap verzendt naar een ander deel. Het zijn maar heel kleine beetjes stroom die voor die signalen gebruikt worden; in een batterijtje zit heel wat meer. Toch zijn ze sterk genoeg om je spieren aan de slag te laten gaan of om je via je zintuigen iets te vertellen over de omgeving rondom je. Zulke signaalstroompjes heten zenuwimpulsen. De ‘bedrading’ van het lichaam noemen we de zenuwen. Ze lopen in dikke bundels, zoals telefoonkabels, door je hele lichaam. Iedere zenuw vertakt zich en is verbonden met een bepaald lichaamsdeel. De meeste zenuwen lopen van en naar de hersenen, die de ‘centrale regelkamer’ vormen van het hele zenuwstelsel. Zenuwen bestaan uit langwerpige cellen, neuronen genoemd. Een enkel neuron is veel dunner dan een gewone elektriciteitsdraad: ongeveer een honderdste millimeter dik. Wél kunnen ze behoorlijk lang worden. De zenuwcellen die tot aan je tenen reiken kunnen meer dan een meter lang zijn!
Het zenuwstelsel heeft uitlopers tot in alle hoeken van je lichaam. Een deel van het stelsel werkt volautomatisch, zoals het deel dat je longen laat ademhalen. Andere zenuwen komen pas in actie als je iets wílt doen, zoals je vuist ballen.
Zenuwcellen zijn erg
kwetsbaar. Veel soorten cellen kunnen zichzelf splitsen, maar een
zenuwcel kan dat niet. Daarom moet het lichaam zijn zenuwen goed
beschermen. De hersenen zitten veilig in een stevige doos van bot:
de ruggengraat of wervelkolom. De zenuwen van het
ruggenmerg zijn op de rest van het lichaam aangesloten via
aftakkingen. Die vinden hun weg vanuit de ruggengraat tussen de
afzonderlijke botstukken, de wervels.
Er komen heel wat zenuwen uit op de hersenen, maar er zijn er ook, die alleen op andere zenuwen aansluiten en niets anders doen dan een bepaalde spier laten bewegen. Eén zo’n zenuw zit bijvoorbeeld vlak onder je knie. Als je daar een tikje geeft, schiet je onderbeen automatisch naar voren. Dit heet een reflex, een ‘kortsluiting’ die helemaal buiten de hersenen om werkt.
Het ruggenmerg bestaat uit een dikke bundel zenuwen die de hoofdverbinding vormt tussen je hersenen en de rest van je lichaam. Vanaf het ruggenmerg vertakken zich dertig kleinere bundels. Het ruggenmerg wordt naar boven toe steeds dikker en is helemaal bovenaan aangesloten op het onderste deel van je hersenen.
De hersenen zelf bestaan uit een heleboel zenuwcellen die de binnenkomende en uitgaande signalen regelen. De elektrische stroompjes die de hersenen daarvoor gebruiken- de ‘hersengolven’- kunnen in het ziekenhuis met ingewikkelde apparatuur worden vastgelegd in een zogenaamd EEG (Elektro Encefalo- Gram).
Eén stel zenuwen brengt signalen naar de hersenen, zoals de signalen van je ogen, je oren, neus en andere zintuigen. Ze worden zintuigzenuwen genoemd. Ze vertellen de hersenen wat er allemaal om je heen gebeurt.
Als je hersenen besloten hebben wat er moet gebeuren, zenden ze signalen uit via een tweede stel zenuwen, de motorische zenuwen. Die zijn aangesloten op de spieren van je lichaam. Als de kleine elektrische stroompjes vanuit de hersenen bij een spier aankomen, verspreiden ze zich door de spier en laten hem werken.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||