Op 31
januari 1953 was het springvloed in Nederland. Daarnaast was er
ook nog een orkaan op het moment van de springvloed. Deze zorgde
ervoor dat het water nog hoger dan normaal kwam.
Ook
kon het water niet goed worden afgevoerd door de nauwe doorgang van
Het Kanaal. Hierdoor steeg het water nog meer. Het gevolg was de
beruchte waterramp, die aan 1.835 mensen in Nederland het leven kostte
en ook aan 25 tot 30.000 runderen.
Het antwoord hierop was de bouw van het Deltaplan. Het Deltaplan zelf
bestaat uit 8 dijken. Deze zijn weer onderverdeeld in primaire en
secundaire dijken. De primaire dijken, die in de monding van
een zeearm liggen, werden eerst gebouwd.
Dit waren de volgende dammen:
- Stormvloedkering Hollandse IJssel
- Veerse Gatdam
- Haringvlietdam
- Brouwersdam
- Stormvloedkering Oosterschelde (Oosterscheldedam)
De
secundaire dijken lagen achterin de zeearmen. Zij waren niet
hoofdzakelijk ontworpen voor de veiligheid, maar meer voor een goede
waterhuishouding, waterverdeling en waterkwaliteit.
Hierbij gaat het om de volgende dijken:
- Zandkreekdam
- Grevelingendam
- Volkerakdam
Nadat er was besloten dat er in de Oosterschelde geen gewone dam zou
komen maar een stormvloedkering, werden hier nog enkele dammen achter
gebouwd: De zogenaamde Compartimenteringswerken.
Deze bestonden uit:
- Markiezaatskade
- St. Philipsdam
- Bathse Spuikanaal en Spuisluis
- Oesterdam