|
Konden sommige
dinosauriërs zwemmen
Trachodon betekent ‘ruwtandig’ en het dier leefde in de
Krijtperiode. Deze dinosauriër ontleent zijn naam aan de 2000
tanden in de grote bek. Hij kon niet bijten en gebruikte tanden om
zachte plantendelen te vermalen, men noemt dit dier ook wel de
‘dinosauriër met de eendensnavel’. De ‘eendensnavels’ zijn
achter-achterkleinkinderen van de Camptosaurus. Hij leek veel op
zijn voorouders, maar hij was groter en zijn kop is afgeplat tot
een brede snavel. Hij had ook een zwemvliezen als een eend en
bracht dus het grootste deel van zijn leven door in het water,
want met behulp van zijn staart en zwemvliezen moet hij goed
hebben kunnen zwemmen. De ‘snavel’ kon hij gebruiken om planten
uit de modder te graven. Dit is de eerste dinosauriërsoort die men
in Amerika heeft gevonden. Sommige ‘eendensnaveldinosauriërs’
kregen rare benige uitsteeksels op hun kop en sommige kregen lang
buizen op hun kop. Deze schijnen gebruikt te zijn om onder water
te ademen, ze lijken op snorkels die sommige mensen aan het strand
gebruiken. De enige manier om aan hun vijanden te ontkomen,
bestond voor deze dieren uit een snelle vlucht in het water,
langzamerhand ontwikkelden zich de snavel en de zwemvliezen. Nu
waren de dieren in staat zo lang in het water te blijven als ze
zelf wilden en kwamen ze vrijwel niet op het land waar gevaarlijke
roofdieren leefden.
Heeft
een pantser van de dinosauriërs nut gehad
De
Ankylosaurus of ‘gebogen hagedis’ heeft z’n naam te danken aan de
wijze waarop de ribben over de rug zijn gebogen. Het dier leefde
in de Krijtperiode. De Ankylosaurus was gepantserd en daarom
beschermd tegen de aanvallen van de vleeseters, daarom hoefde hij
niet het water in te vluchten, zoals zijn verwanten. De rug van de
Ankylosaurus was met beenplaten bedekt en zij vormde een pantser
dat veel lijkt op het schild van de hedendaagse schildpadden.
Langs de rand bevonden zich lang stekels, die ver uitstaken en de
poten beschermden, zelfs de kop was gepantserd met een soort helm.
De staart van deze gepantserde dinosauriër was zijn wapen en was
bedekt met ringen van been. Deze dinosauriërs leefden op hogere,
droge gronden, ver weg van de moerassen en poelen.
De naam Protoceratops is ontstaan uit 3 Griekse woorden en
betekent ‘eerste horengezicht’, maar op zich had het dier geen
horens op zijn gezicht, hoewel hij de eerste van een familie van
horen dragende dinosauriërs is. Hij was de kleinste van de groep
en was 1.5 tot 1,8 meter lang. De Protoceratops en zijn verwanten
waren de laatste dinosauriërs die op aarde verschenen en het waren
ook weer planteneters. De Protoceratops liep op 4 korte poten,
dicht langs de bodem en hij had een lichaam van een hagedis en een
ongewone kop. De kop was namelijk groot en voorzien van een soort
snavel van een papegaai met een knobbel bij de neus. Dan was er
een grote beenachtige kraag, die over de nek en schouders golfde.
Bij de achterkleinkinderen van de Protoceratops veranderde de
knobbel op de neus in een horen en de beenachtige kraag groeide
bij de latere typen sterk uit en droeg soms lange stekels. De
horens en de stekels waren de wapens voor het dier om zich mee te
verdedigen tegen de rovers.
Legden
dinosauriërs eieren
Van deze dieren heeft men eieren gevonden en zeer veel skeletten.
De pasgeboren Protoceratops had geen benige kraag; wanneer hij
groter werd ontwikkelde deze kraag. De rug was een geliefkoosde
plek voor de vleeseters om aan te tasten.
De Styracosaurus
|