|
Waren er vliegende
reptielen en/ of leefden er dinosauriërs in zee
Gedurende de 120 miljoen jaar waren er ook reptielen die in de
zeeën en de lucht leefden, alleen dit waren geen dinosauriërs.
Sommige van deze dieren werden al snel even groot en bloeddorstig
als de grote dinosauriërs. De reptielen waren de eerste schepels
die op het land konden leven, maar al heel vroeg in de
geschiedenis van de reptielen hebben enkele het land weer verlaten
en hoewel ze lucht konden inademen, het leven in de zee hadden
gekozen. Het waren nog steeds reptielen, maar in de loop van
miljoenen jaren veranderde hun vorm en uiterlijk, zij pasten zich
aan aan het waterleven.
Waren de waterreptielen vlees- of planteneters
De zeeën waren vol vissen, maar de waterreptielen waren de
grootste en felste waterbewoners. De meeste aten liever de vissen
dan planten. Eén soort leek op een grote vis met vinnen. Hij had
namelijk een grote staart en een vin, die leek op die van een
haai, op zijn rug. Dit beest had lange puntige kaken, met scherpe
tanden en het at vissen. Er waren ook reusachtige schildpadden,
meer dan 3 meter lang en één soort woog zelfs ongeveer 2700 kilo.
Deze reusachtige schildpadden hadden geen (echte) vijanden, die
hen zouden op kunnen eten en ze zwommen in ondiepe wateren, die ze
onveilig maakten voor de arme vissen die ze aten. Er leven
tegenwoordig nog schildpadden, maar die zijn veel kleiner en
kleine schildpadden hebben niet zoveel voedsel nodig en hebben dus
een grotere overlevingskans.

De Achaeopteryx |

De Pteranodon |
Bestaan zeeslangen
Toen de dinosauriërs op het land leefden, waren er enkele
zeereptielen die op angstaanjagende zeeslangen leken. Sommige van
deze dieren waren wel 15 meter lang, hadden een lange nek, een
staart en 4 poten, die leken op vinnen. Hun kop was klein, maar de
kaken waren krachtig en vol met scherpe tanden. Als zo’n dier aan
de oppervlakte zwom, keek hij voortdurend uit naar vissen. Als het
er één zag, schoot de lange hals uit en bliksemsnel zat de vis
tussen de scherpe kaken. Hoe glibberig de vis ook was, hij kon
niet uit de kaken ontsnappen. Er zijn geleerden die zeggen dat in
de oceanen nu nog van deze soort grote wezens leven, die men nog
nooit heeft gezien. Er wordt gezegd dat deze dieren te diep
zwemmen en zo vlug zijn, dat men ze niet met gewone netten kan
vangen.
Waren de
vliegende reptielen vogels
Behalve op het land en in de oceanen waren er ook reptielen die
door de lucht vlogen, alleen het waren geen vogels, maar ze hadden
wel vleugels. De eerste vliegende reptielen waren klein, niet
groter dan een mus. Deze kleine felle dieren hadden lang kaken met
scherpe tanden, aan de vleugels hadden ze klauwen en een staart
met een vin aan het uiteinde.
Hadden de vliegende reptielen veren
De latere vliegende reptielen verloren hun tanden en het grootste
deel van hun staart. Ze hadden een lange puntige bek en een grote
benige kam op de kop. De vleugels waren grote huidplooien om mee
te zweven, want deze reptielen hadden geen veren en de vleugels
hadden klauwen. De grootste van de ‘vliegende draken’ was zo groot
als een klein vliegtuig. De spanwijdte was ongeveer 8 meter en al
deze vliegende reptielen waren vleeseters. Ze jaagden op kleine
land- en zeedieren, ze doken op hun prooi en grepen die in de
vlucht met hun lange kaken.
|