header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Djibouti

 

Terug naar overzicht Afrika >>

 




Djibouti (officieel: République de Djibouti), republiek in Oost-Afrika, aan de Golf van Aden, 23.200 km2, met (schatting 1995) 566.000 inw. (24 per km2), hoofdstad: Djibouti. Munteenheid is de Djibouti franc, onderverdeeld in 100 centimes. De nationale feestdag is 27 juni, Onafhankelijkheidsdag.


1. Fysische geografie
Het land, dat diep wordt ingesneden door de Golf van Tadjoura, bestaat vnl. uit een zandsteppe, doorsneden door lavaruggen. Het laagste punt (tevens laagste van Afrika) is het Assalmeer, dat deel uitmaakt van de grote Oost-Afrikaanse Slenk en meer dan 150 m beneden de zeespiegel ligt. Djibouti is een der heetste landen ter wereld; de gemiddelde jaartemperatuur is 30 °C; in juli en augustus kan de temperatuur oplopen tot 45 °C, terwijl dan de stoffige chamsin waait. Tussen oktober en maart is het iets koeler en kan er lichte regen vallen. Het Abbemeer, in het zuidwesten, wordt bevolkt door flamingo's. De vegetatie bestaat uit doornstruiken (o.m. schermacacia's) en gombomen.


 

2. Bevolking
De twee grootste bevolkingsgroepen zijn de Afar (37%), van Ethiopisch-Eritrese afkomst, en de Issa (47%), die tot de Somaliërs behoren. Ca. 6% van de bevolking bestaat uit Arabieren en ca. 8% uit Europeanen (vnl. Fransen). De Afar en de Issa zijn moslimvolken met een traditionele nomadische economie en een sterk culturele binding. De Afar wonen in het noorden, de Issa in het zuiden. De gemiddelde bevolkingsgroei bedraagt 3,1% per jaar. 75% van de bevolking woont in de steden. De gemiddelde levensverwachting bij geboorte was in 1992 50 jaar. De Afar en de Issa spreken een Koesjitische taal. Officiële taal is het Frans. De bevolking is overwegend soennitisch-islamitisch.

3. Bestuur en samenleving
In 1992 werd een nieuwe grondwet van kracht, die weliswaar het presidentiële systeem naar Frans model van de oude grondwet van 1977 in stand houdt, maar overigens het meerpartijenstelsel invoerde (met een maximum van vier partijen). Daarmee kwam een einde aan de alleenheerschappij (sinds 1981) van de eenheidspartij, het Rassemblement Populaire pour le Progrès (RPP). De drie belangrijkste oppositiepartijen zijn de Parti de renouveau démocratique (PRD), de Parti national démocratique (PND) en het Front pour la restauration de l'unité et de la démocratie (FRUD), de voormalige Afar-guerrillagroepering. De uitvoerende macht berust bij de voor zes jaar direct gekozen president, die staatshoofd en opperbevelhebber van het leger is. De wetgevende macht berust bij het parlement, de Chambre des Députés, met 65 leden, die elke vijf jaar in directe verkiezingen gekozen worden.
Djibouti is administratief verdeeld in vier districten (cercles).
Internationale organisaties waarbij Djibouti is aangesloten, zijn de Arabische Liga, de Verenigde Naties en enkele van haar suborganisaties, de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE), de organisatie van niet-gebonden landen, het IMF, de Wereldbank, de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, het Afrikaans Fonds voor Economische en Sociale Ontwikkeling, de Islamitische Conferentie (OIC), en de in Djibouti zetelende Intergovernamental Agency on Drought and Development (IGADD).

4. Economie
Djibouti heeft een vrijemarkteconomie en behoort met een bnp van $ 780 (1993) per hoofd van de bevolking tot de armste landen ter wereld. De armoede groeit nog steeds: in 1985 en 1986 daalde het bnp per hoofd van de bevolking met resp. 6, 3 en 6,2%. De economie steunt vnl. op de koopkracht van de in het land verblijvende Europeanen en op de handelsactiviteiten in de haven van Djibouti, waar een groot deel van de Ethiopische buitenlandse handel plaatsvindt. Sinds de Golfoorlog is het belang van de haven sterk achteruitgegaan. De (verborgen) werkloosheid is groot (70%). Door de natuurlijke gesteldheid van het land (nog geen kwart procent is bruikbaar voor de landbouw) is slechts verbouw van dadels en groenten op kleine schaal mogelijk. Van enig belang is de veehouderij (runderen, schapen, geiten en kamelen), vnl. beoefend door nomaden. Langs de kust is enige visserij. Er wordt zout gewonnen (voor interne ruilhandel). De bodem bevat vermoedelijk gips, mica, amethist en zwavel, maar van mijnbouw is nog geen sprake. De industrie is onderontwikkeld en draagt nog geen 20% tot het bnp bij. Vrijwel alle voedingsmiddelen en gebruiksgoederen moeten worden geïmporteerd; dat geldt ook voor de voor de energie noodzakelijke aardolie. De export (o.m. huiden) is te verwaarlozen. De belangrijkste handelspartner is Frankrijk, gevolgd door Ethiopië. De handelsbalans is sterk negatief. De buitenlandse schuld bedroeg in 1993 $ 225,4 miljoen. Djibouti ontvangt ontwikkelingshulp van Frankrijk, Italië, Irak en Libië. Een belangrijke donor is ook Saoedi-Arabië. Er is een spoorlijn die Djibouti met Addis Abeba verbindt; de hoofdstad heeft een internationale luchthaven. Van het wegennet (3167 km) is ongeveer de helft het hele jaar door bruikbaar. Nog geen 10% van de wegen is geplaveid.

5. Geschiedenis
De Fransen vestigden zich in 1856 in dit gebied, dat zij in 1883 officieel in bezit namen, als Frans Somaliland. In maart 1967 gaf 60% van de bevolking bij referendum te kennen bij Frankrijk te willen blijven, waarna de naam werd gewijzigd in Afar- en Issaland. In de hoofdstad Djibouti, vnl. bewoond door Issa, had 70% van de bevolking tegen de associatie met Frankrijk gestemd, hetgeen aanleiding gaf tot bloedige botsingen tussen hen en de Afar. Bij een referendum in mei 1977 koos 98% voor de onafhankelijkheid.
Op 27 juni 1977 werd het land als Djibouti een zelfstandige staat, onder leiding van president Hassan Gouled Aptidon, die in 1981, 1987 en 1993 in dat ambt herkozen werd. De etnische rivaliteit tussen de Afars en de Issas (die de sleutelposities innemen) leidde in nov. 1991 tot een guerrilla door leden van het Afar-volk tegen de regering. Zij noemen zich het Front pour la Rétablissement de l'Unité et de la Démocratie (FRUD). Frankrijk besloot op 25 febr. 1992 tot een 'vredesmissie' door 250 van de in Djibouti gelegerde Franse soldaten een bufferzone te laten vormen tussen de Afar en regeringssoldaten. Het FRUD kondigde een eenzijdig staakt-het-vuren af; er kwam echter geen dialoog met de regering. Vanaf 19 juli laaide de strijd weer op.
Vanaf de jaren tachtig stroomden vele vluchtelingen, enerzijds uit Ethiopië (hongersnood) en anderzijds uit Somalië (burgeroorlog), het land binnen.
Bij een kabinetswijziging in juni 1995 werden twee FRUD-leiders benoemd op een ministerpost en in maart 1996 ging de regering over tot erkenning van het FRUD als politieke partij, waarmee het vredesproces tussen de regering en de voormalige rebellengroepering was voltooid.

Telefoongids Djibouti
Postcodes
Djibouti

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009