|
1. Fysische
geografie
Het land, dat diep wordt ingesneden door de Golf van Tadjoura, bestaat
vnl. uit een zandsteppe, doorsneden door lavaruggen. Het laagste punt
(tevens laagste van Afrika) is het Assalmeer, dat deel uitmaakt van de
grote Oost-Afrikaanse Slenk en meer dan 150 m beneden de zeespiegel
ligt. Djibouti is een der heetste landen ter wereld; de gemiddelde
jaartemperatuur is 30 °C; in juli en augustus kan de temperatuur oplopen
tot 45 °C, terwijl dan de stoffige chamsin waait. Tussen oktober en
maart is het iets koeler en kan er lichte regen vallen. Het Abbemeer, in
het zuidwesten, wordt bevolkt door flamingo's. De vegetatie bestaat uit
doornstruiken (o.m. schermacacia's) en gombomen.

2. Bevolking
De twee grootste bevolkingsgroepen zijn de Afar (37%), van
Ethiopisch-Eritrese afkomst, en de Issa (47%), die tot de Somaliërs
behoren. Ca. 6% van de bevolking bestaat uit Arabieren en ca. 8% uit
Europeanen (vnl. Fransen). De Afar en de Issa zijn moslimvolken met een
traditionele nomadische economie en een sterk culturele binding. De Afar
wonen in het noorden, de Issa in het zuiden. De gemiddelde
bevolkingsgroei bedraagt 3,1% per jaar. 75% van de bevolking woont in de
steden. De gemiddelde levensverwachting bij geboorte was in 1992 50
jaar. De Afar en de Issa spreken een Koesjitische taal. Officiële taal
is het Frans. De bevolking is overwegend soennitisch-islamitisch.
3. Bestuur en samenleving
In 1992 werd een nieuwe grondwet van kracht, die weliswaar het
presidentiële systeem naar Frans model van de oude grondwet van 1977 in
stand houdt, maar overigens het meerpartijenstelsel invoerde (met een
maximum van vier partijen). Daarmee kwam een einde aan de
alleenheerschappij (sinds 1981) van de eenheidspartij, het Rassemblement
Populaire pour le Progrès (RPP). De drie belangrijkste oppositiepartijen
zijn de Parti de renouveau démocratique (PRD), de Parti national
démocratique (PND) en het Front pour la restauration de l'unité et de la
démocratie (FRUD), de voormalige Afar-guerrillagroepering. De
uitvoerende macht berust bij de voor zes jaar direct gekozen president,
die staatshoofd en opperbevelhebber van het leger is. De wetgevende
macht berust bij het parlement, de Chambre des Députés, met 65 leden,
die elke vijf jaar in directe verkiezingen gekozen worden.
Djibouti is administratief verdeeld in vier districten (cercles).
Internationale organisaties waarbij Djibouti is aangesloten, zijn de
Arabische Liga, de Verenigde Naties en enkele van haar suborganisaties,
de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE), de organisatie van
niet-gebonden landen, het IMF, de Wereldbank, de Afrikaanse
Ontwikkelingsbank, het Afrikaans Fonds voor Economische en Sociale
Ontwikkeling, de Islamitische Conferentie (OIC), en de in Djibouti
zetelende Intergovernamental Agency on Drought and Development (IGADD).
4. Economie
Djibouti heeft een vrijemarkteconomie en behoort met een bnp van $ 780
(1993) per hoofd van de bevolking tot de armste landen ter wereld. De
armoede groeit nog steeds: in 1985 en 1986 daalde het bnp per hoofd van
de bevolking met resp. 6, 3 en 6,2%. De economie steunt vnl. op de
koopkracht van de in het land verblijvende Europeanen en op de
handelsactiviteiten in de haven van Djibouti, waar een groot deel van de
Ethiopische buitenlandse handel plaatsvindt. Sinds de Golfoorlog is het
belang van de haven sterk achteruitgegaan. De (verborgen) werkloosheid
is groot (70%). Door de natuurlijke gesteldheid van het land (nog geen
kwart procent is bruikbaar voor de landbouw) is slechts verbouw van
dadels en groenten op kleine schaal mogelijk. Van enig belang is de
veehouderij (runderen, schapen, geiten en kamelen), vnl. beoefend door
nomaden. Langs de kust is enige visserij. Er wordt zout gewonnen (voor
interne ruilhandel). De bodem bevat vermoedelijk gips, mica, amethist en
zwavel, maar van mijnbouw is nog geen sprake. De industrie is
onderontwikkeld en draagt nog geen 20% tot het bnp bij. Vrijwel alle
voedingsmiddelen en gebruiksgoederen moeten worden geïmporteerd; dat
geldt ook voor de voor de energie noodzakelijke aardolie. De export (o.m.
huiden) is te verwaarlozen. De belangrijkste handelspartner is
Frankrijk, gevolgd door Ethiopië. De handelsbalans is sterk negatief. De
buitenlandse schuld bedroeg in 1993 $ 225,4 miljoen. Djibouti ontvangt
ontwikkelingshulp van Frankrijk, Italië, Irak en Libië. Een belangrijke
donor is ook Saoedi-Arabië. Er is een spoorlijn die Djibouti met Addis
Abeba verbindt; de hoofdstad heeft een internationale luchthaven. Van
het wegennet (3167 km) is ongeveer de helft het hele jaar door
bruikbaar. Nog geen 10% van de wegen is geplaveid.
5. Geschiedenis
De
Fransen vestigden zich in 1856 in dit gebied, dat zij in 1883 officieel
in bezit namen, als Frans Somaliland. In maart 1967 gaf 60% van de
bevolking bij referendum te kennen bij Frankrijk te willen blijven,
waarna de naam werd gewijzigd in Afar- en Issaland. In de hoofdstad
Djibouti, vnl. bewoond door Issa, had 70% van de bevolking tegen de
associatie met Frankrijk gestemd, hetgeen aanleiding gaf tot bloedige
botsingen tussen hen en de Afar. Bij een referendum in mei 1977 koos 98%
voor de onafhankelijkheid.
Op 27 juni 1977 werd het land als Djibouti een zelfstandige staat, onder
leiding van president Hassan Gouled Aptidon, die in 1981, 1987 en 1993
in dat ambt herkozen werd. De etnische rivaliteit tussen de Afars en de
Issas (die de sleutelposities innemen) leidde in nov. 1991 tot een
guerrilla door leden van het Afar-volk tegen de regering. Zij noemen
zich het Front pour la Rétablissement de l'Unité et de la Démocratie (FRUD).
Frankrijk besloot op 25 febr. 1992 tot een 'vredesmissie' door 250 van
de in Djibouti gelegerde Franse soldaten een bufferzone te laten vormen
tussen de Afar en regeringssoldaten. Het FRUD kondigde een eenzijdig
staakt-het-vuren af; er kwam echter geen dialoog met de regering. Vanaf
19 juli laaide de strijd weer op.
Vanaf de jaren tachtig stroomden vele vluchtelingen, enerzijds uit
Ethiopië (hongersnood) en anderzijds uit Somalië (burgeroorlog), het
land binnen.
Bij een kabinetswijziging in juni 1995 werden twee FRUD-leiders benoemd
op een ministerpost en in maart 1996 ging de regering over tot erkenning
van het FRUD als politieke partij, waarmee het vredesproces tussen de
regering en de voormalige rebellengroepering was voltooid.
Telefoongids
Djibouti
Postcodes
Djibouti
|