|
Onze
voorraadschuur voor suiker en graan ......
 Onze landschappen
evolueren snel. Maar weinige dragen nog merkbare sporen van de intieme
relatie tussen mens en natuur die in vervlogen dagen zo tastbaar was. Toch
ligt tussen de Kempen en de Maas nog een gebied dat duidelijk getekend is
door deze wisselwerking : namelijk Haspengouw.
Deze streek heeft ongetwijfeld veel te danken aan haar ondergrond die uit
krijt bestaat. Dit gesteente is doorzeefd met barsten, waarin het water
wegzinkt, zodat men zeer diepe putten moet graven om bij de
grondwaterspiegel te geraken. Haspengouw is dus arm aan rivieren en
bijgevolg ook aan valleien. Haast niets komt de eentonigheid van het plateau
verstoren. Enkel de Jeker en de Mehaigne doorsnijden het licht glooiende,
monotone landschap. Bossen ontbreken hier volledig, wat de strakke eenvoud
van het landschap nog beter tot zijn recht laat komen. Een grenzeloos
vergezicht ligt voor ons open. Geen haag, geen afsluiting, niets leidt de
blik af. De wind heeft hier vrij spel en de bewoners van deze streek trokken
zich terug in grote dorpen die zijn omgeven met weiden en boomgaarden, de
enige groene vlekjes in de oneindigheid van het plateau. Hoe zeldzaam zijn
niet de grote, vierkante hoeves, ingeplant tussen de gouden korenvelden.
Monotoon .... maar toch : wat een majestatische rust, wat een vruchtbare
rijkdom, wat een vreemde stilte straalt dit plateau uit als, zover de blik
reikt, koren en suikerbieten trillen in de zomerhitte. Haspengouw is een
ware ode aan de gulheid van de natuur, een reusachtig dambord met vakken in
geel en groen die rimpelen onder het lichtste briesje. Dat alles hebben we
te danken aan de vruchtbare leem die hier lang geleden een dik tapijt van
bruine grond heeft gespreid : een hemels manna aangevoerd door de wind.
Het landschap is hier eenvoudig en zo perfect georganiseerd, dat het net een
puzzel lijkt waarin elk stukje op zijn plaats ligt, sinds altijd en voor
eeuwig. En toch, wat verklaart de uitgerekte vorm van de velden die als
lange linten de wegen afzomen ? Wat verklaart de concentratie van de
bevolking in woonkernen ? Wat verklaart de openheid van dit landschap ? Om
het antwoord te vinden moeten we verscheidene eeuwen terug, naar de tijd
toen in Haspengouw een landbouwtechniek werd gebruikt die het
'drieslagstelsel' heet. Heel de dorpsgemeenschap baatte toen gezamelijk de
gronden uit. Het gebied rondom de centrale kern, het dorp, werd in drie
stukken of slagen verdeeld, die waren afgescheiden door holle wegen. In elk
daarvan bezat de boer een veld. Het originele van het drieslagstelsel zit
hem hierin dat de percelen volgens een driejarenplan werden uitgebaat. Het
eerste jaar moesten alle akkers van eenzelfde slag bezaaid worden met het
gewas dat de rijkste oogsten voortbrengt, maar ook het meest van de grond
eist, en dat was tarwe. Het tweede jaar werd een minder veeleisende
graansoort als haver of gerst verbouwd. Het derde jaar bleef de slag braak
liggen om te rusten. Dat rustjaar had drie voordelen. In de eerste plaats
bood het de bodem de kans om zijn vruchtbaarheid te herwinnen. Ook kon de
dorpskudde, bewaakt door de dorpsherder, op dit braakterrein grazen.
Tenslotte verrijkte de mest van het vee de grond. Veeteelt en akkerbouw
vulden elkaar perfect aan.
Tegen die achtergrond is de huidige structuur van Haspengouw eenvoudig te
verklaren. De woningen moesten in het midden van de velden gegroepeerd
worden en afsluitingen waren uit den boze, gewoon omdat de kuddes vrij over
het braakland - dus elk jaar een ander - moesten kunnen zwerven. De
lintvormige velden zijn het gevolg van een rationeel gebruik van de grond
door de mens. De holle wegen die de slagen scheidden, waren de enige
toegangswegen. Het is dus logisch dat de velden er aanpalen.
Sinds de achttiende eeuw zijn de gewassen en de landbouwtechnieken sterk
geëvolueerd. Niet langer lopen de stoere trekpaarden in hun glimmende,
koperen harnas voor de ploeg. Het drieslagstelsel is naar de
geschiedenisboeken verwezen, maar het huidige landschap met zijn wijd open
ruimtes draagt nog de onmiskenbare sporen van een agrarisch verleden. En ons
dagelijks brood, ons klontje suiker ... dat komt nog altijd uit Haspengouw. |