|
Men
spreekt van een eclips of verduistering als een hemellichaam een
ander verduistert, zij het door er schijnbaar voor te schuiven,
zij het door er haar schaduw op te werpen.
De bekendste, en tevens meest spectaculaire soort
verduisteringen, zijn de zons- en maansverduisteringen.
Bij
een maansverduistering komt de maan in de schaduwkegel van de
aarde terecht, waardoor ze dus geen licht meer ontvangt van de
zon, en dus donker wordt, vaak dieprood. Maansverduisteringen
komen zowat
om het jaar
voor, en zijn vaak over grote
delen van de aarde waarneembaar.
Een
nog veel spectaculairder soort van eclips is de
zonsverduistering, waarbij de maan voor de zon schuift, en op
die manier de zonneschijf gedeeltelijk of volledig bedekt.
Een zonne-eclips is wellicht de meest spectaculaire
sterrenkundige gebeurtenis die een mens kan meemaken. Stilaan
schuift de maan voor de zonneschijf, waardoor een bevreemdende
zonnesikkel aan de hemel prijkt. Bij een totale
zonsverduistering bedekt de maan zelfs gedurende enkele minuten
de volledige zonneschijf, en tijdens die totaliteit krijgen we
even de ragfijn gestructureerde kleurrijke buitenregionen van de
zon te zien, die anders nooit waarneembaar zijn. Allerlei
randverschijnselen maken de enkele minuten totaliteit tot een
bevreemdende, haast magische ervaring. In tegenstelling tot
maansverduisteringen zijn zonsverduisteringen slechts erg
plaatselijk zichtbaar op de aardbol. Over een strook van enkele
duizenden kilometer breed kan men een gedeeltelijke zonne-eclips
waarnemen, en het is slechts binnen een strook van enkele
tientallen kilometer breed dat er iets te zien is van de zo
gegeerde totaliteit. De kans dat een gegeven plaats binnen deze
smalle strook ligt, is erg klein. Daarom is een
zonsverduistering in onze streken zo zeldzaam. Gemiddeld is de
wachttijd op een gegeven plek zo'n 370 jaar.
Zowat eenmaal per jaar is er ergens op aarde een totale
zonsverduistering zichtbaar, vaak echter in nogal moeilijk
bereikbare gebieden. Het spektakel van een zonsverduistering
zorgt keer op keer voor heuse volksverhuizingen, zowel van
professionele en amateur-astronomen als van nieuwsgierigen.
De aarde legt in één jaar tijd een omloop
om de zon af. Van op de aarde zien we dus de zon doorheen het jaar bewegen tussen de sterren aan de hemelbol.
Uiteraard zijn de sterren hierbij niet zichtbaar, omdat ze overstraald worden door de zon.
In 28 dagen draait de maan om de aarde. Dag na dag zien we de maan dan ook tussen de sterren verschuiven.
Hierbij verandert ook de belichting van de maanbol door de zon. Dit zijn de schijngestalten: de nieuwe
(onzichtbare) maan wordt een maansikkeltje aan de avondhemel, die groeit tot een halve maan (eerste kwartier),
om vervolgens verder te groeien tot een volle maan. De volle maan komt op wanneer de zon ondergaat, en
omgekeerd. Nadat de maan vol is geweest, begint de schijngestalte weer af te nemen, en na een week is het
laatste kwartier slechts in het tweede deel van de nacht en in de voormiddag zichtbaar. Enkele dagen voor
nieuwe maan komt een fijne maansikkel enkele uren voor de zon op.
De baan die de maan tussen de sterren volgt ligt in de buurt van die van de zon, maar ze lopen niet helemaal
samen. De maan kruist slechts tweemaal per maand de zonnebaan. Er is heel wat geluk nodig opdat de zon zich op
dat moment exact op die plaats zou bevinden. Dat maakt zonsverduisteringen, en vooral totale, zo zeldzaam.
Een merkwaardig toeval wil dat, van op de aarde gezien, de zon- en maanschijf bijna exact even groot zijn. Dit
maakt dat, als de maanschijf de zonneschijf bedekt, deze bedekking van zeer korte duur is, gezien beide
hemellichamen ondertussen gewoon verdergaan op hun baan. Als positief nevenverschijnsel geeft dit wel dat, als
de maan de zon volledig bedekt, de buitenregionen van de zon (de chromosfeer en de corona, haar "dampkring")
in hun volledigheid waarneembaar zijn.
Soms
hebben we iets minder geluk: de afstanden aarde-maan en aarde-zon variëren een beetje, en als de eerste wat
groter is en de andere wat kleiner, is de schijnbare grootte van de maan wat kleiner dan die van de zon, en
kan de maan de zon niet volledig bedekken. We krijgen dan
een ringvormige eclips (zie foto
hiernaast), die ons net als een gedeeltelijke geen zicht geeft op de chromosfeer en de corona.
Bekijken we het geheel nu eens vanuit een ander
standpunt. De maan wordt langs een kant belicht door de zon, en werpt dus achter zich een schaduw. Deze
schaduw valt in het geval van een zonsverduistering op aarde. Hierbij kunnen we de kern van de schaduw
onderscheiden, waarin geen zonlicht het aardoppervlak kan bereiken, met daarrond de veel grotere bijschaduw,
waar slechts een deel van het zonlicht de aarde bereikt.
In de praktijk is de kernschaduw op het aardoppervlak een vlek van enkele tientallen kilometers diameter, met
daarrond een bijschaduw van enkele duizenden kilometers, die minder sterk wordt naarmate men zich van de
kernschaduw verwijdert. Enkel als men zich in de
kernschaduw
bevindt, kan men een
totale zonsverduistering
waarnemen. Mensen in de bijschaduw zien slechts een gedeeltelijke.
Gezien de maan ondertussen verder rond de aarde draait, beweegt haar schaduw aan enkele duizenden kilometer
per uur over het aardoppervlak, waardoor de eclips in een smalle strook op aarde zichtbaar is.
|
Jaar |
Datum |
Type |
Plaats |
|
1975 |
11 mei |
Gedeeltelijk |
Canada, Groenland, Noordpool |
|
1975 |
3 november |
Gedeeltelijk |
Antarctica, Zuid-Amerika |
|
1976 |
29 april |
Ringvormig |
Noord-Amerika, Afrika, Azie |
|
1976 |
23 oktober |
Totaal |
Afrika, India, Australie |
|
1977 |
18 april |
Ringvormig |
Afrika, India |
|
1977 |
12 oktober |
Totaal |
Zuid-Amerika |
|
1978 |
7 april |
Gedeeltelijk |
Antarctica, Zuid-Amerika, Afrika |
|
1978 |
2 oktober |
Gedeeltelijk |
Noordpool, Europa, Azie |
|
1979 |
26 februari |
Totaal |
Noord-Amerika, Groenland |
|
1979 |
22 augustus |
Ringvormig |
Antarctica |
|
1980 |
16 februari |
Totaal |
Afrika, India, Azie |
|
1980 |
10 augustus |
Ringvormig |
Stille Oceaan, Zuid-Amerika |
|
1981 |
4 februari |
Ringvormig |
Zuidelijke Stille Oceaan |
|
1981 |
31 juli |
Totaal |
Azie |
|
1982 |
25 januari |
Gedeeltelijk |
Antarctica |
|
1982 |
21 juni |
Gedeeltelijk |
Afrika, India |
|
1982 |
20 juli |
Gedeeltelijk |
Noordpool, Groenland, Europa, Azie |
|
1982 |
15 december |
Gedeeltelijk |
Europa, Afrika, Azie |
|
1983 |
11 juni |
Totaal |
India, Indonesie, Stille Oceaan |
|
1983 |
4 december |
Ringvormig |
Atlantische Oceaan, Afrika |
|
1984 |
30 mei |
Ringvormig-totaal |
Noord-Amerika, Afrika |
|
1984 |
22 november |
Totaal |
Indonesie |
|
1985 |
19 mei |
Gedeeltelijk |
Noord-Amerika, Noordpool, Groenland, Azie |
|
1985 |
12 november |
Totaal |
Stille Oceaan |
|
1986 |
9 april |
Gedeeltelijk |
Antarctica, India, Australie |
|
1986 |
3 oktober |
Totaal |
Noord-Atlantische Oceaan |
|
1987 |
29 maart |
Ringvormig-totaal |
Zuid-Amerika, Afrika, India |
|
1987 |
23 september |
Ringvormig |
Azie, Stille Oceaan |
|
1988 |
18 maart |
Totaal |
India, Indonesie, Stille Oceaan |
|
1988 |
11 september |
Ringvormig |
India |
|
1989 |
7 maart |
Gedeeltelijk |
Noord-Amerika, Noordpool, Groenland |
|
1989 |
31 augustus |
Gedeeltelijk |
Afrika, India, Antarctica |
|
1990 |
26 januari |
Ringvormig |
Antarctica, Atlantische Oceaan |
|
1990 |
22 juli |
Totaal |
Azie, Noordpool, Stille Oceaan |
|
1991 |
15 januari |
Ringvormig |
India, Australie |
|
1991 |
11 juli |
Totaal |
Noord-Amerika, Zuid-Amerika |
|
1992 |
4 januari |
Ringvormig |
Stille Oceaan, Noord-Amerika |
|
1992 |
30 juni |
Totaal |
Zuid-Amerika, India |
|
1992 |
24 december |
Gedeeltelijk |
Azie, Stille Oceaan, Noord-Amerika |
|
1993 |
21 mei |
Gedeeltelijk |
Noord-Amerika, Noordpool, Europa, Azie |
|
1993 |
13 november |
Gedeeltelijk |
Zuid-Amerika, Antarctica, Australie |
|
1994 |
10 mei |
Ringvormig |
Stille Oceaan, Noord-Amerika, Afrika |
|
1994 |
3 november |
Totaal |
Zuid-Amerika, India |
|
1995 |
29 april |
Ringvormig |
Zuid-Amerika, Atlantische Oceaan |
|
1995 |
24 oktober |
Totaal |
Azie, Indonesie |
|
1996 |
17 april |
Gedeeltelijk |
Antarctica |
|
1996 |
12 oktober |
Gedeeltelijk |
Noord-Amerika, Groenland, Europa, Afrika |
|
1997 |
9 maart |
Totaal |
Noordpool, Azie |
|
1997 |
2 september |
Gedeeltelijk |
Australie, Antarctica |
|
1998 |
26 februari |
Totaal |
Stille Oceaan, Zuid-Amerika |
|
1998 |
22 augustus |
Ringvormig |
India, Indonesie |
|
1999 |
16 februari |
Ringvormig |
Australie |
|
1999 |
11 augustus |
Totaal |
Atlantische Oceaan, Europa, Azie, Indie |
|
2000 |
5 februari |
Gedeeltelijk |
Antarctica, Indie |
|
2000 |
1 juli |
Gedeeltelijk |
Zuid-Amerika |
|
2000 |
31 juli |
Gedeeltelijk |
Noord-Amerika, Noordpool, Groenland, Azie |
|
2000 |
25 december |
Gedeeltelijk |
Stille Oceaan, Noord-Amerika, Groenland |
|
2001 |
21 juni |
Totaal |
Afrika, Indie |
|
2001 |
14 december |
Ringvormig |
Stille Oceaan |
|
2002 |
10 juni |
Ringvormig |
Indonesie, Stille Oceaan, Noord-Amerika |
|
|
|
|
De
oudste zeker gedateerde zonsverduistering
De datum van een zonsverduistering waarnaar verwezen wordt in
de Bijbel, is met zekerheid juist: "En op die dag, zegt de
Heer, zal ik ervoor zorgen dat de zon 's middags ondergaat, en
zal ik de aarde donker maken in volle daglicht". (Amos 8:9).
"Die dag" was 15 juni 763 voor Christus. De datum van deze
verduistering wordt bevestigd door een Assyrische historische
bron, gekend als de eponyme Canon. In Assyrië werd elk jaar op
een ander manier genoemd en de gebeurtenissen van dat jaar
werden onder die naam opgenomen in de Canon. Onder het jaar
dat overeenkomt met 763 voor Christus wordt deze eclips
beschreven, en de auteur benadrukte het belang van de
gebeurtenis door een lijn te tekenen op het kleitablet. |
|