De planten die
men over het algemeen als éénjarigen beschouwt zijn gewassen die
bloeien, zaad maken en afsterven in het jaar waarin ze zijn
ontkiemd. Veel van die planten zijn oorspronkelijk afkomstig uit
landen waar ze - dankzij een milder klimaat - verschillende jaren
naeen kunnen groeien en bloeien. In sommige gevallen betreft het
halfheerstertjes, zoals het 'leeuwenbekje', dat afkomstig is uit het
gebied rond de Middellandse Zee. Maar er zijn ook 'echte', inheemse
éénjarigen, onder andere de klaproos, korenbloem en bolderik, die
vroeger nogal eens tussen het koren te zien waren.
Daarnaast zijn er vanuit het buitenland planten naar West Europa
gebracht, die zich ook in het land van herkomst als echte éénjarigen
gedragen. Vaak zijn ze afkomstig uit streken waar de omstandigheden
zo ongunstig zijn, dat de betreffende planten maar een klein
gedeelte van het jaar hebben om zich te ontwikkelen.
Dat geldt bijvoorbeeld voor de gewassen uit woestijngebieden, waar
alleen in de winter wat regen valt. Al na de eerste buien zullen de
zaden van de daar inheemse planten gaan ontkiemen. Gezien de
temperatuur er doorgaans aan de hoge kant is , zullen ze kort daarop
al bloemen laten zien. Voordat de zon meedogenloos gaat branden
maken de planten zaad om - voordat ze verdorren - voor nageslacht te
zorgen.
Zo gaat het bijvoorbeeld bij het 'slaapmutsje', dat ook wel 'Juliaantje'
wordt genoemd. Enkele weken nadat er in november of december regen
is gevallen, is de anders zo dorre Californische woestijn oranje
gekleurd van de slaapmutsjes. Deze papaverachtige planten sterven af
na een korte, maar hevige periode van bloei. Uit het zaad dat ze in
deze periode hebben gevormd, ontkiemen in de volgende regenperiode
nieuwe planten.
'Echte' éénjarigen vormen maar een klein gedeelte van het
assortiment tuinplanten dat 'zomerbloemen' wordt genoemd.
Tweejarigen ontwikkelen zich in het jaar waarin ze zijn gezaaid tot
planten die een winterse rustperiode doormaken. In het voorjaar
daarop vormen ze bloemen en zaad, om vervolgens af te sterven.
Tweejarigen hebben dus twee groeiseizoenen nodig om hun levenscyclus
te volbrengen. Maar ook in dit geval geldt, dat de natuur zich niet
volgens de regels van de mens laat dwingen.
Er zijn namelijk heel wat tweejarigen die het met een goede
verzorging en een dosis geluk enkele jaren langer zullen uithouden.
Enkele voorbeelden hiervan zijn : stokrozen (zie foto),
viooltjes en duizendschonen. Doorgaans bloeien de tweejarige planten
in het eerste jaar het mooist.
Eén en tweejarigen vormen een groep van planten die in de tuin
onmisbaar zijn. De vaak uitbundige zomerbloei van de éénjarigen zal
ieder jaar weer voor een welkome aanvulling zorgen in de
vaste-plantentuin of in de heesterborden en van menig stukje grond
een waar kleurig bloemenparadijs maken.
Tweejarigen zijn vooral zo aantrekkelijk, omdat ze al vroeg in het
jaar bloeien. Zodra de temperatuur wat milder wordt en de dagen wat
langer, laten ze hun fraaie bloemen zien, vaak nog voordat de tulpen
beginnen met hun bloei. |
|
|
|
|
|