| |
Tot
de eendvogels behoren ongeveer 150 soorten watervogels. Met
uitzondering van Antarctica en enkele eilanden komen ze overal
ter wereld voor. Men onderscheidt drie onderfamilies.
Tot de eerste groep behoren de fluiteenden, de zwanen
(knobbelzwaan, kleine zwaan) en de echte ganzen (grauwe gans,
tamme gans). Tot de tweede groep behoren de echte eenden (tamme
eend, mandarijneend, eidereend). De derde groep bestaat uit één
enkele soort, de ekstergans.
Alle eendvogels duiken of grondelen aan de oppervlakte of in
dieper water. Daar zoeken ze naar dieren en planten. Meestal
hebben deze vogels krachtige lichamen en tamelijk korte poten.
Ze hebben zwempoten. Hun voortenen zijn door zwemvliezen met
elkaar verbonden. Hun snavel is gewoonlijk afgeplat en breed.
Aan het uiteinde is de snavel rond.
Meestal hebben de mannetjes, de woerden een mooiere kleur dan de
onopvallende vrouwtjes. De vrouwtjes zijn verantwoordelijk voor
de verzorging van de jongen. De jongen zijn nestvlieders, dat
wil zeggen dat ze direct, nadat ze uit het ei zijn gekomen,
kunnen zwemmen.
Vele soorten trekken na de broedperiode naar het zuiden omdat ze
hier hun winterverblijf hebben. |
|
|
|
|
|
|