|
1. Fysische geografie
1.1 Landschap
Egyptes
grondgebied bestaat haast volledig uit woestijn. Het bewoonbare gebied
is slechts 55!000 km2 groot en omvat de vallei en de delta van de Nijl,
de kustgebieden langs de Middellandse en de Rode Zee en een paar oasen
in de Westelijke Woestijn. Fysisch-geografisch kan het land in vier
gebieden worden verdeeld: het Nijlgebied, de Westelijke Woestijn, de
Oostelijke Woestijn en het Sinaïgebied.
Het Nijlgebied, dat zich over 1250 km uitstrekt van de Soedanese grens
tot de Middellandse Zee, is een vlak landschap, smal en bochtig. Vanaf
de Soedanese grens tot ongeveer 320 km stroomafwaarts gaat de smalle
Nijlvallei dwars door het Nubische zandsteen. Ten gevolge van de bouw
van de Hoge Dam bij Aswan heeft zich hier het Nassermeer gevormd.
Veertig kilometer ten noorden van Aswan is de alluviale vlakte ongeveer
16 km breed en zij wordt nog breder vanaf Isna, waar de Nijl tussen
witte, steile kalksteenoevers stroomt. Van Aswan tot Assioet spreekt men
van Opper-Egypte, daarna tot Caïro van Midden-Egypte. Bij Caïro begint
de Nijldelta, waar het grootste gedeelte van de Egyptische bevolking
woont (ook wel Neder-Egypte genoemd), een driehoekig alluviaal gebied,
dat zich uitstrekt over een afstand van ca. 160 km van Alexandrië in het
westen naar Port Said in het oosten. Onmiddellijk landinwaarts vanaf de
kust bevindt zich een zone met moeras en brakke lagunes, waarvan
gedeelten worden drooggelegd voor de landbouw.
Ten westen van het Nijldal ligt de Westelijke of Libische Woestijn
(ongeveer 75% van het totale grondgebied), een uitermate droog plateau.
Grote oasen komen voor in de depressies waar zoet water wordt
aangeboord. Daar woont ook de enige woestijnbevolking. De
Kattaradepressie, tot 130 m onder de zeespiegel, is te zout voor
menselijke bewoning.
De Oostelijke of Arabische Woestijn strekt zich uit van de Nijlvallei
tot de Rode Zee. Evenwijdig met de kust ligt een ruwe bergketen, met
toppen van meer dan 1500 m: Dzjebel Sjajib, de hoogste, reikt tot 2187 m.
De afwatering van de bergen heeft een netwerk van wadi's geschapen in de
zachtere sedimentaire hooglanden aan weerszijden van de bergketen. Hier
zwerven nomadische herders, die aan veeteelt doen dankzij het water uit
de hier en daar voorkomende bronnen en verborgen holtes of dat van onder
de droge beddingen van de wadi's naar boven wordt gehaald.
Het schiereiland Sinaï wordt door het Suezkanaal en de Golf van Suez
gescheiden van de Oostelijke Woestijn en de Nijldelta. Dit
onregelmatige, driehoekige plateau bereikt zijn grootste hoogte in het
zuiden, waar Dzjebel Katherina de hoogste top van Egypte (2641 m) vormt.
1.2
Klimaat
Egypte ligt binnen de zone van de tropische woestijnen en heeft, het
kustgebied van de Middellandse Zee uitgezonderd, een droog klimaat.
Het weer is erg standvastig; er zijn twee duidelijk te onderscheiden
seizoenen: de hete zomer (mei-okt.) en de koelere winter (november-april).
In de woestijn overschrijdt de temperatuur in de zomer overdag de 38 °C,
maar de hitte ontsnapt 's nachts in de wolkenloze hemel, waarbij de
temperatuur met 10 à 15 °C daalt. De temperatuur in de winter ligt
aanzienlijk lager: het gemiddelde in januari is 12 à 16 °C. De neerslag
is zeer gering. In de lente trekken nu en dan depressies over Egypte,
die de chamsin, een droge verzengende wind, bekend door zijn
zandstormen, met zich brengen. In tegenstelling tot het binnenland kent
de Middellandse-Zeekust regenval in de winter (100 à 200 mm). De kust
heeft bovendien zachtere winters en lagere zomertemperaturen dan het
binnenland, door het matigende effect van de zee.
1.3 Plantengroei en dierenwereld
Schaars struikgewas schiet wortel op de wadigronden in de woestijn,
vooral ten oosten van de Nijl; het grootste deel van de woestijn is
echter zonder vegetatie. Woestijnplanten omvatten ruw gras, tamarisken
en dwergmimosa's. Dadelpalmen bloeien in het Nijldal en in de oasen,
waar men het grondwater dicht bij de oppervlakte aantreft. Langs de Nijl
groeit papyrus.
Tot de grote woestijnzoogdieren behoren gazellen, hyena's en jakhalzen.
Ichneumons leven in de delta. Bij de vogels zijn wouwen, haviken en
gieren de meest voorkomende. De Nijl en de deltameren trekken
watervogels zoals kraanvogels, ijsvogels en lepelaars aan. In het
Sinaïgebergte komen steenbokken en panters zeldzaam voor. Ondanks de
overbevolking zijn de woestijngebieden hier en daar nog ongerept.
|