|
 Eiken
of eikenhout is het hout van verschillende soorten van het geslacht
eik (Quercus) uit de Beukenfamilie, in hoedanigheden vrij sterk
verschillend naar de botanische soort en naar de groeiplaats.
Europees eiken
is afkomstig van de wintereik en de zomereik. In de handel wordt het
hout onderscheiden in Belgisch, Duits, Frans, Nederlands, Pools,
Roemeens en Slavonisch eiken, met onderling vrij grote verschillen
in structuur en kwaliteit. De geelbruine kleur van eiken kernhout
steekt duidelijk af tegen het 3 tot 5 cm brede, lichter getinte
spinthout. Europees eiken is sterk, duurzaam, vrij zwaar (gemiddelde
volumieke massa 700 kg/m3),
hard, krimpvrij, buigzaam en fijndradig, maar meestentijds weinig
homogeen (kringporig). Het wordt o.a. gebruikt voor bruggen, sluizen
en andere waterwerken, scheepsbouw, dwarsliggers en palen; het vindt
voorts toepassing in de meubelkunst, in de schilderkunst (panelen)
en in de beeldhouwkunst (snijwerk). Het leent zich uitstekend voor
beitsbehandeling, roken en logen, doordat het looizuurhoudend is.
Amerikaans rood eiken
is vnl. afkomstig van Q. rubra. Het kernhout is
roodachtig lichtbruin, iets grover van structuur en wat moeilijker
te bewerken dan Europees eiken. Gemiddelde volumieke massa 690 kg/m3.
Rood eiken heeft geen
thyllen
in de houtvaten, zodat indringen van zwammen vrij gemakkelijk kan
geschieden; het dient derhalve voor toepassingen buitenshuis
verduurzaamd te worden. Het wordt o.a. gebruikt voor meubelen en
vloeren.
Japans eiken
is vnl. afkomstig van Q. mongolica. Het is geelgrijs tot
grijsbruin en over het algemeen zachter, losser en lichter dan
Europees eiken, sterker naarmate het noordelijker is gegroeid.
Gemiddelde volumieke massa 690 kg/m3.
Japans eiken laat zich zeer gemakkelijk verwerken, ook buigen,
hetgeen voor de fabricage van meubelen van belang is. |