header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

El Salvador

 

Terug naar overzicht Noord-Amerika >>

 

 

El Salvador (Sp., = de verlosser; officieel: República de El Salvador), republiek in Midden-Amerika, 21.041 km2, met (schatting 1995) 5.768.000 inw. (274 inw. per km2); hoofdstad: San Salvador. Munteenheid is de colón, onderverdeeld in 100 centavos. Nationale feestdag is 15 september, de dag waarop in 1821 de onafhankelijkheid werd uitgeroepen.


 

1. Fysische geografie
De twee parallelle bergketens - de Sierra Maestra del Norte langs de grens met Honduras en de vulkanische Cadena Costera evenwijdig aan de kust - verdelen El Salvador in drie sterk verschillende gebieden: de kustvlakte, ca. 25 km breed, met een vochtig-heet tropisch klimaat (tierra caliente), de door lava en vulkanische as zeer vruchtbare hoogvlakte tussen de beide bergruggen met een aangenaam gematigd klimaat (tierra templada) en het aanzienlijk koudere hoge bergland langs de grens met Honduras (tierra fría). De zuidwestmoesson (temporal) veroorzaakt de meeste regenval in de periode mei-oktober. De geologische breukzone, die zich over de hele Midden-Amerikaanse landengte uitstrekt, manifesteert zich in El Salvador aan de zuidrand van de hoogvlakte in een reeks vulkanen (Santa Ana, 2386 m), warmwaterbronnen en geisers. De bekendste actieve vulkaan is de Izalco (1885 m). De Río Lempa, de belangrijkste rivier, heeft voor de scheepvaart weinig betekenis. In de Cadena Costera enige kratermeren (Lago de Coatepeque en Lago de Ilopango).
Plantengroei en dierenwereld zijn goeddeels van Zuid-Amerikaanse aard. De zeer verschillende klimaten hebben het aanschijn gegeven aan even zovele vegetatiezones. De dierenwereld is vooral gekenmerkt door een zeer groot aantal soorten vogels (ca. 450), waarvan ongeveer een derde bestaat uit Noord-Amerikaanse soorten die in El Salvador komen overwinteren.

2. Bevolking
2.1 Samenstelling en spreiding
De bevolking bestaat voor ca. 90% uit mestiezen (Ladinos), voor de rest uit Indianen en blanken (de meeste van Spaanse afkomst). In het westen leven de Pipil, een aan de Nahua verwante groep, en in het noordoosten de Lenca-Indianen. De jaarlijkse bevolkingstoename (1990-1995) bedraagt 2,2%; het geboorte- en het sterftecijfer (1992) bedragen resp. 32 en 7 per duizend. Ca. 43% van de bevolking is jonger dan 15 jaar. Ongeveer de helft van de bevolking woont in de steden.
2.2 Taal
De officiële taal is het Spaans. De Indianentalen hebben slechts lokale betekenis (in totaal door 5% van de bevolking gesproken).
2.3 Religie
Er is officieel en feitelijk godsdienstvrijheid. Ongeveer 93% van de bevolking is rooms-katholiek. In 1842 werd het diocees San Salvador opgericht, in 1913 een kerkprovincie, thans bestaande uit één aartsbisdom en acht diocesen. De Rooms-Katholieke Kerk is een invloedrijke instantie in de Salvadoraanse maatschappij, mede door haar sociaal engagement. Er zijn ca. 200.000 protestanten (vnl. baptisten, Pinkstergemeenten en adventisten).

3. Bestuur en samenleving
3.1 Staatsinrichting
Volgens de grondwet van 1983 is El Salvador een presidentiële republiek, waarin de wetgevende macht berust bij de Wetgevende Vergadering (84 leden; via algemene verkiezingen gekozen voor een termijn van drie jaar). De uitvoerende macht berust bij de president, die rechtstreeks wordt gekozen voor een ambtstermijn van vijf jaar; hij is niet herkiesbaar. Er bestaat stemplicht voor alle burgers ouder dan 18 jaar.
3.2 Administratieve indeling
El Salvador is administratief verdeeld in 14 departementen, die zijn onderverdeeld in 262 gemeenten (municipios); de departementen worden bestuurd door een door de president benoemde gouverneur.
3.3 Lidmaatschap van internationale organisaties
El Salvador is lid van de Verenigde Naties en een aantal van haar suborganisaties, van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), de Midden-Amerikaanse Gemeenschappelijke Markt (MCCA), het IMF en het Latijns-Amerikaanse Economische Systeem (SELA).
3.4 Politieke partijen; vakbonden; werkgeversorganisaties
De in 1961 opgerichte Partido de Conciliación Nacional (Nationale Verzoeningspartij PCN) vormde in de jaren zestig en zeventig de politieke partij van de militairen en grootgrondbezitters. Vanaf de jaren tachtig is haar functie overgenomen door de extreem-rechtse Alianza Republicana Nacionalista (Nationalistische Republikeinse Alliantie ARENA). Andere belangrijke partijen zijn het Frente Farabundo Martí para la Liberación Nacional (FMLN; de voormalige guerrillabeweging, sinds 1992 een legale politieke partij) en de christen-democratische Partido Demócrata Cristiano (PDC). Er zijn drie belangrijke overkoepelende vakverenigingen: Unidad Popular Democrática (UPD; 100!000 leden), die vnl. de landarbeiders representeert, Unidad Nacional de Trabajadores Salvadoreños (UNTS; 500!000 leden) en de regeringsgezinde Unión Nacional Obrero-Campesina (UNOC; 500.000 leden). De belangrijkste werkgeversorganisatie is de politiek zeer invloedrijke Asociación Nacional de Empresa Privada (Nationaal Verbond van het Particuliere Bedrijfsleven ANEP).

4. Economie
4.1 Inleiding
HamacasDe economie van El Salvador is vanouds gebaseerd op de export van landbouwproducten, m.n. koffie, katoen en suiker (75% van de totale exportwaarde), naast een uitgebreide tertiaire sector. Van de economisch actieve bevolking is ca. 35% werkzaam in de landbouw, 20% in de industrie en 45% in bouwnijverheid, handel en diensten; het aandeel van deze sectoren in het bruto nationaal product was in 1994 resp. 14%, 24% en 62%. Het bnp per inwoner lag in 1994 op $ 1480, de reële groei over de afgelopen jaren bedroeg 6,2%.
4.2 Landbouw, veehouderij, bosbouw en visserij
Van het totale landoppervlak is 35% in gebruik voor landbouw, 29% is weidegrond en 5% is met bos bedekt. Het landbouwareaal wordt intensief benut, en kan alleen nog worden uitgebreid door braak liggende gedeelten van de grote haciendas in cultuur te brengen. Het grondbezit is van oudsher zeer ongelijk verdeeld: 80% van de plattelandsbevolking beschikte in de jaren zeventig over ca. 11% van de landbouwgrond, terwijl 0,4% van de landeigenaren 38% van de grond bezat. Bovendien was 90% van de landbouwbedrijven kleiner dan 10 ha. Ruim 40% van de gezinnen op het platteland was zonder land. De sinds 1980 geïntroduceerde landhervorming werd slechts voor een deel uitgevoerd en bereikte uiteindelijk ongeveer een kwart van de beoogde boerengezinnen. Alle landgoederen boven de 245 ha zijn gesplitst: nog 3% van de producenten beschikt over bedrijven van meer dan 30 ha (44% van de landbouwgrond), 87% van de producenten moet het stellen met minder dan 3 ha (op 25% van het totale landbouwareaal). Met 40% van de agrarische productiewaarde is koffie het belangrijkste product; het wordt vooral verbouwd in het Centrale Hoogland (San Salvador en Santa Ana), overwegend op grote plantages. Het tweede product, katoen, wordt verbouwd in de kuststreek (Usulatán en La Paz). Overige producten zijn maïs, bonen, rijst, cacao, suikerriet, tabak, kokospalmen, citrusvruchten, ananas en sisal. In opkomst zijn nieuwe exportproducten als groente en fruit, bloemen en planten. Veehouderij (rundvee en varkens) vindt vooral plaats in het Centrale Hoogland en in het oosten; de vleesproductie is ontoereikend voor de binnenlandse consumptie. Bosbouw is van geringe betekenis (brandhout); hout voor bouwnijverheid en industrie wordt voor het grootste deel geïmporteerd. Zeevisserij (garnalen) is een staatsmonopolie; er wordt vooral geproduceerd voor de export naar de Verenigde Staten.
4.3 Mijnbouw en energievoorziening
De mijnbouw is van weinig betekenis. Bij Montecristi wordt op kleine schaal goud en zilver gewonnen. Waterkracht is de belangrijkste bron voor de elektriciteitsvoorziening; de centrales van Cerrón Grande en San Lorenzo in de Río Lempa voorzien met een capaciteit van 423 MW in meer dan de helft van de elektriciteitsproductie. Van belang is ook de winning van geothermische energie bij Ahuchapán. El Salvador voorziet volledig in de behoefte aan elektrische energie; verwacht wordt dat het land in de toekomst elektriciteit zal leveren aan de buurlanden.
4.4 Industrie
El Salvador is het meest geïndustrialiseerde land van Midden-Amerika, met als centra San Salvador, La Libertad en Santa Ana. De meeste bedrijven zijn klein of middelgroot; ambachtelijke productie komt nog veel voor. Geproduceerd worden poederkoffie, textiel, suiker, dranken, cement, asbest, plantaardige oliën en vetten, chemische producten en lederwaren; er is ook een metallurgische industrie. Ingevoerde aardolie wordt geraffineerd in Acajutla.
4.5 Handel
Sinds 1981 vertoont de handelsbalans een negatief saldo (export: $ 1005 miljoen; import $ 2853 miljoen in 1995). Koffie is het belangrijkste exportproduct (ruim 26% van de exportwaarde in 1992), gevolgd door katoen, chemische producten en suiker. De invoer bestaat vooral uit industrieproducten, machines, transportmiddelen, grondstoffen en voedingsmiddelen. In 1977 ging 22% van de uitvoer naar partners van de Centraal amerikaanse Gemeenschappelijke Markt; politieke problemen (Honduras, Nicaragua) hebben de onderlinge handel in de Gemeenschap ernstig geschaad. De belangrijkste handelspartner blijven de Verenigde Staten.
4.6 Bankwezen
De in 1934 opgerichte Banco Central de Reserva de El Salvador, welke in 1961 door de staat werd overgenomen, is de centrale bank, die verantwoordelijk is voor de monetaire politiek en de in 1961 ingevoerde deviezencontrole. Van de commerciële banken is de Banco Hipotecario de El Salvador de belangrijkste. In maart 1980 nationaliseerde de regering de particuliere banken. Een belangrijke rol in de kredietverlening spelen de Banco de Fomento Agropecuario en de Banco Nacional de Fomento-Industrial. Er wordt momenteel gestreefd naar herprivatisering en hervorming van het bankensysteem.
4.7 Economische planning en ontwikkelingssamenwerking
Het economisch hervormingsbeleid dat in 1980 ingezet werd, leidde tot een grotere rol van de centrale overheid in het financieel en economisch systeem. Als gevolg van de burgeroorlog (die in de jaren tachtig een economisch verlies van meer dan $ 7 miljard veroorzaakte), kapitaalvlucht, dalende prijzen op de wereldmarkt voor koffie en de teruggevallen handel met de andere Midden-Amerikaanse landen verslechterde de economische situatie na 1979 drastisch: tussen 1980 en 1987 daalde het bruto nationaal product met gemiddeld 0,4% per jaar. El Salvador was in de jaren tachtig de op twee na grootste ontvanger van Amerikaanse hulp ($ 3,3 miljard van 1981-1989). Ook de bedragen die Salvadoraanse vluchtelingen en immigranten in de Verenigde Staten naar familieleden in hun geboorteland zonden ($ 600 tot $ 1300 miljoen per jaar), vormden een belangrijke financiële steun voor de economie. De in 1989 aangetreden regering wijzigde het economisch beleid in de richting van privatisering en liberalisering.
4.8 Verkeer
Het wegennet is van goede kwaliteit. Van de 9826 km weglengte (1994) zijn 1936 km geasfalteerd en 8399 km het hele jaar te berijden. Het 602 km lange spoorwegnet (volledig in handen van de overheid) vervult een belangrijke rol in het goederenvervoer. Luchtvaart is voor het binnenlandse verkeer van weinig belang; de vroegere internationale luchthaven Ilopango bij San Salvador is nu een militair vliegveld; bij Cuscatlán, op 40 km van San Salvador, is een nieuwe luchthaven aangelegd. Alle buitenlandse handel loopt via de drie havens aan de Grote Oceaan: La Unión, La Libertad en Acajutla; El Salvador maakt ook gebruik van de containerhaven van Puerto Barzios in Guatemala.

5. Geschiedenis
5.1 Periode tot de jaren zeventig

Het gebied van het huidige El Salvador werd in 1524 voor Spanje veroverd door Pedro de Alvarado en was onder het Spaanse bewind een deel van Guatemala. Toen Midden-Amerika zich in 1821 van Spanje losmaakte, werd in El Salvador de republiek uitgeroepen. In 1823 ging het land deel uitmaken van de Centraalamerikaanse Statenbond, waarvan het zich in 1839 afscheidde. In 1905 was er tussen El Salvador en Guatemala een grensconflict. In de Eerste Wereldoorlog was El Salvador neutraal, in de Tweede Wereldoorlog verklaarde het Duitsland de oorlog.
Politiek werd het land traditioneel beheerst door een conservatieve elite (de '14 families': grootgrondbezitters en exporteurs van landbouwproducten). Toen deze in 1931 haar macht bedreigd meende door de massale boerenopstanden, riep ze de militairen te hulp, die op bloedige wijze de opstand onderdrukten en sindsdien het politieke leven blijvend hebben bepaald. In 1948 kwam El Salvador onder bestuur van een revolutionaire raad onder leiding van O. Osorio, die in 1950 tot president werd gekozen (tot 1956). In dat jaar werd een nieuwe, sterk economisch georiënteerde grondwet aangenomen. In 1960-1962 werd het land, ten gevolge van een staatsgreep, door een tweetal militaire junta's geregeerd, waarvan de tweede zich als anticommunistisch presenteerde. In 1962 werd Julio Rivera tot president gekozen (tot 1967). Hij voerde een gematigd vooruitstrevend beleid.
In de Midden-Amerikaanse politiek speelde El Salvador een actieve rol. In 1951 kwam op zijn initiatief de organisatie van Centraalamerikaanse staten, ODECA, tot stand, in 1960 werd met de daartoe behorende landen een Centraalamerikaanse Gemeenschappelijke Markt (MCCA) opgericht, in 1964 een arbeidsraad voor het coördineren van de sociale politiek en in 1965 (met uitzondering van Costa Rica) een defensieraad ter bestrijding van communistische agressie. Medio 1969 was sprake van een gewapend conflict tussen Honduras en El Salvador (de voetbaloorlog) met als oorzaak de ongelijke economische ontwikkeling binnen de MCCA, als motief het beschermen van in Honduras verblijvende Salvadorianen en als aanleiding incidenten tijdens twee voetbalwedstrijden. Dit conflict bleef in de jaren zeventig de betrekkingen tussen beide landen nadelig beïnvloeden. In oktober 1980 ondertekenden beide landen een vredesverdrag.
5.2 Burgeroorlog en doodseskaders
De verscherping van de sociale tegenstellingen in de jaren zeventig leidde in de jaren tachtig tot een bloedige burgeroorlog, die meer dan 70.000 levens kostte. Na fraude bij de presidentsverkiezingen van 1972 en 1977 ten gunste van de kandidaten van de met de militairen en economische elite verbonden PCN ging een deel van de oppositie over tot gewapend verzet. De regimes van kolonel Molina (1972-1977) en generaal Romero (1977-1979) onderdrukten met behulp van paramilitaire doodseskaders, zoals ORDEN, alle vormen van legale en illegale oppositie. Ook het progressieve deel van de invloedrijke Rooms-Katholieke Kerk werd vervolgd. Op 23 maart 1980 werd aartsbisschop Oscar Arnulfo Romero door een extreem-rechts doodseskader vermoord en op 17 maart 1982 vonden vier Nederlandse journalisten de dood na in een hinderlaag te zijn gelokt. Onder invloed van de gebeurtenissen in het buurland Nicaragua pleegden legerofficieren in oktober 1979 een staatsgreep, waarna een junta van burgers en militairen, gesteund door de Verenigde Staten, aan de macht kwam. Deze benoemde eind 1980 de christen-democraat José Napoléon Duarte tot voorlopig president. Na een interim-presidentschap van de conservatief Alvaro Magaña (1982-1984) werd Duarte bij de verkiezingen van mei 1984 gekozen tot president. Hoewel formeel ook opperbevelhebber van de strijdkrachten kon Duarte geen eind maken aan de systematische schendingen van de mensenrechten door de militairen. Evenmin slaagde hij erin een vredesregeling tot stand te brengen met de guerrillabeweging FMLN, die in 1981 een offensief begonnen was dat uitmondde in een militaire patstelling. Op 1 juni 1989 trad Alfredo Cristiani aan als president, nadat zijn partij, de extreem-rechtse ARENA, de parlementsverkiezingen van maart 1988 en de presidentsverkiezingen van maart 1989 gewonnen had. Ook Cristiani slaagde er niet in een eind te maken aan de burgeroorlog. Onder zijn regime nam de vervolging van de oppositie, m.n. leden van de vakbonden, hulporganisaties van de Rooms-Katholieke en Lutherse Kerk en vluchtelingenorganisaties, zelfs weer toe. In nov. 1989 werden zes jezuïetenpriesters vermoord. Besprekingen tussen de regering en het FMLN, dat eind 1989 een nieuw offensief begon, liepen telkens stuk, ondanks pogingen tot bemiddelingen van de Verenigde Naties en de Midden-Amerikaanse staatshoofden.
Nadat op 16 jan. 1992 het vredesakkoord van Chapultepec werd ondertekend, leverden de FMLN-strijdens hun wapens in. Op 15 dec. 1992 werd in San Salvador met een plechtige bijeenkomst het formele einde afgekondigd van de burgeroorlog, die ca. 75!000 mensen het leven heeft gekost.
Het land werd herhaaldelijk zwaar getroffen door aardbevingen (o.m. in 1854, 1951 en 1986).
De parlements- en presidentsverkiezingen van maart 1994, die werden ontsierd door tal van onregelmatigheden, leverden overwinningen op voor de ARENA-partij en voor Armando Calderón Sol, die in juni werd beëdigd als president. Een onderzoekscommissie kwam in juli 1994 tot de conclusie dat de doodseskaders, in de jaren tachtig verantwoordelijk voor de dood van duizenden politieke tegenstanders, nog steeds actief waren. Na de verkiezingen kwam het tot een breuk in de uit vijf groeperingen bestaande FMLN, de voormalige guerillabeweging. Het begin 1995 gelanceerde economische hervormingsplan beoogde liberalisering van de economie, privatisering van de overheidsbedrijven, een vaste wisselkoers en belastingverhogingen. Het plan bracht in 1995 en 1996 grote sociale onrust teweeg. De vakbonden vreesden banenverlies in een land waar bijna 60% van de economisch actieve bevolking geen of te weinig werk heeft. In maart 1996 sprak president Calderón zich uit voor legalisering van drugs en regulering van de handel erin om zo de problemen van de drugshandel te bestrijden.

Telefoongids El Salvador
Postcodes El Salvador

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009