Zo lang er leiders zijn,
zijn er onderdrukkers geweest. Gedurende het grootste deel van de
geschiedenis zijn volken onderdrukt door enkele rijken en machtigen. De
emancipatiebewegingen van onze tijd proberen de zaak van de onderdrukten in
de democratieën van het rijke westen op de politieke agenda te krijgen. Hun
doel is nog altijd : persoonlijke en wettelijke gelijkheid en gelijke kansen
op werk en inkomen voor groepen die geen kans lijken te krijgen.
Drie
emancipatiebewegingen zijn het bekendst geworden : die van de zwarten
in overwegend door blanke, van homoseksuelen in overwegend
door heteroseksuele, en die van vrouwen in door mannen
gedomineerde samenlevingen. Alle drie hebben ze getracht het zelfbewustzijn
en zelfrespect van de onderdrukten te stimuleren en hen te organiseren in de
strijd voor erkenning.
Het meest omstreden
element in de strijd voor emancipatie is 'positieve discriminatie',
waarbij plaatsen in het onderwijs en op de werkvloer worden gereserveerd
voor minderheden. Voorstanders van positieve discriminatie stellen dat
achtergestelde groepen de voorsprong van anderen nooit op eigen kracht goed
kunnen maken zonder dat ze daarbij door maatregelen als deze worden
geholpen. Tegenstanders wijzen erop dat positieve discriminatie afbreuk doet
aan de eigenwaarde van degene die ervan profiteert en de werkelijke
ontwikkelingen in de maatschappij onzichtbaar maakt. Tegenstanders vinden
het een onverteerbare vorm van discriminatie van iedereen die niet tot de
onderdrukte categorie behoort. Van 'gelijke kansen' kan dan al helemaal geen
sprake meer zijn.
|