|

|
Hoe besluiten we of iets
goed is of slecht ? Voor de meeste mensen bestaat de ethiek uit een
verzameling regels die we zouden moeten volgen; ze vertellen ons wat goed is
en wat slecht is. Ethici willen erachter komen hoe deze regels en de
logische gevolgen van morele overtuigingen gerechtvaardigd worden.
In de moderne filosofie kwamen twee belangrijke ethische systemen tot stand.
Het eerste systeem was door Kant opgesteld. Dit was gebaseerd
op rationaliteit en poogde te laten zien hoe elk rationeel wezen zich kon
verenigen met universele morele wetten. De invloed hiervan is enorm geweest
en moderne filosofen maken nog altijd gebruik van Kants ideeën als
uitgangspunt voor discussies over ethiek. Het andere systeem was het
utilitarisme, opgesteld door de Britse filosoof Jeremy Bentham
(1748-1832). Bentham geloofde dat hij een wetenschappelijke benadering voor
de ethiek had gevonden, gebaseerd op 'geluk'.
Kritische filosofen van de 19de eeuw waren minder zeker dat universele
morele waarden zouden kunnen worden verdedigd. Voor
Marx waren moraal en ethiek
onderdeel van de ideologie van de bourgeoisie : ideeën die de uitbuitende
economische afspraken van de maatschappij negeerden en bijdroegen tot een
'vals bewustzijn'.
Nietzsche keek
naar de oorsprong van de ethiek en zag, net als Marx, morele systemen
voortkomen uit de belangen van de sociale groepen. Volgens Nietzsche moesten
individuen 'voorbij goed en kwaad' gaan, teneinde een nieuwe moraal te
creëren.
In de 20ste eeuw is er een groeiend pessimisme ontstaan over de mogelijkheid
van een universele ethiek. De franse filosoof
Jean-Paul Sartre
(1905-1980) benadrukte de subjectieve beoordeling die een individu moet
maken, teneinde zijn of haar eigen morele code te ontwikkelen.
Anglo-Amerikaanse filosofen hebben zich afgevraagd of de filosofie ook maar
iets van betekenis kan zeggen over wat goed en slecht is. Voor deze
zogeheten analytische filosofen is de rol van de filosofie veeleer de
analyse van ethische concepten en beweringen dan dat zij zou kunnen zeggen
wat onze moraal zou moeten inhouden. Schrijvers, zoals de Engelse
analytische filosoof Alfred Jules Ayer (1910-1989),
suggereerden dat ethische beweringen eenvoudigweg uitingen zijn van de
morele sentimenten of de opvattingen van het individu en dat de filosofie
geen manier kent om te evalueren welk stelsel van morele beweringen het
beste is. |
|
|
|
|
|
|