|
Wanneer we spreken over droogte, dan is het belangrijk in welke
context we het woord zien. Met het woord 'droogte' wordt in de
meteorologie of weerkunde bedoeld dat er een bepaalde periode
geen neerslag valt. Deze droge perioden in het totale weerbeeld
zijn geen zeldzaamheid en niet gevaarlijk, en berokkenen de mens
dan ook geen drastische problemen.
Erger wordt het wanneer we spreken over 'extreme droogte'. Dan
hoort het woord droogte niet meer thuis onder de normale
weersomstandigheden, maar wordt het een fenomeen, een
natuurverschijnsel. Extreme droogte is verraderlijk, krijgt
geleidelijk een gebied of streek in zijn greep en verstevigt die
greep in de loop van de tijd. In ernstige gevallen kan de
droogte jaren duren, in grote delen van een continent heersen,
een verwoestend effect hebben op de landbouw en hongersnood
veroorzaken. Op dat moment wordt het een natuurfenomeen wat
bedreigend en zelfs dodelijks is voor de natuur en voor de
mensheid. In deze context kan droogte dus helemaal niet
gelijkgesteld worden aan weinig regenval. Regen is niet gelijk
verdeeld over de wereld en op sommige plaatsen zal het altijd
meer regenen dan op andere. In woestijnen regent het per
definitie weinig.
Tropische gebieden kennen ook duidelijk onderscheiden natte en
droge seizoenen. Daarom is droogte een relatief begrip,
gebaseerd op de verwachte regenval in een gebied in een bepaalde
tijd van het jaar. Hoewel droge perioden gestimuleerd kunnen
worden door menselijke activiteiten, zijn het natuurlijke
terugkerende gebeurtenissen.
De
exacte definities van droogte zijn zeer verschillend van land
tot land. In de V.S. wordt deze term over het algemeen gebruikt
wanneer een uitgestrekt gebied gedurende een periode van 21
dagen maximaal 30% van de normale regenval ontvangt.
In Australië zegt men dat een streek aan droogte lijdt als die
streek minder dan 10% van haar normale regenval in een jaar
ontvangt, terwijl in India over droogte wordt gesproken als de
jaarlijkse regenval minder is dan 75% van de gemiddelde
regenval.
De
'Palmer Drought Severity Index' is een geperfectioneerd systeem
voor het meten van droogte. Hierin wordt een balans opgemaakt
tussen enerzijds het binnenkomende water in de vorm van neerslag
en de opgeslagen hoeveelheid vocht in de grond, en anderzijds
het uitgaande water in de vorm van verdamping van land- en
wateroppervlakten en de opname en afgifte van vocht uit de bodem
door planten. Deze informatie wordt vervolgens afgezet tegen
klimatologische gegevens en uitgedrukt in een negatief of
positief getal dat het waterniveau van het gebied aangeeft.
Scores tussen +2 en -2, bijvoorbeeld wijzen op normale
omstandigheden. Scores tussen -2 en -3 wijzen op matige droogte
en scores tussen -3 en -4 wijzen op ernstige droogte.
Alles onder -4 wijst op extreme droogte.
Ons huidige energieverbruik heeft ernstige
klimaatveranderingen
tot gevolg en daar is de mens niet vreemd aan.
Het klimaat op aarde is aan het veranderen en er bestaat wetenschappelijke consensus dat ons huidige
energieverbruik hier zeer sterke invloed op uitoefent; met name het verbruik van fossiele brandstoffen zorgt via
het 'broeikaseffect'
voor een versnelde opwarming van de aarde. Waar tot voor kort de gevolgen hiervan met name in derde-wereldlanden
zichtbaar leken, manifesteren zich de laatste jaren ook dichter bij huis steeds vaker extreme weersituaties.
Nu kunnen wij ons in de westerse wereld nog relatief goed beschermen tegen klimaatveranderingen. We lijden geen
honger na een droge periode en kunnen overvloedige regenval dankzij goede dijken en voorzieningen steeds beter
kanaliseren. In de derde wereld is dit wel even anders. Hier hebben klimaatveranderingen vaak
dodelijke
gevolgen !
Een
droogte kan na een periode van verscheidene maanden worden
doorbroken door de geleidelijke terugkeer van de normale
regenval, maar hij kan ook plotseling worden onderbroken door
zware regens, die vervolgens overstromingen veroorzaken. De
afwisseling van droogte en overstromingen die vele plaatsen in
de wereld kennen was aanleiding voor het gezegde onder
meteorologen 'dat gemiddelde regenval gelijk is aan een droogte
plus een overstroming gedeeld door twee'. De gevolgen
aanhoudende droogte kunnen catastrofaal zijn. Watertekorten
kunnen de voedselgewassen en vee ernstige schade toebrengen en
het voortbestaan van boerenbedrijven bedreigen. De bovengrond
kan verdrogen en vergruizen. De vegetatie kan kurkdroog worden
waardoor perfecte omstandigheden ontstaan voor stofvormen en
natuurbranden. In ontwikkelingslanden kan droogte nog ernstiger
zijn en tot grote hongersnoden leiden.
Het cyclische karakter van droogte kan de invloed ervan
versterken, met name in aride en semi-aride gebieden. Een
langdurige periode met een meer dan gemiddelde regenval kan de
inwoners van zo'n gebied een gevaarlijk optimistische kijk geven
op de vruchtbaarheid van het land. Nomaden en boeren kunnen hun
weidegronden uitbreiden en zich op land gaan vestigen dat
vroeger onbewoonbaar was. Als de onvermijdelijke droogte
terugkomt, zijn deze mensen slecht voorbereid op overleving.
Een dergelijke opeenvolging van gebeurtenissen vond plaats in de
jaren '60 in de Sahel in Afrika. In dit gebied valt normaal
weinig regen, maar in het begin van de jaren '60 was er sprake
van een opeenvolging van uitzonderlijke seizoenen. Het gevolg
hiervan was dat kolonisten zich verder in de woestijn gingen
vestigen. Daarna begin aan eind '69 een droogte die zich bijna
ononderbroken tot de dag van vandaag heeft voortgezet en tot de
dood van duizenden mensen leidde in opeenvolgende hongersnoden.
In
de afgelopen decennia is veel werk verricht om de oorzaken van
droogteperioden te kunnen vaststellen en er lijkt nu een
duidelijk verband te bestaan tussen langdurige periodes van
weinig neerslag in Noord- en Zuid-Amerika en Australië en de
temperatuurpatronen van het oppervlaktewater in de Grote Oceaan
en langs de westkust van Amerika. Deze patronen zijn voor het
plotselinge doorbreken van droogte. Dat droogte in verband is
gebracht met temperaturen van het oppervlaktewater van oceanen
is een opwindende vooruitgang voor het maken van voorspellingen
op lange termijn. Uiteindelijk kan men komen tot nauwkeurige
voorspellingen van droogte.
Tussen de 5e en 35e noordelijke breedtegraad is sinds de jaren
vijftig de hoeveelheid neerslag langzaam afgenomen. Binnen deze
grenzen ligt in Afrika de Sahelzone (Sahel is Swahili voor oever
of rand van de woestijn). De landen die binnen deze zone vallen
zijn Senegal, Mauretanië, Mali, Burkina Faso, Niger, Tsjaad,
Soedan en Ethiopië.
In de jaren zeventig en tachtig waren er verschillende periodes
van langdurige droogte in de Sahelzone. Mensen en dieren
verhongerden en kwamen om van de dorst. Twee miljoen mensen zijn
in 1985 voor de extreme droogte op de vlucht geslagen. Door de
toenemende droogte rukt de Sahara steeds verder op.
Niet alleen de klimaatveranderingen zijn oorzaak van de
oprukkende woestijn. Ook het kappen van bomen draagt daaraan
bij. In het zuiden van de Sahel zijn hele stukken tropisch
regenwoud verdwenen na het kappen door (Westerse) houtbedrijven.
In de hele Sahel lopen bomen gevaar als brandhout te eindigen en
lopen planten en struiken gevaar als hapje te eindigen voor
(klein)vee. Bomen, planten en struiken houden het water in de
omgeving vast. Ook branden boeren stukken bos plat voor de
akkerbouw.
|