| |
De
fazant behoort tot de orde van de hoenders. De Jachtfazant, ook
Edelfazant genoemd, is oorspronkelijk afkomstig uit Azië.
Vermoedelijk werd hij in de Oudheid naar Europa gebracht. In die
tijd werd hij al vanwege zijn vlees gefokt of gejaagd.
De fazant leeft aan de rand van bossen, in moerassen en in
landbouwgebieden. De fazantenmannetjes zijn bont gekleurd. De
kop en de hals zijn blauwgroen. Hij heeft meestal een witte
kraag. De borst, vleugels en buik zijn roodkoperkleurig en
glanzend.
De vrouwtjes zijn heel onopvallend van kleur, door hun
grijsbruin gevlekt verenkleed zijn ze heel goed gecamoufleerd op
de grond. De vrouwtjes zijn kleiner dan de mannetjes, ze hebben
geen lange staartveren.
Fazanten voeden zich met zaden, bessen, insecten en kleine
ongewervelde dieren. Als typische hoenders zoeken ook zij ze hun
voedsel door op de bodem te scharrelen.
Fazantenmannetjes zijn polygaam. Een haan heeft meestal meerdere
hennen. Eenmaal per jaar in de broedtijd leggen de hennen
maximaal 15 eieren in een beklede kuil in de grond. Het broeden
en het grootbrengen van de jongen wordt aan de hennen
overgelaten.
De jonge vogels worden vaak het slachtoffer van marters, katten
of roofvogels. De mens jaagt op de volwassen dieren vanwege hun
vlees. Verder is ook de vos een gevreesde vijand. In koude
winters sterven er ook veel dieren.
Een andere bekende fazant is de in Azië levend goudfazant. Zijn
verenkleed licht op in prachtige kleuren zoals goudgeel, rood en
groen. De met patronen versierde staartveren kunnen wel zo'n 60
cm lang worden. Het lichaam heeft een lengte van 85 cm (zonder
staart). |
|
|
|
|
|
|