header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Filippijnen

 

Terug naar overzicht AziŽ >>

 




 

Filippijnen (Filippino: Republica Ůg Pilipinas; Spaans: Repķblica de Filipinas; Eng.: Republic of the Philippines), Aziatische republiek, een archipel bestaande uit ca. 7100 grote en kleine eilanden in de Grote Oceaan, 300.3000 km2 met (schatting 1995) 70,3 miljoen inw. (234 inw. per km2); hoofdstad: Manila. Slechts 400 eilanden zijn bewoond. De grootste zijn (in volgorde van grootte): Luzon, Mindanao, Samar, Negros, Palawan, Panay, Mindoro, Leyte, Cebu, Bohol, Masbate. Munteenheid is de Filippijnse peso, verdeeld in 100 centavos. Nationale feestdag is 12 juni, de dag waarop in 1898 de onafhankelijkheid voor de eerste maal werd uitgeroepen.

1. Fysische geografie
1.1 Landschap
El Nido IslandDe eilanden zijn sterk vulkanisch; de hoogste berg, Mount Apo (2953 m), behoort tot de nog werkende vulkanen; zware aardbevingen zijn talrijk. In de pleistocene ijstijd kwam een groot deel van de zeebodem boven water en vormden de tegenwoordige eilanden een deel van het continentale gebied van het huidige Sundaplat. De veelal korte, snelstromende rivieren zijn meest onbevaarbaar; de langste is de Cagayan op Luzon. De kusten zijn grotendeels omzoomd door koraalriffen. De laatste transgressie deed vele baaien ontstaan. Ruim 9 miljoen ha van de bodem is onderhevig aan bodemerosie, het sterkst op Cebu en Luzon. Aan bestrijding ervan wordt weinig of niets gedaan. De kustvlakten zijn meestal smal.
1.2 Klimaat
De Filippijnen hebben een tropisch regenwoudklimaat (Af) met in het binnenland van de grote eilanden en in het gebergte plaatselijke afwijkingen. De gemiddelde temperatuur van Manila is 26, 4 įC (hoogste in mei 29,3 įC, laagste in jan. 24,5 įC). Noord-Luzon kent in januari 'cold waves' en tyfoons vooral in augustus. Van mei tot oktober waait de zuidwestmoesson, van oktober tot mei de noordoostmoesson, waardoor de regenval bepaald wordt. De oostkant van de gebergten heeft gedurende de noordoostpassaat zware regens, de westkant gedurende de zuidwestmoesson. Het droogst is de vallei van de Cagayan (890 mm), het hoogste regencijfer heeft Catanduanes voor de zuidkust van Luzon (5461 mm); Manila komt tot 2083 mm. De vulkanische gronden zijn meest zeer vruchtbaar, de tertiaire afzettingen minder.
1.3 Plantengroei en dierenwereld
Achter de door palmen omzoomde stranden, met hier en daar mangrove- en nipamoerassen, ligt weelderig tropisch bos, dat geleidelijk overgaat van regenwoud (met o.a. Dipterocarpaceae) in gemengd woud van altijdgroene bomen (eiken en dennen). De dierenwereld is rijk en gevarieerd, van apen, wilde zwijnen, herten en vleermuizen tot dwergbuffels ( 'tamarau') en dwergherten ( 'chevrotain'), krokodillen, pythons en hagedissen. Er zijn meer dan 700 soorten vogels, waaronder de apenarend. Talrijke soorten zijn in hun verspreiding beperkt tot de Filippijnen.
Flora en fauna worden zeer bedreigd door kaalslag van het oerwoud, ongebreidelde jacht en sociale onrust.

2. Bevolking
2.1 Samenstelling en spreiding
Fishermen at ZamboangaDe Filippino's, 80% van de bevolking, behoren tot het Maleise ras. Zij zijn in enkele volksverhuizingen de archipel binnengekomen. De belangrijkste Filippinogroepen zijn de Tagalog (25%) en de Visaya's. De islamitische Moro's vormen 5% van de bevolking en wonen op Mindanao, de Sulu-eilanden en Palawan. Chinezen maken 1% van de bevolking uit. Er zijn nog enkele duizenden AŽta, een dwergvolk, vnl. woonachtig op Luzon. Het dichtst bevolkt zijn Centraal-Luzon en de Visaya's (verzamelnaam voor de eilanden tussen Luzon en Mindanao); van overheidswege wordt migratie van het overbevolkte Luzon naar Mindanao aangemoedigd. Na Manila (1995 samen met Quezon City, Pasay en Caloocan de National Capital Region uitmakend; 7,9 miljoen inw.), zijn Davoa (850.000), Cebu (610.000) en Zamboanga (442.000) de grootste steden. De Filippijnen hebben een relatief jonge bevolking; ruim 37% van de bevolking is jonger dan 15 jaar, 48% is jonger dan 20 jaar. De bevolkingsgroei bedraagt gemiddeld 2,1% per jaar. De gemiddelde levensverwachting bij geboorte bedraagt 65 jaar. Ca. 44% van de bevolking woont in stedelijke gebieden.
2.2 Taal
Van de meer dan zeventig talen worden twee officieel erkend: het Filippino, sinds 1946 de nationale taal, en het Engels (ook handelstaal). Het Spaans wordt weinig meer gebruikt. Zie voorts Filippijnse talen.
2.3 Religie
Ca. 83% van de bevolking is rooms-katholiek; een kleine minderheid behoort tot het protestantisme (5, 4%). Onder invloed van het nationalisme ontstond in 1899 de Onafhankelijke Filippijnse Kerk van pater Aglipay die los van het Vaticaan staat, maar de rooms-katholieke liturgie handhaaft (2,6%). Er is een belangrijke moslimminderheid op de zuidelijke eilanden (in totaal 4,6%). Er zijn veel sekten en plaatselijke culten.

3. Bestuur en samenleving
3.1 Staatsinrichting
De grondwet van 1935, geamendeerd in 1946, werd in 1972 opgeschort. Een nieuwe grondwet, die een terugkeer naar Amerikaans model behelst, werd per referendum in 1987 bekrachtigd. Daarin is vastgelegd dat de president na een ambtstermijn van zes jaar niet herkozen kan worden. Verder kan een noodtoestand slechts 60 dagen duren en heeft de president, die ook regeringsleider is, niet het recht het parlement naar huis te sturen. Het parlement bestaat uit twee Kamers: een Senaat waarvan de 24 leden voor zes jaar gekozen worden (elke drie jaar de helft), en een Huis van Afgevaardigden waarvan 204 leden in directe verkiezingen gekozen worden en 50 leden, die maatschappelijke groepen vertegenwoordigen, worden benoemd.
3.2 Administratieve indeling
Het land is bestuurlijk verdeeld in 75 provincies, met aan het hoofd een direct gekozen gouverneur, een National Capital Region (Manila) en een Cordilleras Autonomous Region, een autonome regio voor de moslims op Mindanao en enkele steden die bestuurlijk buiten de provincies vallen ( 'highly urbanised cities'). Er is een 70-tal 'chartered cities', rechtstreeks onder gezag van de centrale regering.
3.3 Aansluiting bij internationale organisaties
De Filippijnen zijn lid van de Verenigde Naties en een aantal van haar suborganisaties, van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT), het Colombo-Plan en van het Verbond van Zuidoost-Aziatische Naties (ASEAN).
3.4 Politieke partijen en vakbeweging
De Filippijnse partijen zijn voor het overgrote deel geen programmapartijen, maar zijn sterk op de persoon gericht. Dit heeft tot gevolg dat er voortdurend coalitie- en lijstverbindingswisselingen plaatsvinden alsook talrijke partijsplitsingen. Sinds 1995 regeert de 'Regenboogcoalitie' van president Ramos (Lakas-NUCD-UMDP). De partij van voormalig president Aquino, de Macht van Democratische Filippijnen (LDP), sloot zich in 1994 hierbij aan, maar verliet de coalitie weer twee jaar later. Grootste vakbond is het Trade Union Congress of the Philippines (KMP-TUCP) met 1,5 miljoen leden.

4. Economie
4.1 Algemeen
Manila skyline with Rizal Park and Intramuros detailDe Filippijnse economie is een vrijemarkteconomie, waarin de agrarische sector nog een belangrijke rol speelt. Met een bruto nationaal product (bnp) van $ 960 (1994) per hoofd van de bevolking behoort het land tot de armere landen. De Filippijnse economie was en is uiterst gevoelig voor crisis door de grote afhankelijkheid van het buitenland. Aanwezigheid van buitenlandse beleggers neemt toe, enerzijds door de goedkope arbeidskrachten, anderzijds door het ontbreken van restricties voor het beleid van multinationale ondernemingen. Het merendeel van de bevolking is werkzaam in de agrarische sector, maar zowel de industrie als de dienstensector levert een grotere bijdrage aan het bnp. Verder is export van arbeid naar o.a. Arabische landen ťťn van de belangrijkste inkomstenbronnen. Er is sprake van grote verborgen werkloosheid, vooral op het platteland. Bovendien heeft zeker eenvierde van de beroepsbevolking geen permanent werk.
4.2 Landbouw; bosbouw
Bijna de helft van het totale bodemoppervlak bestaat uit cultuurgrond en een evenredig deel is met bos bedekt. Verantwoordelijk voor de geringe productiviteit van de landbouw zijn o.a. de te kleine bedrijven, het probleem van het grootgrondbezit (tweederde van de boeren bezit geen land) en verouderde landbouwmethoden. Zo wordt het zgn. caingin (ladang) nog steeds toegepast. De belangrijkste landbouwproducten zijn voedselgewassen (rijst, ananas, kokosnoten en maÔs). Voorts is er verbouw van suikerriet, kopra, abaca (manilahennep) en tabak. Na de invoering van nieuwe rijstvariŽteiten werden de Filippijnen, op bescheiden schaal, rijstexporterend. Zowel droge als natte rijstbouw (sawa-bouw op Luzon) komt voor. Filippijnse boeren moeten veelal het veld ruimen voor enorme plantages voor suikerriet, ananas en kokosnoten die eigendom zijn van buitenlandse ondernemingen. De Filippijnen zijn een van de grootste houtproducenten ter wereld. De roofbouw op de natuurlike bossen wordt afgeremd; er is meer aandacht voor herbebossing.
4.3 Mijnbouw
Het toegenomen belang van de mijnbouw is het gevolg van Amerikaanse kapitaalsinvesteringen. De exploitatie van natuurlijke hulpbronnen wordt bij de grondwet beperkt tot burgers en rechtspersonen van Filippijnse nationaliteit of tot ondernemingen met ten minste 60% Filippijns kapitaal: Amerikaanse burgers en ondernemingen zijn van deze bepaling vrijgesteld. De voornaamste delfstoffen zijn koper (meer dan 75% van de totale mijnbouwproductie), goud, nikkel, chroom, zilver, kobalt, lood, mangaan, zink en ijzer.
4.4 Energievoorziening
Van het totale energieverbruik neemt Manila en omgeving ca. 70% voor zijn rekening. Voor de levering van aardolie waren de Filippijnen vrijwel geheel aangewezen op de Arabische landen. Om deze afhankelijkheid te verminderen, wordt gestreefd naar uitbreiding van de productie van geothermische en waterkrachtenergie. Ook werkt men aan de ontwikkeling van niet-conventionele energiebronnen zoals biogas. Kolen (van slechte kwaliteit) en aardgas komen slechts in geringe hoeveelheden voor.
4.5 Industrie
De industrie is nog van weinig betekenis en vnl. geconcentreerd in Manila en omgeving. De nadruk ligt op de voedingsmiddelenindustrie en de fabricage van verbruiksgoederen uit geÔmporteerde halffabrikaten: suiker- en tabaksverwerkende fabrieken, rijstpellerijen, olieperserijen, cement- en houtindustrie. De meeste bedrijven zijn geheel of gedeeltelijk in bezit van buitenlandse ondernemingen die niet of nauwelijks belasting betalen.
4.6 Handel
De handelsbalans is vrijwel steeds negatief. De uitvoer bestaat voor 85% uit grondstoffen: hout, kopra, suiker, koperertsconcentraat; de invoer uit transport- en voedingsmiddelen, kapitaalsgoederen en olie. De voornaamste handelspartners zijn de Verenigde Staten en Japan. De schuld aan het buitenland (4 miljard dollar in 1975) is in 1994 opgelopen tot $ 39 miljard.
4.7 Economische planning en ontwikkelingssamenwerking
De economische planning berust bij de National Economical Development Authority (NEDA). Naast het meer algemene doel om de levensstandaard van de grote massa van de bevolking te verbeteren, beoogden vijfjarenplannen o.a. ook een meer evenwichtige regionale ontwikkeling en industrialisatie en een verbetering van de infrastructuur. Aan de nieuwe regering van Ramos is extra financiŽle hulp verleend en in samenwerking met het Internationaal Monetair Fonds is er een nieuw financieringsprogramma uitgewerkt. Het leeuwendeel van de hulpverlening, zowel economisch als militair, wordt door de Verenigde Staten verstrekt. Andere donorlanden zijn Japan, Duitsland en AustraliŽ.
4.8 Bankwezen
De centrale bank is de Central Bank of the Philippines (1948). Een aanzienlijk deel van het bankkapitaal is in handen van grote buitenlandse ondernemingen. Voorts zijn er talrijke handelsbanken, landbouwbanken en particuliere ontwikkelingsbanken.
4.9 Verkeer
Het belangrijkst is het interinsulaire vervoer en de kustvaart, met als centra Cebu en Manila. Er bestaan een noord-zuidspoorlijn op Luzon (San Fernando-Manila-Legaspi) en enkele lijnen op Panay en Cebu (totale spoorlengte 805 km). Het wegennet (ruim 160!000 km), doorgaans van matige kwaliteit, is het dichtst op Luzon. Er zijn drie luchtvaartmaatschappijen, waarvan Philippine Air Lines (PAL) de grootste is. Manila International Airport is de voornaamste luchthaven. Er is een groot aantal binnenlandse luchtverbindingen met een snel stijgend aantal passagiers.

5. Geschiedenis
5.1 Spaanse overheersing (tot 1898)
Over de oudste geschiedenis is weinig bekend. Er vonden met tamelijke regelmaat migraties van Maleise of aanverwante volken plaats en er waren na ca. 800 contacten met het Indonesische handelsrijk Sjriwidjaja en met Chinese en Arabische handelaars; de laatsten brachten de islam, die m.n. in de zuidelijke eilanden vaste voet kreeg. Er ontstonden grote en kleinere staatjes.
De eerste Europeaan die de Filippijnen bereikte, was Fern„o de Magalh„es, die er in 1521 sneuvelde. Na hem arriveerden verscheidene Spaanse expedities, als belangrijkste die van Legazpi, die in 1565 een eerste traktaat sloot met de Filippino's. Geleidelijk aan veroverden de Spanjaarden de gehele archipel, met uitzondering van het sultanaat Sulu. Dit ging gepaard met heftige strijd tegen de Filippino's, maar ook soms tegen Europese concurrenten als Engeland, Portugal en Nederland.
Economisch werd het land ondergeschikt gemaakt aan het moederland, een situatie die tot de onafhankelijkheid van Mexico in het begin van de 19de eeuw bleef bestaan. Er was een streng handelsmonopolie, dat tot 1837 werd gehandhaafd. Nationalistische tendenties deden zich in de tweede helft van de 19de eeuw voor. Een eerste opstand, in 1872, georganiseerd vanuit de Filippino-intelligentsia, werd onderdrukt; de tweede, eerst geleid door Bonifacio, later door Aguinaldo, werd doorkruist door de Spaans-Amerikaanse Oorlog van 1898. Tijdens die opstand fusilleerden de Spanjaarden de belangrijkste wegbereider van het nationale sentiment, de arts en schrijver Jose Rizal.
5.2 Amerikaanse invloed
In 1898 namen de Verenigde Staten de eilanden van Spanje over. Zij onderdrukten de opstand van Aguinaldo, maar stelden tegelijkertijd de onafhankelijkheid in het vooruitzicht en begonnen in snel tempo de Filippino's daarop voor te bereiden. In 1916 kregen de eilanden een grote mate van autonomie, die in 1934 werd uitgebreid. De Filippijnen kregen in 1935 een eigen regering: Manuel Quezon werd president. In 1942 veroverde Japan de Filippijnen. Het stelde een in naam onafhankelijke regering in, die bij het volk weinig aanhang vond: tegen Japan ontwikkelde zich een harde guerrilla, geleid door de links-georiŽnteerde Hukbalahaps. Na de herovering van de eilanden door de Amerikanen in 1944-1945 keerden de Hukbalahaps zich tegen de Verenigde Staten en tegen de Filippijnse elitegroepen die de dienst uitmaakten en dat ook bleven doen nadat het land op 4 juli 1946 onafhankelijk was geworden. De Verenigde Staten behielden in de Filippijnen een belangrijke economische en militair-strategische invloed. In 1947 werden tussen beide mogendheden verdragen gesloten die voorzien in Amerikaanse steun voor de opbouw van de strijdkrachten en in de vestiging van Amerikaanse marine- en luchtmachtbases. In 1951 volgde een verdrag van wederzijdse militaire bijstand.
5.3 Binnenlandse onlusten
Sinds 1946 waren er twee partijen, de Nacionalistas en de Liberalen, die weinig van elkaar verschillen (in 1972 verboden). Voor de boeren kwamen de Hukbalahaps op, maar die werden in 1954 door een combinatie van militaire maatregelen en beloften van agrarische hervormingen verslagen: de leiders werden gevangen genomen. Het uitblijven van werkelijke hervormingen op het platteland deed in de jaren zestig de agrarische onrust wederom opleven: op Luzon breidden zich de activiteiten uit van het New People's Army, de gewapende arm van de communistische partij. In ongeveer dezelfde tijd begon een opstandbeweging van moslims (Moro Nationaal Bevrijdingsfront, MNLF) in de zuidelijke eilanden, deels uit religieuze overwegingen, maar in belangrijker mate uit ontevredenheid over de achteruitzetting van hun gebieden vergeleken bij Luzon.
5.4 Bewind Marcos (1965-1986)
In 1965 werd Ferdinand Marcos president: hij werd in 1969 herkozen. In 1972, een jaar voor hij had moeten aftreden, kondigde hij de staat van beleg af, waardoor de grondwettelijke rechten werden opgeschort en het land in feite dictatoriaal werd bestuurd. In 1981 schafte Marcos de staat van beleg formeel af. Zijn autoritaire bewind bleef ongewijzigd. Na de moord op oppositieleider Benigno Aquino op 21 aug. 1983 verenigde de oppositie tegen de autoritaire president Ferdinand Marcos zich. De acties die ontstonden nadat Marcos de presidentsverkiezingen in 1986 had gefraudeerd, leidden tot de vlucht van Marcos naar HawaÔ en de erkenning van Corazon Aquino als de nieuwe president.
5.5 Periode na 1986
Zij begon met het vrijlaten van alle politieke gevangenen en startte onderhandelingen met islamitische en communistische guerrillabewegingen, die echter nagenoeg niets hebben opgeleverd. Voortdurend vonden er couppogingen om het regime van Aquino omver te werpen plaats. Een nieuwe grondwet, die een terugkeer naar Amerikaans model behelst, werd per referendum in 1987 bekrachtigd.
President Aquino werd in juni 1992 opgevolgd door Fidel Ramos, een neef van de vroegere president Marcos.
In hetzelfde jaar werd het verbod op de communistische partij ingetrokken. Met het vertrek van de laatste Amerikaanse troepen van de marinebasis Subic Bay kwam een einde aan de bijna honderdjarige aanwezigheid van Amerikaanse troepen in de Filippijnen. In 1993 keurde de Senaat de herinvoering van de doodstraf goed.
Het liberaliseringsbeleid leidde in 1993 nog niet tot economische groei van betekenis, maar in de jaren daarna werden wel successen geboekt. Voor de landbouw, die werd geconfronteerd met goedkope, agrarische importen, was de liberalisering nadelig.
De positie van president Ramos werd in 1995 versterkt door de overwinning van de door hem gevormde gelegenheidscoalitie van zijn eigen NUCD-partij en de voormalige oppositiepartij LDP, die echter een jaar later alweer uiteenviel. Van Ramos' belofte het corrupte politieapparaat te hervormen en de belastingontduiking aan te pakken kwam weinig terecht. In sept. 1996 werd de vrede getekend tussen Ramos en de separatistische moslimbeweging MNLF, waarmee een eind kwam aan bijna een kwart eeuw strijd op het zuidelijke eiland Mindanao die aan ten minste 50.000 mensen het leven had gekost. Een overgangsbestuur moet de voorbereidingen treffen voor een autonoom regionaal bestuur. (foto : Gloria Macapagal-Arroyo - huidige president van de Filippijnen)

Telefoongids Filippijnen
Postcodes
Filippijnen

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009