| |
Men
is het nog niet eens over de vraag bij welke orde de flamingo
ingedeeld zou moeten worden ingedeeld. Sommige wetenschappers
delen de flamingo in bij de orde van de reigerachtigen- of bij
de ganzen, weer anderen delen hem in bij de orde van de
regenfluiters of plevieren.
Flamingo's hebben sommige kenmerken met de reigerachtigen
gemeen, zo hebben ze bijvoorbeeld lange dunne poten en een slank
lichaam. Ze zoeken hun voedsel ook in ondiep water en staan
daarbij in de buurt van de oever.
De manier waarop ze hun voedsel vangen en het voedsel zelf
(kleine weekdieren, kreeften en algen) doen daarentegen meer aan
de gans denken.
Flamingo's hebben een dikke, gebogen snavel. De ondersnavel is
groot en wordt als een soort deksel door de bovensnavel bedekt.
De tong is eveneens goed ontwikkeld.
Bij het zoeken naar voedsel woelt de flamingo met zijn snavel in
het slik. Ze zuigen het water naar binnen en hun tong gaat op
zoek naar voedseldeeltjes. Bruikbaar voedsel wordt doorgeslikt,
het water wordt door hoornachtige lamellen aan de zijkanten van
de snavel weer naar buiten geperst.
Flamingo's zijn sociale dieren en leven vaak met duizenden
tezamen. Hun nesten liggen op ongeveer 30 cm hoge nestheuvels.
De vrouwtjes leggen meestal slechts 1 ei. De ouders voeren het
jong door vloeibaar gemaakt voedsel in de snavel van het kuiken
te laten vloeien. Het jong wordt gevoed tot zijn eigen snavel
volledig ontwikkeld is.
De vogels slapen op een bijzondere manier. De lange hals wordt
op de borst gelegd en ze strekken de kop naar achteren. De kop
wordt onder een vleugel verstopt. Daarbij staan ze op 1 poot en
deze draagt dus het hele lichaamsgewicht. De andere poot wordt
naar achteren gestrekt of tegen het lichaam aan getrokken.
Het verenkleed van de flamingo's is wit-roze tot roze-rood. Je
ziet ze vaak in dierentuinen. In gevangschap worden slechts
weinig jongen geboren. |
|
|
|
|
|
|