| |
De
fluiter of phylloscopus sibilatrix
Trekvogel
van april tot september. Kleiner dan een mus. Lange vleugels en
een korte staart. Vaak een zangvlucht van tak tot tak.
Verspreiding en woongebied : heel Europa. In het laagland vooral
in beukenbossen, maar ook wel in andere loofbossen, vaak met een
ondergroei van varens. Voortplanting : nestelt in een holvormig
nest op de grond. Vanaf medio mei worden de eieren gelegd - één
tot twee legsels - vijf tot zeven witachtige eieren, met bruine
en roodachtige vlekken. Het vrouwtje broedt dertien tot veertien
dagen en beide ouders verzorgen de jongen 11-12 dagen in het
nest. Voedsel : insecten en spinachtigen. |
|
|
|
|
|
|