| |
Ongeveer
350 jaar voor Christus
Iedereen zou logisch moeten
kunnen redeneren. De oude Griekse filosoof
Aristoteles stelde als eerste heldere regels vast om te kunnen
redeneren. Hij stelde, bijvoorbeeld, dat de redenering 'Vissen
kunnen zwemmen, ik kan zwemmen, dus ik ben een vis' onjuist is. Een
juiste redenering zou zijn 'Vissen kunnen zwemmen, ik ben een vis,
dus ik kan zwemmen'. Hij stelde ook vast dat de hele wetenschap
afhangt van enkele principes die zonder bewijs aannemelijk en dus
waar waren. Zijn regels voldeden zo goed dat men eeuwenlang aannam
dat er niets meer aan toe te voegen was. Veel van zijn ideeën over
logica zijn nog steeds van wetenschappelijk belang.
|
|
|
|
|
|