header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Gabon

 

Terug naar overzicht Afrika >>

 



Gabon (officieel: République Gabonaise), republiek in equatoriaal Afrika, 267.667 km2, met (schatting 1994) 1.139!000 inw. (4,3 inw. per km2); hoofdstad: Libreville (420.000 inw.). Munteenheid is de CFA franc, onderverdeeld in 100 centimes. Nationale feestdag is 17 augustus, Onafhankelijkheidsdag.

1. Fysische geografie
rose du gabonVanaf de ca. 800 km lange kustlijn aan de Atlantische Oceaan strekt zich een tot maximaal 200 km brede kustvlakte uit, waar meren, mangroven en kustsavannen het landschap bepalen. Van daar af beginnen de met dicht, tropisch regenwoud begroeide plateaus, op hoogten tot 600 m, die in het noorden overgaan in de Monts de Cristal (tot 950 m) en in het zuiden in de Monts du Chaillu (tot 1366 m). Gabon omvat vrijwel het gehele stroomgebied van de ca. 1200 km lange rivier de Ogooué, die vanuit het noordoosten gevoed wordt door de Ivindo en vanuit het zuiden door de N'Gounié. Gabon heeft een vochtig tropisch klimaat met neerslagwaarden tussen 1600 en 3000 mm per jaar. De lange regentijd duurt van januari tot mei, de korte van september tot december. De dierenwereld is die van het tropisch regenwoud met o.a. gorilla's, olifanten, buffels, enz. Geringe bevolkingsdruk en een groot oppervlak maken dat de fauna van Gabon nog weinig bedreigd wordt.

Domaine de la Nyonie, gabon
 

2. Bevolking
De bevolkingsdichtheid is gering. Ongeveer de helft van de bevolking woont in de steden Libreville (40% van de bevolking leeft in deze stad), Port Gentile en Franceville. Vanaf de jaren zeventig heeft een grote trek plaatsgevonden naar de steden. Ook de ca. 60.000 politieke vluchtelingen uit Equatoriaal Guinee hadden zich voornamelijk in de hoofdstad gevestigd. Buiten de grote steden Libreville, Port Gentil (schatting 1994: 72.000 inw.), Franceville (42.000) en Lambarene (35.000) komen de hoogste bevolkingsconcentraties voor in het landbouwgebied in het noorden en in het oostelijke mijnbouwgebied rond Moanda. Dun bevolkt zijn het midden en noordoosten van het land. Gabon wordt bewoond door een veertigtal volken, die verschillende Bantoetalen spreken. De grootste etnische groepering vormen de Fang of Pangwe (ca. een derde van de totale bevolking); zij wonen vooral in het noorden. Voorts zijn te noemen de Adouma, de Eshira, de Kota en de Okande. Als oerbewoners worden de pygmeeën (1%) beschouwd. De gemiddelde bevolkingsgroei bedroeg in de periode 1990-1995 1, 46% per jaar. De gemiddelde levensverwachting bij geboorte bedraagt 58 jaar voor vrouwen, 52 jaar voor mannen. Officiële taal is het Frans; daarnaast worden de eigen bantoetalen gesproken. Naar schatting is ca. 60% van de bevolking christen (52% rooms-katholiek en 8% protestants), 1% is islamiet, de rest (ca. 40%) belijdt traditionele Afrikaanse religies.

Parc de la Lékédi
 

3. Bestuur en samenleving
Volgens de grondwet van 1991 is Gabon een presidentiële republiek. Staatshoofd is de president, die voor vijf jaar direct gekozen wordt. Hij heeft naar democratische maatstaven uitzonderlijke volmachten: niet alleen is hij staatshoofd, opperbevelhebber der strijdkrachten en benoemt en ontslaat hij de ministers, hij mag ook het parlement ontbinden en nieuwe verkiezingen uitschrijven. De wetgevende macht berust grondwettelijk bij het parlement, dat bestaat uit 120 leden, die voor vijf jaar worden gekozen. Stemrecht is er voor alle Gabonezen van 21 jaar en ouder. In april 1990 werden de tot dan ondergronds actieve politieke partijen gelegaliseerd, maar nog steeds maakt de voormalige eenheidspartij, de Parti Démocratique Gabonais (PDG), de dienst uit. De belangrijkste oppositiepartijen zijn de Parti Gabonais du Progrès (PGP), de Rassemblement National des Bûcherons (RNB) en de Mouvement de Redressement National (MORENA). De PDG werd ontbonden en vervangen door de Rassemblement démocratique et social du Gabon (RDSG). In 1969 zijn de twee bestaande vakbonden samengevoegd en geïntegreerd in de Confédération Syndicale Gabonaise (COSYGA). Oppositioneel is de Confédération Gabonaise des Syndicats Libres (CGSL).
Administratief is het land verdeeld in negen provincies.
Gabon is lid van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE), de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, de Centraal-Afrikaanse Douane- en Economische Unie (UDEAC), de Verenigde Naties en de OPEC. Voorts is Gabon geassocieerd lid van de EU.

4. Economie
De betrekkelijke welvaart berust op de aanwezigheid van vele delfstoffen; bij de exploitatie echter speelt het buitenland, m.n. Frankrijk, een belangrijke rol. In tegenstelling tot de meeste Afrikaanse landen speelt de landbouw in Gabon een ondergeschikte rol (slechts 8% van het Bruto Nationaal Product). De voedselproductie, in de eerste plaats kleinschalige landbouw (grondnoten, bananen, maniok) kan de eigen behoeften niet dekken. Sinds het vijfjarenplan van 1971 wordt getracht de voedselimport te beperken en de verbouw van exportproducten (cacao, palmolie, koffie en aardnoten) te stimuleren. Ook uitbreiding van de veestapel wordt aangemoedigd. Het aandeel van de commerciële landbouw en veeteelt blijft echter klein. De oudste bron van inkomsten is die van de kap van vooral okouméhout, waarvan Gabon vrijwel het wereldmonopolie bezit (80% van het land is bedekt met bossen; na Kongo heeft het land het grootste bosbestand van Afrika). Als deviezenbron neemt het hout de tweede plaats in, ook al wordt deze bedreigd door uitputting van de wouden in de kustgebieden en door de moeilijke bereikbaarheid van het binnenland. Van veel groter belang voor de economie is de winning van aardolie (voor de kust van Port Gentil en in het zuiden; Rabi-Kounga), die een aandeel van 65% in het bnp heeft. Onder de Afrikaanse olieproducenten neemt Gabon de vijfde plaats in. De reserves worden op 85 miljoen ton geschat. Aardgas wordt nog nauwelijks geëxploiteerd. Bij Bélinga in het noorden bevindt zich een van de grootste ijzerertsreserves ter wereld (ijzerertsgehalte: 65%), die in exploitatie genomen kon worden sinds de voltooiing van het noordelijke tracé van de Trans-Gabonspoorlijn. In centraal Gabon wordt sedert 1961 uraan gewonnen bij Mounana en sinds 1962 mangaan (waarmee Gabon als derde op de wereldranglijst staat) bij Moanda; ook daar is voor vergroting van de productie de Trans-Gabonspoorlijn van groot belang. De bijdrage van de industrie aan het bnp is groot (ruim 50%), ondanks een geringe binnenlandse afname, een tekort aan gespecialiseerde arbeidskrachten, hoge productiekosten en een ontoereikende infrastructuur. Te noemen zijn de productie van voedings- en genotmiddelen, textiel, metaalverwerking, cement, olieraffinage en houtverwerkende industrie. De uitbouw van de industrie is sterk afhankelijk van buitenlandse investeringen en knowhow. Het tekort aan arbeidskrachten wordt opgevangen door contractarbeiders uit geheel Franstalig Afrika. Energie wordt geleverd door thermo- en hydro-elektrische centrales (in 1985 736 miljoen kWh). De export bestaat vnl. uit olie (waarvan het land in toenemende mate afhankelijk wordt: 82% van de export in 1994), mangaan, uraan en hout; de import uit voedingsmiddelen, textielproducten, machinerieën, transportmiddelen, chemische en farmaceutische producten. Veruit de belangrijkste handelspartner is Frankrijk, tevens de grootste leverancier van ontwikkelingshulp. Het land worstelt nog steeds met een grote schuldenlast ($ 3967 miljoen in 1993) als gevolg van de enorme investeringen die het ontsluiten van het binnenland en het opzetten van een eigen voedsel-, elektriciteits- en industriële productie met zich brengt, maar heeft het schuldenpercentage van 33 in 1978 weten terug te brengen tot 10,4 in 1994. De belangrijkste banken zijn de Banque gabonaise de Développement, de Banque des États de l'Afrique Centrale en de Banque Internationale pour le Commerce et l'Industrie du Gabon (vnl. Frans kapitaal). Met internationale steun is in 1974 begonnen met de Trans-Gabonspoorlijn, die in 1987 voor een deel gereedkwam, hoewel flink vertraagd door financieringsmoeilijkheden. Het wegennet is ruim 7000 km lang, maar slechts 614 km is geasfalteerd en het binnenland is nauwelijks ontsloten. De bouw van verkeerswegen wordt bemoeilijkt door het reliëf van het landschap en de vele neerslag die nieuwe wegen, vooral in het tropisch regenwoud, wegspoelt. De belangrijkste waterweg is de Ogooué, over een lengte van 350 km bevaarbaar; de belangrijkste zeehavens zijn Port Gentil en Libreville met de diepzeehaven Owendo; bouw van een ertshaven in Awendo en uitbouw van de haven Mayoumba zijn gepland. Het luchtverkeer neemt in het moeilijk begaanbare land een grote plaats in. Libreville, Port Gentil en Franceville hebben een internationale luchthaven; verder zijn er ruim 65 vliegvelden (veelal landingsstrips). Air Gabon verzorgt het nationale en internationale verkeer.

5. Geschiedenis
Gabon werd ontdekt door de Portugezen in 1470, maar pas in 1842 door de Fransen bezet. Tussen 1856 en 1865 werd het geëxploreerd door Paul de Chaillu. Tot 1890 werd het Gabonie of France Équatoriale genoemd. Het gebied werd uitgebreid door de ontdekkingsreizen van de Brazza. In 1910 werd het met Midden-Kongo, Oubangui-Chari en Tsjaad verenigd tot Frans Equatoriaal Afrika. In 1945 werd het een deel van de Union Française en in 1960 onafhankelijk. In febr. 1964 werd de eerste president, Léon M'Ba, door een militaire
Gabon president staatsgreep ten val gebracht, maar door Franse interventie in zijn functie hersteld. M'Ba schakelde de oppositie uit. Hij overleed 28 nov. 1967 en werd opgevolgd door Albert-Bernard (later: Omar) Bongo (zie foto rechts), die sindsdien onafgebroken president is geweest. Van 1968 tot 1990 was Gabon een eenpartijstaat. In april 1990 werd een meerpartijenstelsel ingevoerd en in september en november van datzelfde jaar werden parlementsverkiezingen gehouden. De tot dan toe regerende Parti Démocratique Gabonais behaalde met 63 van de 120 zetels de meerderheid. De oppositie meende dat er stembusfraude was gepleegd. In nov. 1990 presenteerde president Bongo de tweede regering-Mba, een regering van nationale eenheid, waarin de PDG eenderde van de posten hield en de vijf grootste oppositiepartijen een plaats hadden. In juni 1991 werd deze regering vervangen door de derde regering-Mba. Mba trad ook bij de vorming van een nieuwe regering in maart 1994 als premier op. Nadat de Nationale Vergadering op 5 juli 1993 een volgens de oppositie antidemocratische verkiezingswet had aangenomen, besloot de oppositie zich uit de Nationale Vergadering terug te trekken. Een overheidscampagne tegen illegale vreemdelingen bracht begin 1995 een massale uittocht van buitenlanders op gang.

Telefoongids Gabon
Postcodes Gabon

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009