header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Gambia

 

Terug naar overzicht Afrika >>

 

Gambia (officieel: Republic of the Gambia, kortweg: The Gambia), republiek in West-Afrika, lid van het Britse Gemenebest, 11.295 km2, met (schatting 1995) 1.081.000 inw. (96 inw. per km2); hoofdstad Banjul. Munteenheid is de dalasi (D), verdeeld in 100 butut. Nationale feestdag is 18 februari, Onafhankelijkheidsdag.


Baobab1. Fysische geografie
Gambia bestaat uit een smalle strook land van ca. 10 km breedte aan weerszijden van de rivier de Gambia over een lengte van 400 km. De regenval bedraagt 1200 mm, waarvan 50% in augustus. De gemiddelde temperatuur bedraagt 25 įC; de dagelijkse schommelingen zijn zeer groot. In de droge tijd (november-juni) waait dikwijls de harmattan, een droge, met stof beladen wind uit de Sahara. De vogelwereld is zeer rijk geschakeerd.

2. Bevolking
De bevolking van Gambia groeit met 3, 3% per jaar; 44% van de bevolking is niet ouder dan 15 jaar. De gemiddelde levensverwachting bij geboorte is 41 jaar voor mannen, 45 jaar voor vrouwen. Ca. 77% van de bevolking woont op het platteland. Gambia wordt vnl. bewoond door vijf Soedanvolken: de Mandingo (43%), de Fulani (18%), de Wolof (13%), de Djola en de Sarakole (beide 7%). Ruim de helft van hen spreekt naast de eigen stamtaal de officiŽle taal, het Engels. Ook het Frans wordt veelvuldig als handels- en omgangstaal gebruikt. 90% van de bevolking is islamiet (overwegend soennieten), nog geen 10% christen.



3. Bestuur en samenleving
Volgens de grondwet van 1996 berust de wetgevende macht bij de volksvertegenwoordiging, bestaande uit 50 leden, van wie 36 direct gekozenen, 9 benoemde leden en vijf apart gekozen stamhoofden. De uitvoerende macht berust bij de voor vijf jaar direct gekozen president. Tot de staatsgreep van 1994 was de People's Progressive Party verreweg de grootste en in feite enige politieke partij. In 1996 werd het meerpartijenstelsel weer ingevoerd, maar de belangrijkste oppositiepartijen waren van de parlementsverkiezingen uitgesloten; ook kregen ze geen toegang tot de staatsradio en -televisie. Administratief is het land verdeeld in 36 districten en zes provincies; Banjul vormt een afzonderlijke administratieve eenheid. Gambia is aangesloten bij de Verenigde Naties en een aantal van haar suborganisaties, de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE), de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (ECOWAS), het Internationaal Monetair Fonds en bij het Britse Gemenebest. Voorts is het geassocieerd lid van de EU.

4. Economie
De economie steunt op de cultuur van grondnoten die ca. 20% van de export uitmaken, en op inkomsten uit toerisme (12% van het bnp). Met steun van vnl. Britse ontwikkelingsgelden wordt getracht de productiemethoden te verbeteren en de verbouw van andere gewassen aan te moedigen. De nadruk ligt op de ontwikkeling van de landbouw en irrigatie van de moerassen rond de Gambiarivier. Visserij en visverwerking is van toenemende betekenis. Illegale visserij door buitenlandse trawlers vormt een probleem. Rijst (volksvoedsel) moet grotendeels worden ingevoerd. Afgezien van kaolien beschikt Gambia over enig tin en zirkoon. Voor de energievoorziening is men grotendeels afhankelijk van import. Men is begonnen met het ontwikkelen van waterkracht in de rivier de Gambia. De industrie beperkt zich nog tot het verwerken van landbouwproducten en het vervaardigen van eenvoudige consumptiegoederen (o.a. frisdranken, jenever, schoenen en textiel). De handelsbalans is nog steeds negatief. Behalve een hoge inflatie (in de periode 1985-1994 10,9%) en de grote buitenlandse schuld ($ 419 miljoen in 1994) behoort ook de grote werkloosheid (1994: 26%) tot de onopgeloste problemen van het land. Voornaamste handelspartners zijn Senegal (ook smokkelhandel), Groot-BrittanniŽ, Frankrijk, de Verenigde Staten en China. Het toerisme heeft een grote ontwikkeling doorgemaakt. Negatieve effecten echter zijn de toenemende prostitutie en drugshandel en een handelstekort als gevolg van de invoer van producten die door de toeristen worden geconsumeerd. Er zijn slechts vier bankinstellingen: de centrale bank staat in Banjul. Voor de zeevaart is alleen de haven Banjul aan de monding van de rivier de Gambia van belang; de rivier is vooral belangrijk voor de binnenvaart. Van de wegen (2386 km in totaal) is 750 km het gehele jaar door te berijden. Luchthaven is Yundum, nabij Banjul.

5. Geschiedenis
Het gebied behoorde in de 10de en 11de eeuw tot het Ghanarijk. In de 13de eeuw werd het in het Malirijk opgenomen. In de 15de eeuw werd de rivier de Gambia geŽxploreerd door Portugezen, die er in de 16de eeuw handel dreven (vooral in slaven en goud). In 1618 kreeg een Engelse 'Company of Adventurers of London Trading into Africa' een charter voor handel op Gambia en de Goudkust. In 1662 bouwden de Engelsen een fort en sindsdien werd hun invloed in deze gebieden sterker. In 1678 ging het charter over op de Royal Africa Company. Gedurende de gehele 18de eeuw is er voortdurend tussen Engelsen en Fransen gestreden om de heerschappij over de gebieden tussen Senegal en Gambia. In 1821 werd de Africa Company ontbonden en kwam Gambia onder de gouverneur van Sierra Leone (tot 1843). In 1888 werd het een aparte kolonie. Op 18 febr. 1965 werd deze oudste en laatste Britse bezitting in West-Afrika onafhankelijk lid van het Gemenebest. In 1970 werd de republiek uitgeroepen. President, tevens regeringsleider, werd Sir Dawda Kairaba Jawara; hij is tevens voorzitter van de People's Progressive Party. In 1982, 1987 en 1992 werd hij na volksstemming herkozen. In 1981 ondernamen Gambianen, met het doel een sociale revolutie te ontketenen, een couppoging, die Jawara echter met hulp van Senegalese troepen verijdelde. In 1994 kon hij echter niet voorkomen dat hij na een staatsgreep van jonge militairen onder leiding van Yayah Jamneh werd afgezet. Jamneh beloofde terugkeer naar een burgerregering. In aug. 1996 keurde de bevolking in een referendum de nieuwe grondwet goed die dat mogelijk maakte. Jamneh, die in sept. 1996 de presidentsverkiezingen won (waarvan drie partijen waren uitgesloten), ontbond vervolgens de militaire raad en stelde een overgangregering in.
Door zijn ligging als enclave in Senegal is Gambia op nauwe samenwerking met dit land aangewezen (1967: associatieverdrag). In 1976 werden de grenzen tussen beide landen opnieuw vastgesteld en tussen 1982 en (sept.) 1989 vormden ze een statenbond. De confederatie Senegambia werd echter opgeheven als gevolg van de verslechterde relaties tussen Senegal en Gambia. (foto rechts : de huidige president)

Telefoongids Gambia
Postcodes Gambia

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009