header insecten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Geelgerande
waterroofkever

 
   



Grootte : 27-35 mm. Langgerekt-ovaal lichaam. Halsschild en dekschilden afgezoomd met een overal even brede gele band. Ook de onderzijde van het lichaam is geelbruin. Geslachten zijn totaal verschillend. Bij het mannetje zijn de drie eerste geledingen van de voorpoten verbreed en onderaan bezet met een grote, een kleine en ongeveer 160 minuscule zuignappen, die als grijporgaan dienst doen bij de paring. Het oppervlak van de dekschilden is zwartgroen en glad, terwijl het wijfje groenbruin is en gegroefde dekschilden heeft.
Verspreiding : talrijkste en meest verspreide soort van het geslacht Dytiscus; bijna in heel Europa. Voorkeur voor stilstaand en langzaam stromend water met veel waterplanten. Leeft ook in vennen en brak water.
Geelgerande waterroofkevers kunnen zeer goed zwemmen en vliegen. Bij het duiken regelen ze hun gewicht door water op te nemen in de endeldarm. Daar verzamelen ze ook verteringsrest, die bij gevaar in het water uitgescheiden worden.
Jeugdstadia : vroeg in de zomer komen de roofzuchtige larven uit. Hun poten en laatste achterlijfsegmenten zijn bedekt met zwemharen. Met hun manibels (tangachtige monddelen) grijpen ze hun prooi : insectenlarven, waterpissebedden, dikkopjes en kleine vissen. Afhankelijk van de temperatuur van het water ontwikkelen de larven zich in vier tot twaalf weken tijd. In hun derde stadium zijn ze 60 tot 80 mm. lang. Om zich te verpoppen komen ze aan land, waar ze een popwieg maken. Na ongeveer twee tot vier weken komt de jonge kever uit de pop om te overwinteren.
 
   

Footer worldwidebase



uw eigen startpagina


copyright WorldwideBase 2005-2009