| |
De
gierzwaluw of apus apus
Geen andere vogel brengt zoveel tijd in de lucht door als deze
gierzwaluw. Na de broedtijd komt hij niet weer op de grond voor
hij het volgende jaar terugkeert naar zijn nest, na in de lucht
gepaard te hebben. Op zomeravonden verzamelen ze zich in grote
zwermen en cirkelen hoog de lucht in tot ze uit het zicht
verdwenen zijn. Ze brengen de nacht door in een soort halfslaap,
drijvend op de wind en gaan pas naar beneden als het licht
wordt.
Kenmerken
Opvallend slanke vleugels; een egaal donker verenpak en een
korte, gevorkte staart. Lengte : 16,5 cm. De gierzwaluw
onderscheidt zich van de boerenzwaluw en huiszwaluw door zijn
korte, gevorkte staart en lange, sikkelachtig gevormde vleugels.
Geluid
Een schreeuwend 'srie'. Ook tsjirpen ze in het nest.
Voedsel
Gierzwaluwen eten voornamelijk kleine vliegende insecten en
spinnen die aan de herfstdraden hangen. Ze jagen in groepen
boven meren om daar zwermen muggen te vangen. In koude en natte
perioden verdwijnen de vliegende insecten. De zwaluwen zijn dan
genoodzaakt om lange afstanden te vliegen om voedsel te vinden.
Nest
Het nest is een ondiep kuiltje van gras, bladeren en veren,
vliegend in de lucht verzameld en aangesmeerd met speeksel. U
kunt het nest ontdekken in gaten van oude gebouwen en onder
daklijsten, als een vogel ernaartoe vliegt en weer wegscheert.
De jongen groeien snel. Bij slecht weer, als er weinig voedsel
voorhanden is, kunnen de jonge vogels in een soort verstijfde
toestand lang zonder voedsel; zij overbruggen zo deze perioden
tot de temperatuur weer stijgt.
Broedgegevens
Laat mei tot augustus - één legsel - twee of drie witte eieren -
broedtijd : 20-22 dagen (beide partners) - vliegvlug : na vijf
tot zeven weken; zelfstandig vanaf het moment van vliegen. |
|
|
|
|
|
|