Brachytron pratense - familie glazenmakers/Aeschnidae. Een
klein lid van de groep der eigenlijke libellen (55-65 mm). Het
borststuk is opvallend behaard, met op de flanken twee schuin
verlopende dunne zwarte strepen op een gele achtergrond. Het
achterlijf is zwart met blauwe (bij het mannetje) of geelgroene
vlekken (bij het wijfje).
Verspreiding : verspreid in het laagland, maar gaat overal
achteruit. Geeft de voorkeur aan stilstaand water in rivierbeemden,
met een dichte oeverbegroeiing. Vliegtijd van begin mei tot half
juli. De wijfjes zetten hun eieren zittend op waterplanten af,
zonder aanwezigheid van de mannetjes.
Jeugdstadia : de platte larven zitten dicht tegen riethalmen
aangedrukt. Het duurt meestal drie jaar voordat ze volwassen zijn.