| |
De
goudvink of pyrrbula pyrrbula
Een ontmoeting met een goudvinkman zult u niet gemakkelijk
vergeten. De prachtige dieproze borst, gitzwarte kap en
helderwitte stuit maken hem tot één van de mooiste tuinvogels
die we in ons land hebben. Het vrouwtje is wat minder opvallend
gekleurd. Hij is niet erg schuw en leeft in de winter vaak in
familieverband, in groepjes. Het favoriete goudvinkmenu in de
winter bestaat uit zaden, maar als die voorraden uitgeput zijn,
zal hij onder andere aan de knoppen van uw fruitbomen of krent
komen peuzelen.
Kenmerken
Het mannetje heeft een dieproze onderkant; het vrouwtje is
grijzer. Lengte : 14,5 cm.
Voedsel
Goudvinken eten meestal zaden van de es en berk, bessen,
brandnetel en braam, maar ze knabbelen ook op de knoppen van de
bomen. Tijdens de broedperiode worden je jongen met insecten
gevoerd.
Wintervoedering
Goudvinken eten soms pinda's en verschillende zaden.
Nest
In tegenstelling tot veel andere tuinvogels blijven de paartjes
het hele jaar trouw bij elkaar. In het voorjaar neemt het
mannetje de leiding bij het kiezen van een nestplaats. Hij leidt
het vrouwtje naar aantrekkelijke plekjes in een dichte heg of
den, waarna zij het fijne nest bouwt van kleine takjes en
wortels.
Broedgegevens
Maanden april tot augustus - twee legsels - vier tot zes
paarsgestreepte, groenblauwe eieren - broedtijd : veertien
dagen, door het vrouwtje - vliegvlug : na 12-16 dagen; twee tot
drie weken later zelfstandig. (foto : jong) |
|
|
|
|
|
|