Deze
vlinder komt voor in India, Sri Lanka, China, Japan, Filipijnen,
Maleisië en Indonesië. Opmerkelijk zijn de reeks vlekjes rand de
vleugelranden. Mannetjes hebben opvallende geurstrepen op de
vleugels. Het is een snelle en nerveuze vlieger. Vrouwtjes
leggen de eitjes op planten uit de families Annonaceae en
Lauraceae, van die laatste vooral op de kamferboom Cinnamomum.
Rupsen rusten overdag bovenop de bladeren en zijn dan nauwelijks
te zien. De poppen zitten tegen de onderkant van een blad, soms
ook op stammen en takken van naburige bomen.