header vogels

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Grauwe klauwier

 
   
  De grauwe klauwier of lanius collurio
Trekvogel van mei tot september. Kleiner dan een spreeuw. De tekening op de kop van het mannetje lijkt op die van de klapekster; onmiskenbaar is echter het roodbruin op de rug en de bovenvleugels, wat bij het vrouwtje valer van kleur is. Op de wittige onderkant van het vrouwtje staan donkere halve manen getekend, en bij het mannetje zijn die rozewit. De lange staart is bij het vrouwtje bruin, bij het mannetje zwart, met witte zijden in de bovenste helft. Jonge vogels zijn aan boven- en onderkant tamelijk donker geschubd. Grauwe klauwieren zitten over het algemeen op hogere plaatsen; bij opwinding draaien ze de staart heen en weer. Verspreiding en woongebied : in heel Europa als  broedvogel voorkomend, behalve in het westen van Groot-Brittannië en het noorden van Scandinavië. Overal teruglopend in aantal. Weiden en velden met struiken en hagen. Een voorkeur voor enigszins verwilderde, droge, zonnige hellingen met doornige struiken, ook veen- en heidegebieden. Voortplanting : het nest wordt één tot drie meter hoog in de struiken of bomen gemaakt. Eén legsel - tussen midden mei en begin juni worden de vijf tot zes zeer gevarieerd gekleurde eieren gelegd. Het vrouwtje broedt 14-16 dgen, wordt door het mannetje gevoederd en een enkele keer afgelost. Na twaalf tot zestien dagen vliegen de jongen uit, maar worden nog zeker drie tot vier weken door de beide ouders gevoerd. Voedsel : grote insecten, soms reptielen en ook jonge vogels.
 
   

Footer worldwidebase



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009