|
Grote Oceaan of Stille
Oceaan, grootste van de oceanen, 165,2 miljoen km2 (32% van de
aardoppervlakte, incl. randzeeën 35%), tot 11.030 m diep. Vasco Núñes de
Balboa trok in 1513 over de landengte van Panama en zag als eerste
Europeaan de nog onbekende zee, die hij ‘Zuidzee’ noemde. Fernão de
Magalhães, die in 1520/1521 deze oceaan overstak, noemde hem de ‘Stille
Oceaan’. De naam ‘Grote Oceaan’ is afkomstig van de Fransman Buache
(1700–1773). In het Angelsaksische taalgebied spreekt men van Pacific
Ocean (= Vreedzame, Stille Oceaan) of kortweg van Pacific; een gebruik
dat ook in andere talen is doorgedrongen (Fr.: Pacifique, Duits: Pazifik,
Spaans en Ital.: Pacífico).
1. Begrenzing
Natuurlijke grenzen worden gevormd door de kusten van de continenten
Noord- en Zuid-Amerika, Azië, Australië en Antarctica. De kortste lijn
over de Beringstraat vormt in het noorden de grens met de Noordelijke
IJszee, die oceanografisch wordt gerekend tot de Atlantische Oceaan.
Bezuiden Australië wordt als grens met de Indische Oceaan aangenomen de
meridiaan van de Zuidkaap van Tasmanië (147° O.L.); bezuiden
Zuid-Amerika loopt de grens met de Atlantische Oceaan van Kaap Hoorn
(67° W.L.) naar King George Island (South Shetland Islands) en vandaar
naar Grahamland (Antarctica). Alle zeeën in de Indonesische Archipel,
samen vormende de Austraal-Aziatische Middelzee, worden tot de Grote
Oceaan gerekend. De begrenzing met de Indische Oceaan loopt over de
kortste verbindingslijnen door de zeestraten tussen Malakka, Sumatera,
Java en de Nusatenggara en van de zuidpunt van Timor in zuidoostelijke
richting naar Australië (Kaap Londonderry).
Langs de kusten van de continenten treft men, meestal van de open oceaan
gescheiden door eilandenguirlandes, een aantal bijzeeën aan, rand- of
binnenzeeën: de Golf van Californië, de Beringzee, de Zee van Ochotsk,
de Japanse Zee, de Oost-Chinese Zee met de Gele Zee, de Zuid-Chinese Zee
met de Golf van Thailand, de Austraal-Aziatische Middelzee, de
Arafurazee, de Koraalzee en de Tasmanzee. Een deel van de Antarctische
Oceaan behoort formeel tot de Grote Oceaan.
2. Zeestromingen
De oppervlaktestroming voert onder invloed van de overheersende winden
en de aardrotatie een circulatie uit volgens een patroon dat in de drie
grote oceanen gelijkvormig is (zie zeestroming), maar dat in de Grote
Oceaan het zuiverst tot stand komt. De Koero Sjio of Japanstroom met de
Noord-Pacifische Stroom is o.a. wat betreft de invloed op het klimaat
vergelijkbaar met de Golfstroom in de Atlantische Oceaan. Koude stromen
zijn: Oja Sjio (van Kamtsjatka naar Japan), Californiëstroom en
Perustroom. In beide laatstgenoemde stromen treedt onder de kust
opwelling van koud dieptewater op, hetgeen plaatselijk een sterke
invloed heeft op het klimaat. De oppervlaktestromen reiken in de regel
(uitgezonderd de Koero Sjio) niet dieper dan 100 tot 200 m. De
stromingen in de diepzee zijn gedeeltelijk analoog aan die in de
Atlantische Oceaan, met dit verschil dat het dieptewater voor een groot
deel via de Indische Oceaan uit de Atlantische Oceaan afkomstig is. |