header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Guinea

 

Terug naar overzicht Afrika >>

 


 

Guinea (officieel: République de Guinée), republiek in West-Afrika, 245.857 km2, met (schatting 1996) 6.770.000 inw. (27,5 inw. per km2); hoofdstad: Conakry. Munteenheid is de Guinee-franc, onderverdeeld in 100 centimes.
Nationale feestdag is 2 oktober, Onafhankelijkheidsdag.
 

1. Landschap
Guinee is landschappelijk in drie zones te verdelen: a. Basse-Guinée, de kustvlakte, met een lage en door vele kleine rivieren doorsneden kust, met een tropisch klimaat, een tropische vegetatie en een grootste hoogte van 1800 m (Kakoulima); b. Moyenne-Guinée, omvattend de Fouta Djalon (600 tot 1500 m hoog), met minder bosbedekking; c. Haute-Guinée, waar de hoogten van de Fouta Djalon zich verliezen in uitgestrekte vlakten met savanneklimaat en schaarse savannenvegetatie. Voor de kust liggen vele kleine eilanden, o.a. de Îles de Los.
De dierenwereld weerspiegelt de landschappelijke indeling. In het bekende Mount Nimba reservaat, dat voor drievierde in Guinee (en verder in Liberia en Ivoorkust) ligt, komen vele soorten apen, duikers, enz. voor.

Oury Diallo and Djindhini Kante have not heard from their husband since he went abroad three months ago2. Bevolking
De grootste etnische groepen zijn de Fulani (ca. 40%), woonachtig in de hooglanden van Midden-Guinee, de Malinké (ca. 26%) in Opper-Guinee, de Soussou (ca. 11%) in het kustgebied en de Kissi (ca. 6,5%) in de bossen. De grootste steden zijn Conakry, Kankan, Labé en Kindia. Tussen 1990 en 1994 nam de bevolking jaarlijks met 3,1% toe. 57% van de bevolking is jonger dan 21 jaar. In de periode 1958-1984 zochten ca. 2 miljoen Guineeërs om economische redenen een woonplaats in de naburige landen. Hoewel de trek naar de stad toeneemt, woont slechts 30% in de steden. De officiële taal is het Frans; voorts zijn acht inheemse talen tot nationale taal verklaard. Ca. 85% van de bevolking is islamitisch (soennieten) en ca. 1% christelijk (overwegend rooms-katholiek); het overige deel is animist.

3. Bestuur en samenleving
3.1 Staatsinrichting
Volgens de nieuwe grondwet van 1991 is Guinee een presidentiële republiek, waarin de drie machten gescheiden zijn, een meerpartijenstelsel is ingevoerd, alsmede een parlement dat uit één Kamer bestaat waarvan de 114 leden direct voor vijf jaar worden gekozen. De uitvoerende macht berust bij de president, die over aanzienlijke volmachten beschikt, zodat achter een democratische façade de dictatuur gewoon wordt voortgezet. In hem is verenigd het ambt van staatshoofd, regeringsleider en opperbevelhebber der strijdkrachten, hij benoemt de regeringsleden en kan de noodtoestand uitroepen. Hij wordt in directe verkiezingen voor een periode van vijf jaar gekozen.
3.2 Administratieve indeling
Het land is verdeeld in vier 'supraregio's', die corresponderen met de belangrijkste geografische en etnische gebieden: Guinée-Maritime; Moyenne-Guinée; Haute-Guinée en Guinée-forestière. De regio's zijn weer onderverdeeld in 29 provincies. Lokale volksraden en dorpshoofden vormen de basis van het bestuur in de dorpen.
3.3 Lidmaatschap van internationale organisaties
Guinee behoorde tot de oprichters van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE, mei 1963), is lid van de Verenigde Naties (sinds 1958) en een aantal van haar suborganisaties, van de Islamitische Conferentie (OIC), van de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Landen (ECOWAS) en van de Lomé-conventie. Voorts is het geassocieerd lid van de EU.
3.4 Partij- en vakbondswezen
Tot 1984 stond Guinee onder de heerschappij van de door Sékou Touré geleide staatspartij Parti Démocratique de Guinéenne (PDG). Daarna waren tot 1991 partijen verboden. De sterkste partij is die van president Conté, de Parti de l'Unité et du Progrès (PUP). Belangrijkste oppositiepartijen zijn het Rassemblement du Peuple Guinéen (RPG), de Parti pour le Renouveau et le Progrès (PRP) en de Union pour la Nouvelle République (UNR). Belangrijkste koepelorganisatie van vakbonden is de Conféderation des Travailleurs de Guinée (CTG).

4. Economie
De landbouw, waarin meer dan 70% van de beroepsbevolking werkzaam is, draagt slechts voor 24% bij aan het bruto nationaal product (bnp). Landbouwproducten (rijst, maniok, gierst, rietsuiker) dienen vooral voor de zelfvoorziening van de boerenbevolking; voor de export worden koffie, bananen, aardnoten en ananas verbouwd. Invoer van voedingsmiddelen is noodzakelijk. Slechts eenvierde van het totaaloppervlak wordt voor de landbouw gebruikt; 57% bestaat uit bos. Veehouderij wordt in de Fouta Djalon nomadisch bedreven. Visvangst op de oceaan en in de rivieren van Opper-Guinee is van economisch belang. Guinee is rijk aan bodemschatten, vooral bauxiet (ca. eenderde van de wereldvoorraad), dat geëxploiteerd wordt bij Bokay, Kindia en Ayekoe, en ijzererts (op het Kaloumschiereiland bij Conakry en in het Nimbagebergte). De activiteiten in de goud- en diamantindustrie (resp. bij Siguiri in het noorden en bij Kissidoegoe in het zuiden) die eind jaren zeventig gestaakt waren als gevolg van diefstal en smokkel, zijn in 1980 hervat. De exploitatie van ijzererts in de Mount Nimba is door de oorlog met Liberia vertraagd. Voorraden amber, kobalt, magnesium en uranium zijn opgespoord. In offshore-velden wordt naar aardolie gezocht. Een potentieel belangrijke energiebron is waterkracht, die echter bijna uitsluitend gebruikt wordt voor de aluminiumfabricage. De grootste centrale staat bij Fria, tevens centrum van de aluminiumindustrie. Voor het merendeel wordt brandhout als energiebron gebruikt. De roofbouw van brandhout en het ontginnen van bosbestand leiden echter tot aanzienlijke bodemerosie en een bedreiging van het ecologisch evenwicht. Verdere industriële activiteiten (slechts 5% van het bnp) zijn zeer beperkt. De laatste jaren kent Guinee steeds een overschot op de handelsbalans, dat echter telkens onvoldoende is om de groeiende schuldenlast te dekken. De belangrijkste handelspartners zijn Frankrijk en de Verenigde Staten. De voornaamste exportartikelen zijn bauxiet (53% van de totale export; Guinee is op een na de grootste bauxietexporteur ter wereld), aluminium (18% van de totale export), koffie en tropische vruchten. Geïmporteerd worden vooral textiel, aardolie, voedingsmiddelen en machines.
Op het gebied van economische planning en ontwikkelingssamenwerking heeft Guinee aansluiting gezocht bij het Westen, met name bij het IMF. Het wegennet omvat 15!550 km, maar de kwaliteit is slecht (slechts 10% geasfalteerd). Spoorwegverbindingen lopen van Conakry naar Kankan (662 km) en naar Fria (143 km; uitbreiding van dit net naar Bougouni in Mali is gepland); voorts zijn er enkele spoorlijnen voor het transport van mijnbouwproducten. Er zijn vliegvelden te Conakry en Kankan.

5. Geschiedenis
5.1 Koloniale periode
De belangrijkste voorkoloniale staat op het grondgebied van het huidige Guinee werd in 1725 door de islamitische Fulani in het hoogland Fouta Djalon gesticht. In het begin van de 19de eeuw toonden de Fransen belangstelling voor het gebied en tussen 1848 en 1865 sloten ze verdragen met de kustvolken. In 1881 werd in Fouta Djalon het Franse gezag door de emir van de Fulani aanvaard. Tussen 1881 en 1886 werden met Engelsen, Portugezen en Duitsers overeenkomsten gesloten waarbij de grenzen werden vastgelegd. Guinee behoorde eerst administratief bij Senegal, maar werd in 1890 een aparte kolonie, eerst Rivière du Sud, later Guinée française genoemd. In 1895 werd de kolonie deel van het Gouvernement-generaal van Frans West-Afrika.
5.2 Onafhankelijkheid
Toen de regering-De Gaulle in 1958 het Franse koloniale rijk in een gemeenschap van autonome staten omvormde, en daarover referenda liet houden, was Guinee de enige staat die zich voor onmiddellijke en volledige onafhankelijkheid uitsprak. Het werd een republiek met Achmed Sekou Touré als president. Alle Franse economische hulp werd stopgezet. O.a. Ghana kwam Guinee te hulp met een lening en een gebaar van solidariteit in de vorm van een unie tussen de twee landen, die echter geen werkelijkheid werd. In 1960 vormde Guinee met Ghana en Mali de Unie van Afrikaanse staten, die in 1963, na de oprichting van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE), werd ontbonden. Vanaf 1960 verbeterden de betrekkingen met Frankrijk geleidelijk aan. Met Senegal, Mali en Mauritanië richtte Guinee in 1968 de Organisatie van Oeverstaten van de Senegal op, die bevordering van economische, sociale en culturele samenwerking beoogde. Deze organisatie viel in 1971 uiteen als gevolg van een conflict tussen Senegal en Guinee, waaraan ten grondslag lag de door president Sekou Touré aan het adres van Senegal uitgebrachte beschuldiging, dat in dat land de zwarte huurlingen door Portugese officieren waren opgeleid, die in nov. 1970 vanuit zee en vanuit Portugees Guinee zijn land waren binnengedrongen. De aanval werd afgeslagen. Op grond van de bevindingen van een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties kwam de Veiligheidsraad tot de conclusie dat Portugal verantwoordelijk was voor de aanval. Het conflict met Senegal werd na bemiddeling door de OAE in mei 1972 beëindigd, maar in 1973 verbrak Senegal opnieuw de betrekkingen, nadat Sekou Touré dit land en Ivoorkust van inmenging in binnenlandse aangelegenheden had beschuldigd. Eerst in 1978 werden de verhoudingen met beide landen genormaliseerd. In 1978 werd Guinee tot een revolutionaire volksrepubliek geproclameerd, gebaseerd op het socialisme, maar strevend naar samenwerking met zowel socialistische als kapitalistische staten.
5.3 Na de dood van Sekou Touré (1984)
Lansana ConteNa de dood van Sekou Touré (1984) stortte het door hem opgebouwde politieke systeem ineen. Een militaire junta nam de macht over; president werd kolonel Lansana Conté. Ondanks vervolging en terechtstelling van de vertegenwoordigers van het oude regime, zag Conté, inmiddels ook regeringsleider geworden, zijn populariteit bij de bevolking sterk groeien. In 1985 ondernam kolonel Traoré een (mislukte) couppoging. In 1989 kondigde Conté binnen vijf jaar de overgang naar een meerpartijenstelsel aan.
Bij de eerste presidentsverkiezingen met een meerpartijensysteem in dec. 1993 behaalde Conté als kandidaat van de Parti de l'Unité et du Progrès (PUP) een absolute meerderheid. Bij de parlementsverkiezingen van juni 1995 bereikte de PUP eenzelfde resultaat. De belangrijkste oppositiepartijen weigerden echter hun zetels in het parlement in te nemen uit protest tegen de naar hun mening frauduleuze verkiezingen.
In de loop van 1996 brak er driemaal muiterij uit onder de militairen. In juli benoemde president Conté foto) voor het eerst een premier, de technocraat Sidia Touré.

Telefoongids Guinee
Postcodes Guinee

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009