header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Haïti

 

Terug naar overzicht Noord-Amerika >>

 

Haïti (officieel: République d'Haiti), republiek in het Caribische gebied, op het westelijk deel van het eiland Hispaniola, 27.750 km2, met (schatting 1995) 7.035.000 inw. (254 inw. per km2); hoofdstad: Port-au-Prince.
Tot Haïti behoren enige eilanden, waarvan het Île de Gonâve (660 km2) in de Golf van Gonâve en het Île de la Tortue (180 km2) in de Atlantische Oceaan de grootste zijn. Munteenheid is de gourde, verdeeld in 100 centimes. Nationale feestdag is 1 januari, Onafhankelijkheidsdag.

Haiti Map

1. Landschap
Vier oost-west lopende bergketens, die een voortzetting zijn van de gebergten in de Dominicaanse Republiek, bepalen het reliëf; van noord naar zuid: het Massif du Nord, de Montagnes Noires, de Chaîne des Matheaux en de Montagnes de Trou d'Eau, en in het zuiden het Massif de la Selle (Morne de la Selle, 2680 m), naar het westen voortgezet in het Massif de la Hotte (Morne Macaya, 2347 m). Tussen het Massif du Nord en de Montagnes Noires ligt een savannehoogland, het Plateau Central; de Plaine de l'Artibonite tussen de Montagnes Noires en de Chaîne des Matheaux is de grootste laagvlakte. Tussen de Atlantische Oceaan en het Massif du Nord ligt in het noordoosten een vruchtbare kustvlakte, de Plaine du Nord; ten oosten van Port-au-Prince ligt de Plaine du Cul-de-Sac. Kleinere laagvlakten zijn de Plaine de l'Arbre in het noordwesten en de Plaine des Cayes in het zuidwesten. De belangrijkste rivieren zijn de Artibonite (280 km), die in de Dominicaanse Republiek ontspringt, en Les Trois Rivières (102 km) in het noordwesten. Het Étang Saumâtre, 25 km ten oosten van Port-au-Prince, is het grootste meer (170 km2); ten westen hiervan ligt het Trou Caiman, en in het zuiden het Étang de Miragoâne.

2. Bevolking
Van de bevolking is ca. 80% van Afro-Caribische afkomst; mulatten maken 15 tot 20% uit. De jaarlijkse bevolkingstoename bedraagt 2%; geboorte- en sterftecijfer in 1990: resp. 41 en 13‰; de sterfte van kinderen jonger dan één jaar bedroeg 117‰. De levensverwachting bij geboorte wordt geschat op 57 jaar. Ca. 69% van de bevolking woonde in 1994 op het platteland. De grootste steden waren in 1986 Port-au-Prince (800.000 inw.), Cap Haïtien (92.000), Gonaïves (63.000) en Les Cayes (36.500).
De officiële taal is het Frans, dat slechts door 10% van de bevolking wordt gesproken; de meerderheid spreekt Haïtiaans, een Creools-Frans, dat volgens de grondwet een gelijke status heeft als het Frans. Officieel is ca. 80% van de bevolking formeel lid van de Rooms-Katholieke Kerk. De uit Afrika geïmporteerde magisch-spiritistische Voodoo-cultus (ook officieel erkend in de grondwet van 1987), die zich met allerlei elementen uit de rooms-katholieke eredienst heeft vermengd, is zeer verbreid (70%). Het aantal protestanten wordt geschat op 10% van de bevolking.

3. Bestuur en samenleving
Haïti is volgens de grondwet van 1987 een presidentiële republiek. De wetgevende macht (het parlement) bestaat uit twee Kamers, het Huis van Afgevaardigden (83 zetels) en de Senaat (27 zetels). De president wordt direct gekozen voor een periode van vijf jaar. De belangrijkste politieke partijen zijn de Organisation Politique Lavalas (OPL), de Mouvement Ouvrir Paysan (MOP) en de Parti Louvri Baryè (PLB). Als een gemeenschappelijk front (het Plateforme Politique Lavalas; PPL) beschikken de drie partijen sinds de verkiezingen van 1995, over 68 zetels in het Huis van Afgevaardigden en 17 zetels in de Senaat.
Tot de buitenlandse betrekkingen van Haïti behoort het lidmaatschap van de Verenigde Naties en van een aantal van haar suborganisaties, van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) en van het Sistema Económico Latinoamericana (SELA).
De sociale en economische situatie is zeer slecht te noemen. Haïti was in het midden van de jaren tachtig het armste land van het westelijk halfrond en is nog steeds een der armste landen van Latijns-Amerika. Veel Haïtianen (2 miljoen) werken in de Dominicaanse Republiek als seizoenarbeider. Anderen zijn naar de steden getrokken, waar zij veelal onder de armoedigste omstandigheden leven. Er is traditioneel een belangrijke emigratie van de beter opgeleide burgers naar de Verenigde Staten en Europa; zo werken er meer Haïtiaanse artsen in Canada dan op Haïti zelf. In het laatste decennium is een dramatische uittocht van de arme bevolking op gang gekomen. Bootvluchtelingen hebben met duizenden hun toevlucht gezocht in de Verenigde Staten, Canada en binnen de Caribische regio.

4. Economie
Productie en verwerking van landbouwproducten vormen de basis van de economie. In 1993 was ca. 62% van de beroepsbevolking werkzaam in de landbouw. In dat jaar bedroeg het aandeel van de landbouw in het bruto nationaal product (bnp) 44% en van de industrie en de bouwnijverheid 12%. De economische groei bedroeg in de periode van 1984 tot 1986 gemiddeld nog geen 0, 4%; tussen 1990 en 1994 kromp de economie jaarlijks met 8,1%. Het bnp per hoofd van de bevolking nam af met 1,1% per jaar. Van het totale landoppervlak was in 1996 ongeveer 32% in gebruik voor landbouw en veehouderij, hoewel niet meer dan eenderde werkelijk geschikt is voor landbouw. Koffie is het belangrijkste landbouwproduct. Ruim 90% van de koffieproductie is afkomstig van veelal zeer kleine bedrijven (kleiner dan 2 ha). Van belang zijn verder de verbouw van suiker (enkele grote plantages bij Port-au-Prince), tropisch fruit, rijst (irrigatielandbouw, vooral in de Artibonitevlakte) en katoen (in het Gonaïvesdal). Koffie, suiker en tropisch fruit zijn vooral bestemd voor de export. Droogtes, erosie door te intensief grondgebruik, gebrek aan irrigatie, lage prijzen en een slechte infrastructuur hebben een negatieve invloed op de productie en dwingen tot grotere invoer van levensmiddelen (50% van de totale consumptie). De veehouderij (vooral varkens en runderen) is van ondergeschikt belang. De veelal primitieve visserij (tonijn, kreeft en garnalen) levert een geringe bijdrage aan de voedselvoorziening. Als gevolg van jarenlange roofbouw zijn grote oppervlakten van het bosareaal verdwenen; herbebossing wordt overwogen, maar inmiddels lijkt de erosie onomkeerbaar. De houtexploitatie levert overwegend brandhout.
De aangetoonde voorraden goud, zilver, koper, platina, tin, nikkel, mangaan, ijzer en bruinkool worden geen van alle geëxploiteerd. De winning van bauxiet in de buurt van Miragoâne door de Noord-Amerikaanse maatschappij Reynolds is in 1983, na een periode van 40 jaar, gestaakt. In 1992-1993 produceerde Haïti 420,8 miljoen kW elektriciteit. Het grootste gedeelte wordt in waterkrachtcentrales opgewekt. De meerderheid van de bevolking is voor haar energievoorziening echter afhankelijk van houtskool.
De industriële productie voor de binnenlandse markt vindt veelal plaats in kleine, traditionele bedrijven, en omvat voedingsmiddelen (meel, plantaardige oliën en vetten), schoeisel en cement. Naar schatting 50!000 arbeiders zijn werkzaam in de industrievestigingen die voor de wereldmarkt produceren (o.a. textiel, leerwaren, meubels, elektrische en elektronische producten en sportartikelen). Deze bedrijven, aangetrokken door de lage lonen en het gunstige investerings- en belastingklimaat, vormen in feite een buitenlandse 'enclave' op Haïtiaans grondgebied.
Landbouwproducten leveren ongeveer eenderde van de totale uitvoerwaarde, terwijl geassembleerde producten als textiel en elektronica steeds belangrijker worden (69%). De voornaamste invoerproducten zijn voedingsmiddelen, aardolie en raffinageproducten, auto's en andere transportmiddelen en bouwmaterialen. De Verenigde Staten zijn veruit de belangrijkste handelspartner, gevolgd door de EU, Japan en Canada. De handelsbalans is al jaren negatief.
De Banque de la République d'Haïti, vanouds een handelsbank met daarnaast de rol van fiscaal agent voor de overheid, is sinds 1934 in handen van de staat en fungeert tevens als centrale bank. De buitenlandse schuld in 1994 bedroeg $ 870 miljoen.
Economische planning en ontwikkeling. In de afgelopen decennia is het overheidsbeleid gericht geweest op het aantrekken van buitenlandse, m.n. Amerikaanse bedrijven. Dit beleid is betrekkelijk succesvol geweest, maar heeft de agrarische crisis niet kunnen compenseren. Pogingen om met buitenlandse hulp de zelfvoorzienende landbouw een gezondere basis te geven zijn mislukt.
Van het zeer onderontwikkelde wegennet (3700 km) is slechts ca. 700 km geasfalteerd. De belangrijkste verbinding is de weg van Port-au-Prince naar Cap Haïtien. De spoorlijnen zijn in 1990 definitief opgeheven. De belangrijkste haven is Port-au-Prince; voorts is van belang Cap Haïtien (koffie-export). Tussen de meeste steden is vliegverkeer (veelal in kleine vliegtuigen) mogelijk; de internationale luchthaven bij Port-au-Prince is geschikt voor de grootste vliegtuigen.

5. Geschiedenis
1492-1934
Het westelijk deel van het op 6 dec. 1492 door Christophorus Columbus (links) ontdekte eiland Hispaniola (rechts) werd door de Spanjaarden ontruimd ten gevolge van de komst van Nederlandse, Engelse en vooral Franse filibustiers (1625), weldra gevolgd door Franse kolonisten. De al in 1512 begonnen slavenhandel werd uitgebreid en maakte een groei van de plantagelandbouw mogelijk. De eigen geschiedenis van deze eilandhelft kreeg haar beslag door de overgang in Franse soevereiniteit bij de Vrede van Rijswijk (1697). De Franse Revolutie bracht de kleurlingen die rechtsgelijkheid eisten in opstand (1791).
Hierna volgde een rebellie van de slaven. Er ontstond een burgeroorlog, waarbij ook Frankrijk en Engeland betrokken waren. De opstandige slaven onder leiding van Toussaint-Louverture en later Dessalines behaalden de overwinning. In 1804 werd de Republiek Haïti uitgeroepen, de tweede republiek (na de Verenigde Staten van Amerika) op het westelijk halfrond. Dessalines' opvolger, president Christophe (1807), later koning (1811), werd door een tegenregering in het zuiden en westen onder Pétion (1807) niet erkend. Diens opvolger Boyer breidde in 1822 zijn gezag over het gehele eiland uit. Na zijn val (1843) scheidde de nu gevormde Dominicaanse Republiek zich definitief af (1844). De republiek werd nog eenmaal 'keizerrijk' onder Faustin I Soulouque (1849). Geïsoleerd van de wereld verviel Haïti in een steeds toenemende chaos. In 1915 volgde een militaire interventie door de Verenigde Staten die tot 1934 duurde.

1934-1986
Van 1934 tot 1941 kon president Vincent zich handhaven, van 1941 tot 1946 Elie Lescot en van 1946 tot 1950 Dumaisais Estimé. Financiële desorganisatie maakte dat deze president in 1950 moest wijken voor nieuwe groepen politici en militairen. President Paul Magloire trachtte de economische toestand te verbeteren en tegelijk de rechten van boeren en georganiseerde arbeiders te eerbiedigen. Zijn ambtstermijn was 6 dec. 1956 afgelopen; hij werd gedwongen af te treden en werd opgevolgd door Joseph Nemours, president van het Hooggerechtshof. Op 7 febr. 1957 werd Frank Sylvain voorlopig president (tot 2 april 1957). Daarna wisselden militaire junta's en voorlopige presidenten elkaar af. Op 22 sept. 1957 werd François Duvalier ( 'Papa Doc'), een voormalige plattelandsarts, tot president gekozen. Hij slaagde er snel in een dictatoriale positie op te bouwen door de bevoorrechte positie van de mulatten en het leger te breken. Zijn familieleden gaf hij belangrijke posten en hij richtte een persoonlijke militie op, de gevreesde Tontons Macoutes. Behalve op terreur steunde zijn bewind op de Voodoo-cultus. De economische en sociale ontwikkeling van het land werd echter verwaarloosd. In juni 1964 liet hij zich tot 'president voor het leven' uitroepen. De relaties met de Verenigde Staten verslechterden; president Kennedy schortte zelfs de economische hulpverlening op. In de tweede helft van de jaren zestig haalde Washington de banden weer aan.
Op 21 april 1971 overleed François Duvalier, enkele maanden nadat hij zijn twintigjarige zoon, Jean-Claude Duvalier ( 'Baby Doc'), tot zijn opvolger als president voor het leven had aangewezen. Met het doel Haïti uit zijn isolement te halen en de relaties met de Verenigde Staten te verbeteren werd een zekere liberalisering doorgevoerd, en kreeg een aantal politieke gevangenen amnestie. De verhouding met dat land verslechterde evenwel spoedig, vnl. door de nadruk van de regering-Carter op de mensenrechten. Het verzet tegen het bewind duurde echter voort, o.l.v. de Rooms-Katholieke Kerk met haar radiostation Radio Soleil. In 1984 braken massale (voedsel)rellen uit in verschillende steden. Mede onder druk van de Verenigde Staten zegde Duvalier concessies toe, maar dit bleek te laat. Series van stakingen en rellen in 1985 en begin 1986 dwongen Duvalier uiteindelijk te vluchten naar Frankrijk (7 febr. 1986) met meeneming van tientallen miljoenen dollars.

Eind jaren tachtig en de jaren negentig
Sindsdien is Haïti verwikkeld in een moeizaam en onzeker democratiseringsproces. Een interimregering o.l.v. generaal Namphy nam de macht over. De uitgeschreven verkiezingen van nov. 1987 liepen uit op een bloedige mislukking, omdat de oude machthebbers en de Tontons Macoutes de verkiezing van een burgerpresident wilden verhinderen. Uiteindelijk werden in jan. 1988 (frauduleuze) verkiezingen gehouden. De christen-democraat Leslie Manigat, gesteund door het leger, werd tot president gekozen. Manigat stelde zich echter onafhankelijker op dan verwacht en werd binnen een half jaar door het leger ten val gebracht. Namphy benoemde zich opnieuw tot president, maar werd kort daarna afgezet door de militair Prosper Avril (1988). Na massale stakingen en protesten van de bevolking en de verenigde oppositie werd Avril in maart 1990 gedwongen af te treden. Hij werd opgevolgd door een interim-(burger)president, Ertha Pascal-Trouillot, de eerste vrouwelijke president in de geschiedenis van Haïti. Bij opmerkelijk rustige verkiezingen in dec. 1990 werd de linkse priester Jean-Bertrand Aristide met 70% van de stemmen tot de nieuwe president gekozen. In sept. 1991 werd Aristide door het leger gearresteerd, maar kon dankzij druk van buitenlandse ambassades het land verlaten. In de maanden na de staatsgreep vonden ca. 1500 burgers de dood. Tijdens zijn ballingschap bleef Aristide, met hulp van o.a. de OAS, zich verzetten tegen de nieuwe machthebbers. Steeds slaagden zij erin zijn terugkeer tegen te houden.
In okt. 1994 kon Aristide met behulp van de Verenigde Staten terugkeren. Bij de parlementsverkiezingen van aug. en sept. 1995 verwierf de door aanhangers van Aristide opgerichte Politieke Organisatie Lavalas (OPL) een meerderheid in zowel het Huis van Afgevaardigden als in de Senaat. Begin 1996 volgde René Préval president Aristide op, waarmee voor het eerst sinds het land in 1804 onafhankelijk werd een gekozen president de macht overdroeg aan zijn gekozen opvolger.
De in maart 1996 beëdigde premier Rony Smarth verklaarde prioriteit te zullen geven aan verhoging van de landbouwproductie, stimulering van de ambachtelijke sector, basisonderwijs en alfabetisering.

Haiti anno 2004
Een "nachtmerrie" en een "ramp". Zo omschrijft de voorzitter van de Haïtiaanse bisschoppen-conferentie, aartsbisschop Hubert Constant, de situatie in het land op 9 maart 2004.
Vooral in de hoofdstad Port-au-Prince wordt volgens de aartsbisschop veel brandgesticht, gedood en geplunderd. Ook in de noordelijke regio veroorzaakten de rellen volgens hem een tiental doden. "Instellingen en winkels zijn geplunderd en in brand gestoken."
De aartsbisschop meent dat het aantal slachtoffers moeilijk te bepalen is. Toeschouwers spreken over ongeveer honderd doden sinds het uitbreken van de rellen op 10 februari. Materiële schade wordt geschat op 1 miljard dollar.

Wat is er begin dit jaar (2004) gebeurd ?
Jean-Bertrand Aristide (zie foto rechts), de eerste democratisch verkozen president van Haïti sinds Duvalier in 1957 aan de macht kwam, ontvluchtte zondagochtend 29 februari 2004 dit Caraïbische eiland. In een Amerikaans vliegtuig werd hij via de Dominicaanse Republiek naar de Centraal-Afrikaanse Republiek gevlogen.
Enkele weken al was het duidelijk dat Aristide niet aan de macht zou kunnen blijven. Maandenlange manifestaties van de oppositie en het oprukken van rebellen in het noorden van Haïti sinds begin februari leidden tot een climax. Dit resulteerde in escalerend straatgeweld en een internationale druk op Aristide om af te treden.
Het politieke vacuüm leidt tot chaos, geweld en plunderingen
Na het vertrek van Aristide is de politieke situatie in Haïti nog onduidelijker geworden. In de door de rebellen gecontroleerde steden wordt het vertrek van Aristide uitbundig gevierd, maar in steden waar Aristide veel aanhang heeft weigeren gewapende aanhangers zich over te geven. In de hoofdstad Port-au-Prince reageren zijn aanhangers woedend. Tweederde van de volwassenen is werkloos, het gemiddeld maandloon bedraagt € 30: de verleiding om te plunderen in een machtsvacuüm is groot. Overal in de stad worden winkels, ziekenhuizen, overheidsgebouwen en schepen met humanitaire hulpgoederen geplunderd en gebouwen in brand gestoken. Daarbij komt het geregeld tot schietpartijen tussen plunderaars en politie. Tegenstanders van Aristide bestormen de gevangenis en laten gevangenen vrij. Er vinden veel afrekeningen plaats. Onder de bevolking stijgt de paniek. Duizenden proberen te vluchten, vele buitenlanders worden geëvacueerd. Omwille van de noodsituatie wordt een avondklok ingesteld. De voorraden zijn geblokkeerd en prijzen van voedsel en brandstof stijgen enorm. Konvooien met noodhulp geraken niet of nauwelijks ter plaatse. Er is grote behoefte aan veilige transportmogelijkheden.
Stilaan keert er een kwetsbare rust terug. Scholen en banken zijn weer open; vernielde supermarkten werden opgelapt en het verkeer veroorzaakt weer files. Nog regelmatig zijn er plunderingen, woelige betogingen en schietpartijen. Vooral in stadsdelen waar de gewapende aanhangers van Aristide nog actief zijn, blijft het erg onrustig. Haïtiaanse politie en buitenlandse militairen beginnen met de inbeslagname van wapens.
Hoeveel doden er tijdens de onlusten in Port-au-Prince gevallen zijn is niet duidelijk. Officieel spreekt men van een 100-tal, maar de Pan-Amerikaanse Volksgezondheidsorganisatie PAHO liet weten dat alleen al in Hôpital Général bijna 200 lijken liggen. Uit een andere bron vernamen we dat het om meer dan 1.000 slachtoffers gaat en dat er in Titanyen (even buiten de hoofdstad) een massagraf met 700 lijken is.
Het platteland is grotendeels in handen van gewapende benden o.l.v. voormalige officieren. Het blijft afwachten of die vaak onderling rivaliserende milities op termijn niet opnieuw voor onrust zorgen.
Diezelfde zondag, 29/2, arriveert een internationale troepenmacht om enkele strategische plaatsen te beschermen. Haïti heeft lang op deze troepenmacht moeten wachten. Na bijna 3 weken van geweld waren Canada en Frankrijk overtuigd, maar de VN-Veiligheidsraad en de VS talmden. De soldaten vormen de voorhoede van een internationale vredesmacht die de komende maanden de orde moet helpen herstellen en humanitaire hulp verlenen.
Er is een nieuwe politiechef benoemd: de in de VS opgeleide voormalige baas van de kustwacht Leonce Charles. Die vervangt Jocelyne Pierre, een vertrouwelinge van Aristide. De politiemacht zal getraind worden door de VS en werkt samen met de internationale troepenmacht die moet aangroeien tot ongeveer 5.000 militairen. Momenteel zijn er ongeveer 2.300 militairen aanwezig, waarvan 1.500 Amerikanen. Daarnaast ook Fransen, Canadezen en Chilenen. Een missie van de VN bereidt de komst van blauwhelmen voor die op 1 juni de controle zullen overnemen van de nu aanwezige troepen.
Opperrechter Boniface Alexandre is, zoals voorzien in de grondwet, benoemd tot interim-president. De grondwet vraagt om instemming van het parlement, maar dat is onmogelijk omdat het ambtstermijn van de parlementariërs op 11 januari afliep. Aristide regeerde sindsdien per decreet. Boniface is lid van de Lavalas-partij van Aristide. Hij werkte 25 jaar als advocaat op de Franse ambassade, is nadien lid van het Hof van Beroep en wordt er in 2000 voorzitter van.
Na een 10-tal dagen wordt een nieuwe premier aangesteld die Yvon Neptune, een vertrouweling van Aristide, zal opvolgen. Gerard Latortue (foto) is advocaat-econoom en heeft jaren voor de VN gewerkt in Afrika. De vraag is of de Haïtianen Latortue wel zullen erkennen, want hij verbleef de voorbije 45 jaar slechts sporadisch in zijn land.
Haïti heeft sinds 17 maart 2004 een nieuwe regering van 13 ministers en 6 staatssecretarissen. Het zijn grotendeels technocraten die aanleunen bij de oppositie, geen van hen is verbonden aan een politieke partij. Ex-generaal Abraham – de man die vele rebellen graag op de post van eerste minister hadden gezien - wordt minister van Binnenlandse Zaken. Buitenlandse Zaken gaat naar de economist Siméon. En de rechtsgeleerde Gousse krijgt Justitie en Openbare Veiligheid. Opvallend is dat er geen leden van Aristide’s partij Lavalas benoemd zijn. Het ziet er naar uit dat de arme Haïtiaan, het gros van de bevolking, na 14 jaar poging tot democratie haar stem kwijt is. Premier Latortue werd hierom in binnen- en buitenland bekritiseerd. Er wordt gevreesd dat het uitsluiten van de Lavalas-partij tot meer verdeeldheid onder de bevolking zal leiden.

Persbericht van 5 april 2004
Volgend jaar (2005) verkiezingen in Haiti
In de loop van 2005 zullen in het Latijns-Amerikaanse land Haiti verkiezingen worden georganiseerd. Daartoe hebben de verschillende politieke partijen en vertegenwoordigers van de bevolking een "politiek akkoord" gesloten. Dat zei de eerste minister Gérard Latortue tijdens een persconferentie die hij samen met de Amerikaanse Buitenlandminister Colin Powell hield ter gelegenheid van diens -korte- bezoek aan Port-au-Prince.
"De nieuwe president kan ten laatste op 7 februari 2006 in functie treden", luidt het. Net op die datum verloopt het mandaat van ex-president Jean-Bertrand Aristide. Powell was maandag in Haiti voor een kort bezoek van 1 dag. Het was voor het eerst sinds 1998 dat een Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken een bezoek bracht aan Haiti én het eerste bezoek van een hoge politiek verantwoordelijke sinds de val van Aristide. Powell sprak in Haiti onder meer met vertegenwoordigers van de overgangsregering van Latortue over de "terugkeer van de stabiliteit" in het land. Op 29 februari verliet Aristide het land na wekenlange onlusten.

Telefoongids Haiti
Postcodes
Haiti

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009