| |
Haviken,
vormen de betrekkelijk grote, goed afgegrensde onderfamilie
Accipitrinae van de roofvogelfamilie Havikachtigen. Het zijn
snelle jagers met afgeronde vleugels. Het wijfje is groter dan
het mannetje. Haviken maken grote horsten. Meestal broedt het
wijfje op de drie tot vijf witte, bruingevlekte eieren; het
mannetje brengt haar het voedsel op het nest. Haviken maken in
hoofdzaak jacht op kleine zoogdieren en vogels. Zij doden hun
prooi met de klauwen.
Soorten en verspreiding
De gewone havik (Accipiter gentilis; vroeger veel voor de
valkenjacht gebruikt) is een niet zeldzame broedvogel in het
oosten en zuiden van Nederland en in België. In de jaren zestig
verdween de havik – als gevolg van het overvloedig gebruik van
DDT – vrijwel geheel als broedvogel uit Nederland. Sinds het
gebruik van dit en andere persistente bestrijdingsmiddelen is
afgenomen, heeft het aantal broedparen zich geweldig uitgebreid.
Zijn verspreidingsgebied is West- en Midden-Europa, Siberië,
Oost-Azië; in Noord-Amerika wordt hij zeldzaam. Coopers havik
(A. cooperi) komt voor in Noord-Amerika. Bij deze soort is het
wijfje eenderde groter dan het mannetje.
Tot het geslacht Accipiter behoren voorts de Europese en de
gestreepte sperwer.
Haviken leven in delen van Europa, Azië en het noorden van
Afrika; in Noord-Amerika komen ze voor van Alaska tot
Newfoundland en naar het zuiden tot in Mexico. Haviken zijn
roofvogels en jagen op kleine zoogdieren en vogels. Ze bouwen
enorme nesten van stokken en takken in dichte houtopstanden.
De havik leeft in bosgebieden. Hier jaagt hij op patrijzen,
zangvogels, duiven en eenden. Daarbij maakt hij geen onderscheid
tussen wilde of tamme dieren, hij is daarom niet erg geliefd bij
dierenbezitters. Haviken eten ook kleinere zoogdieren zoals
bijvoorbeeld hazen.
De grootte van een havik ligt tussen de 46 en 58 cm. Het
mannetje is ongeveer een derde kleiner dan het vrouwtje. Hij
heeft een lange staart, als hij vliegt hebben de vleugels een
ronde vorm. Een volwassen havik is donker grijs-bruin en hij
heeft strepen aan de onderkant, de jongen zijn meer roodbruin
van kleur.
Evenals de andere roofvogels gaat de havik ook op een plaats
zitten van waaruit hij de omgeving kan observeren. Hij houdt
zich daarbij altijd in hetzelfde gebied op. In tegenstelling tot
de meeste andere roofvogels jaagt hij ook 's middags. De havik
leeft niet in groepen maar alleen, alleen in de broedtijd leeft
hij met een partner samen.
Het nest wordt dikwijls jaar na jaar gebruikt en wanneer nodig
met dunne takken, twijgjes en dennetakjes opgeknapt. De ouders
brengen de jongen gezamenlijk groot. |
|
|
|
|
|
|