De
glasvleugelpijlstaart komt voor in grote delen van Europa. Hij vliegt in
open plekken in het bos en langs bosranden. Op de kamperfoelie en de sneeuwbes
legt deze pijlstaart de eieren. Als de rupsen volgroeid zijn verpoppen ze in een
losmazige cocon, die tussen de dorre bladeren in de strooisellaag wordt
gesponnen. De glasvleugelpijlstaart overwinter als pop. Direct nadat hij uit de
pop gekropen is zijn de vleugels nog volledig bezet met schubjes. Tijdens de
eerste vlucht verliest de vlinder het grootste deel van die schubjes.
Doorzichtige vleugels met alleen schubjes langs de vleugelranden zijn dan het
resultaat. De vlinder vliegt voornamelijk overdag en zoekt bloemen van
rododendron en van vlinderstruik.