Deze
vis komt uit Midden-Amerika, waar hij leeft in het Lago de Managua
in Nicaragua en in de viertjes in Guatemala, Panama en Costa Rica.
Het mannetje wordt twaalf cm. lang en zijn buik is plat; hij
verschilt hierin van het vrouwtje, dat kleiner is en een ronde buik
heeft. De paaitijd duurt drie tot vier maanden en de vissen leggen
met tussenperioden van drie tot vier weken 800 tot 1.000 eieren. De
eieren zijn stevig en oranje van kleur. Wanneer ze op glas gelegd
worden, kunt u ze met een scheermesje verwijderen en naar een geheel
glazen aquarium overbrengen; op die manier kunnen ze zich zonder al
te grote verliezen verder ontwikkelen. Het paaien geschiedt nadat de
vissen elkaar verleid hebben, bij een temperatuur van 24 tot 27
graden C. Voor het paaien zoeken de paren de donkere plaatsen in het
aquarium op. Ze leggen de eieren op stenen, in een bloempot of halve
kokosnoot, op bladeren van planten of op de glazen wanden van het
aquarium, vlak boven de bodem. |
|
|
|
|
|
|
|