|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Het geraamte |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
De botten in je armen en benen zijn lang en stevig, evenals de draagbalken van een huis. Aan de uiteinden, waar ze op de andere botten aansluiten, zijn ze voorzien van dikke ronde knoppen die soepel in de uitsparing van andere botten kunnen ronddraaien.
Sommige botten,
bijvoorbeeld de schouderbladen en de bekken, hebben de vorm van
grote platte platen. Doordat ze zo groot zijn, is er veel plaats
voor bevestiging van spieren. Het zijn de sterke spieren waarmee je
je armen en benen beweegt. Ook je borstbeen is breed en plat.
De vele kleine botten in
je handen en voeten worden bewogen door een heleboel spieren.
Daardoor kun je ze heel nauwkeurig bewegen, bijvoorbeeld om een
speld op te rapen, of om op een voet je evenwicht te bewaren. Meer
dan de helft van je botten is te vinden in de polsen, handen, enkels
en voeten.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||