|
Haasje over
dwars door België ......
Een
beetje buiten de bewoonde wereld, vergeten door het massatoerisme, wat
verloren tussen de grote vlakten van het noorden en het rijke leemplateau,
glooien de harmonieuze hellingen van het Heuvelland en vormen een ware
mozaïek van landschappen en kleuren. Op de kaart lijken ze net een
stippellijntje dat vertrekt aan de Franse grens en ergens aan de rand van de
Kempen ophoudt, een vreemde paternoster van kleine beboste heuveltjes.
Vlak tegen Frankrijk, niet ver van het Ieperse belfort, rijzen broederlijk
naast elkaar de Kemmelberg en de Rode Berg. Berg is misschien
een ietwat groteske benaming voor heuvels die niet boven de 156 meter
uitstijgen, maar toch domineren ze uitgesproken het wisselende landschap dat
aarzelt tussen de openheid van de leemstreek en de beslotenheid van het
Vlaamse laagland, waar velden en weiden zijn omzoomd met hagen en
bomenrijen.
Zacht glooiend tussen de breed meanderende rivieren waken de Vlaamse heuvels
als goedige schildwachten over de intense landelijke bedrijvigheid die zich
aan hun voet afspeelt. Tussen Ieper en Poperinge priemen de hopstaken naar
de lage wolken en tegen het einde van de zomer is de lucht vervuld van zoete
geuren. De vlasteelt ligt hier aan de oorsprong van een oude industrie die
ooit de roem van de Leie en de Mandel uitmaakte. Het is in deze waterlopen
dat het vlas werd geroot. In grote bakken werden de schoven vlas volledig
ondergedompeld om de vezels van de stengel los te weken. Na deze ontbinding
werd het met de hand gehekeld en de vezels werden naar de spinnerij
gestuurd. Vandaag gebeurt dit in kleine bedrijfjes die de Kortrijkse
textielindustrie bevoorraden.
Verder naar het oosten, lost het golvende land tussen Schelde en Dender de
vage glooiingen van de heuvels rond Moeskroen af. De beboste koepels die een
hoge rug opzetten in de streek van Ronse - de Kluisberg en de
Pottelberg - geven dit landschap een pittoreske toets die wat doet
denken aan bepaalde plekjes in het zuiden van het land. Een wandeling door
dit fraaie landschap dat mooi is in al zijn eenvoud, voert u langs valleien
bezaaid met witte hoeves, langs weiden die tijdeloze rust uitstralen en
boomgaarden die zich in de lente hullen in tere tinten van roze en wit. U
moet er beslist eens een dagje voor uittrekken, dan zal u overtuigd zijn dat
deze streek haar bijnaam van Vlaamse Ardennen werkelijk verdient. De
vertrokken gezichten van de wielrenners die moeizaam de nijdige klim op het
parkoers van één of andere wielerwedstrijd verwerken, bewijzen dat deze
heuvels hun reputatie alle eer aandoen
Aan de overkant van de Dijle valt het oog op een lage heuvelrij die zich,
net als de andere, van west naar oost uitstrekt. Die langwerpige ruggen van
geringe hoogte vormen het Hageland : dit is de streek van Aarschot die is
bezaaid met hagen en afgelegen dorpjes die schuilen in de kom van de
valleien. Dit gebied werd pas laat ontbost en de ronde heuveltoppen dragen
nog een groene huif van pijnbomen. Op de zuidelijke flanken, beschermd tegen
de koude noordenwind, blozen in de lente boomgaarden met perziken en pruimen
: een liefelijk tafereeltje. Verstrooid tussen de groentevelden liggen
kleine hoevetjes van de zon te genieten. Enkele kilometer verder schetsen de
laatste kapriolen van het reliëf een laatste heuvelrij tegen decor van het
licht. Het zijn de heuvels van de streek van Diest, de voorboden van vochtig
Haspengouw en zijn boomgaarden.
Al deze 'bergen' hebben dezelfde oorsprong. Men moet weten dat hier vroeger
plateau's lagen, waarvan de horizon heel wat verder naar het noorden reikte
dan nu. Door de verwering zijn ze verdwenen, maar waar de deklaag uit
hardere gesteenten bestond, bleven deze getuigeheuvels overeind. Die
beschermende kap bestaat uit ijzerhoudende zandsteen en als u de moeite
neemt één van deze heuvels te beklimmen, dan zal zijn okerkleur u beslist
opvallen. Als eilandjes in een zee van groen brengen deze stoere getuigen
een laatste groet aan hun lotgenoten die de slag tegen water en wind
verloren.< |