De grote boswachter
is een bewoner van de bossen in grote delen van Europa. De vlinders houden zich
bij voorkeur op langs bosranden. Ze drinken nectar uit bloemen, het sap van
rottende vruchten en van bloedende bomen. Eitjes worden gelegd op vele soorten
grassen. Het half volgroeide rupsje overwintert aan een dorre grasstengel. Na de
overwintering eet hij geruime tijd alvorens te verpoppen in een holletje onder
de grond. Er is jaarlijks één generatie. De grote boswachters vliegen
voornamelijk in augustus.