|
1. Fysische geografie
Honduras
heeft een zeer bergachtig reliëf; vlak zijn alleen de Atlantische
kustvlakte, de vrij smalle kustvlakte rond de Golf van Fonseca en enige
bekkens in het Centrale Bergland. In het noorden zijn de bergruggen
overwegend zuidwest-noordoost georiënteerd. De Midden-Amerikaanse
Cordillera bereikt in het westen en zuiden haar grootste hoogte (tot
2800 m). Vele zijruggen sluiten tamelijk grote valleien in; het grote
maar ondiepe Yojoameer is in een dergelijke vallei gelegen. Het
noordoostelijke Mosquitia-gebied is heuvelachtig laagland met een sterk
gelede lagunekust (Laguna de Caratasca). De belangrijkste rivieren in
het noorden, de Río Chamelecón en de Río Ulúa, stromen naar de Golf van
Honduras. De Río Aguán, Río Tinto, Río Patuca en Río Coco of Río Segovia
(grensrivier met Nicaragua) monden alle uit in de Atlantische Oceaan.
2. Bevolking
De bevolking is vooral geconcentreerd in het noordwesten en het
zuidelijke kustgebied; het oostelijk deel is zeer dun bevolkt. Naar
schatting bestaat de bevolking voor 90% uit mestiezen, 7% is Indiaans
(van Maya-afkomst), 2% bestaat uit negers en mulatten en 5% is blank. De
jaarlijkse bevolkingstoename is hoog: in 1993 3,2%; de sterfte van
kinderen jonger dan één jaar bedraagt 45‰. Ruim 45% van de bevolking is
jonger dan 15 jaar; de levensverwachting bij geboorte is 66 jaar. In
1995 woonde 46% van de bevolking in steden; de grootste steden waren in
1994 Tegucigalpa (670.000 inw.), San Pedro Sula (326.000 inw.) en La
Ceiba (77.000 inw.). De officiële taal is Spaans. Veel Indianen spreken
hun eigen taal. De overheersende religie is het rooms-katholicisme
(95%); een kleine minderheid van de bevolking is protestant (vnl.
methodistisch).
3. Bestuur en samenleving
3.1 Staatsinrichting
Volgens de grondwet van 1981 is de wetgevende macht in handen van de
Nationale Vergadering (Asamble Nacional), waarvan de 148 leden elke vier
jaar direct worden gekozen. De uitvoerende macht berust bij het
staatshoofd, de president, die eveneens rechtstreeks voor vier jaar
wordt gekozen. De grondwet garandeert weliswaar grond- en mensenrechten,
maar in de praktijk komt het steeds weer tot schendingen van die rechten
door het leger, dat nog steeds de belangrijkste machtsfactor in het land
is.
3.2 Administratieve indeling
Honduras is administratief verdeeld in 18 departementen en 30 districten
plus het Distrito Central, de hoofdstad Tegucigalpa omvattende, en
voorts in 280 gemeenten. De departementen staan onder bestuur van een
door de president benoemde gouverneur; de gemeenten hebben een autonoom
gekozen bestuur.
3.3 Lidmaatschap van internationale organisaties
Honduras is lid van de Verenigde Naties en een aantal van haar
suborganisaties, de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), de Unie
van Bananenexporterende landen (UPEB) en van het Latijns-Amerikaanse
Economische Systeem (SELA).
3.4 Partij- en vakbondswezen
De belangrijkste politieke partijen zijn de in 1891 opgerichte Partido
Liberal de Honduras (PLH, de 'Roden'), sterk steunend op de stedelijke
bevolking en de vakbonden, en de Partido Nacional (PN, de 'Blauwen',
opgericht in 1923), conservatief en steunend op de militairen. Voorts
zijn er de Partido Demócrata Cristiano (PDC) en de in 1970 opgerichte
Partido de Inovación y Unidad (PINU). De grootste vakcentrale is de
Confederación de Trabajadores de Honduras (CTH). De boeren zijn verenigd
in het Frente Unidad Nacional Campesino de Honduras (FUNACAMH).
4. Economie
De
economie is vnl. gebaseerd op de productie, verwerking en uitvoer van
landbouwproducten (m.n. koffie en bananen). Het aandeel van de
verschillende sectoren in het bruto nationaal product was in 1994:
landbouw: 20%; industrie: 32% en handel en diensten: 48%. Van de
economisch actieve bevolking is 53% werkzaam in de landbouw, 21% in de
industrie en 36% in handel en diensten. De economische groei stagneerde
in de jaren tachtig, maar liep in de periode van 1984 tot 1994 op van
2,8 tot 3,8%. Gemiddeld groeide de economie in de jaren tachtig met
slechts 1,7% per jaar; per hoofd van de bevolking betekende dit een
daling van het bruto binnenlands product tussen 1981 en 1989 met 12%.
Door de vaste wisselkoers met de dollar bleef de inflatie in de jaren
tachtig beperkt tot gemiddeld 5% per jaar, om van 1985 tot 1994 op te
lopen tot 12,5%. Veel bedrijven zijn in buitenlandse (m.n.
Noord-Amerikaanse) handen.
4.1 Landbouw
Van het totale landoppervlak is ca. 15% in gebruik voor de verbouw van
gewassen, 30% is weidegrond en 30% is met bos bedekt. Bananen en koffie
zijn de belangrijkste exportproducten. De bananenplantages (noordelijk
kustgebied) zijn grotendeels in Noord-Amerikaanse handen. Koffie wordt
vooral verbouwd in kleine bedrijfjes in het westelijke bergland. Andere
belangrijke producten zijn suikerriet, maïs en rijst (in de zuidelijke
kustgebieden). De zelfvoorzieningslandbouw speelt een niet onbelangrijke
rol. Een van de grootste problemen in de landbouw is de extreem
ongelijke verdeling van de grond: slechts 660 grootgrondbezitters
bezitten 27% van de landbouwgrond, terwijl 120!000 kleine boeren (67%
van de agrarische bevolking) over slechts 12% van de landbouwgrond
beschikken. Bijna de helft van de boerenbedrijven is kleiner dan 3,5 ha.
Rundveehouderij (vooral in de zuidelijke departementen Olancho en
Choluteca) voorziet in de binnenlandse vraag naar vlees en maakt
bovendien export mogelijk. De ontoegankelijkheid van het grote
bos-areaal (sinds 1974 genationaliseerd) maakt exploitatie erg moeilijk;
voor de export is vooral Amerikaans grenenhout van belang. De visserij
(garnalen en kreeften) is in opkomst (noordkust en Bahía-eilanden).
4.2 Mijnbouw
Winning van delfstoffen is van ondergeschikt belang: lood, zink en
zilver zijn vnl. bestemd voor de export. De mijnbouw is vrijwel geheel
in Noord-Amerikaanse handen. De productie van elektriciteit (75%
waterkracht) is grotendeels in handen van de overheid.
4.3 Industrie
Van de Centraal-Amerikaanse landen heeft Honduras de minst ontwikkelde
industrie. De belangrijkste vestigingen zijn in Tegucigalpa
(voedingsmiddelen, textiel, schoenen) en San Pedro Sula
(metaalindustrie, consumptiegoederen uit hout, suiker); de enige
aardolieraffinaderij staat in Puerto Cortés.
4.4 Handel
De uitvoer bestaat voor ruim 70% uit landbouwproducten, waarvan vooral
de prijsschommelingen van koffie en bananen (1993: 59,5%) het land
steeds weer voor grote financieringsproblemen stellen. De handelsbalans
vertoont een chronisch tekort. Na koffie en bananen zijn hout, vlees en
schaaldieren de belangrijkste exportproducten. Ingevoerd worden vooral
grondstoffen, brandstoffen (olie), halffabrikaten en machines. De
belangrijkste handelspartner zijn de Verenigde Staten; Puerto Cortés is
een vrijhandelszone.
4.5 Bankwezen
Sinds 1950 is de Banco Central de Honduras de centrale bank. Tegucigalpa
is de zetel van de Centraal-Amerikaanse Bank voor Economische Integratie
(BCIE). Er zijn vier ontwikkelingsbanken en talrijke zakenbanken,
waaronder twee buitenlandse.
4.6 Economische plannen
Het Plan voor Nationale Ontwikkeling uit het begin van de jaren negentig
richtte de aandacht vooral op de infrastructuur (transport en energie),
land- en bosbouw en sociale voorzieningen. Het heeft een voorname plaats
aan de industriële ontwikkeling toegekend en aan de beteugeling van de
openbare financiën. Honduras is voor de financiering van deze plannen in
sterke mate afhankelijk van internationale financiële steun (Wereldbank,
IMF). Mede hierdoor is de schuldenlast aan het buitenland zeer groot
(1994: $ 4418 miljoen).
4.7. Verkeer
Het bergachtige karakter van Honduras veroorzaakt ernstige
transportproblemen. Het vliegverkeer is transportmiddel voor personen-
en vrachtvervoer. Naast de internationale luchthavens (Tegucigalpa,
Roátan, San Pedro Sula, La Ceiba) zijn er nog 34 vliegvelden en vele
kleine landingsstrips. Het wegennet (ca. 18.800 km) is slechts voor 2400
km geasfalteerd. De belangrijkste wegverbindingen zijn de 240 km lange
Carretera Panamericana in het zuidelijke kustgebied (verbinding met El
Salvador en Nicaragua) en de weg van Puerto Cortés, via Tegucigalpa naar
San Lorenzo. Er is (afgezien van de bananenlijntjes) bijna 1000 km
spoorlijn. De belangrijkste zeehaven is Puerto Cortés; andere havens
zijn San Lorenzo en de nieuwe diepzeehaven El Henecán.
5. Geschiedenis
5.1 Tot 1971
Honduras werd vóór de Spaanse 'conquista' door Pipilvolken en Maya
bewoond. Het land werd in 1502 ontdekt door Christophorus Columbus en in
1523 veroverd door Cristobal de Olid, na hevige strijd met de Indiaanse
aanvoerder Lempira. Het werd door Hernán Cortés bij zijn vice-koninkrijk
Mexico ingelijfd (1525) en kende weinig ontwikkeling ten gevolge van de
door zeerovers en Indianen veroorzaakte onveiligheid. Met de andere
landen van Centraal-Amerika verjoeg het de Spanjaarden (1821), sloot
zich aan bij Mexico (1822) en maakte zich ervan los (1823). Bij het
uiteenvallen van de Centraalamerikaanse Unie (1839) werd het pas
zelfstandig, hoewel het later opnieuw voor korte tijd deelstaat werd
(1895-1898, 1921-1922).
In zijn chaotisch bestaan kende het land nog de meeste stabiliteit
tijdens het bewind van de presidenten Soto (1876-1883), Bográn
(1883-1891) en Bonilla (1894-1899, 1903-1908, 1912-1914). Van 1932 tot
1949 regeerde generaal Tiburcio Carías Andino als president-dictator.
President Julio Lozano Díaz volgde Juan Manuel Gálvez (1949-1954) op,
schafte de Grondwet af, richtte nieuwe ministeries, o.a. een ministerie
van Arbeid, op, voerde vrouwenkiesrecht in (1955) en legde een geschil
met Nicaragua bij (1956). Na de verkiezingen in okt. van dat jaar werd
hij opgevolgd door González, die na enkele dagen door een militaire
junta werd afgezet. De verkiezingsoverwinning van de liberalen bracht
hun kandidaat Villeda Morales aan het bewind (1957). In okt. 1963 werd
ook hij door een militaire staatsgreep afgezet. Na een militair
overgangsbewind werd 5 juni 1965 de constitutionele regering hersteld
met de installatie van president López Arellano van de conservatieve
Partido Nacional. De onevenwichtige economische politiek van de in 1962
opgerichte Centraalamerikaanse Gemeenschappelijke Markt (MCCA; in 1970
schortte Honduras zijn actieve deelneming aan de organisatie op) leidde
tot spanningen die zich medio 1969 ontlaadden in de voetbaloorlog tussen
Honduras en El Salvador, die ruim 20!000 slachtoffers eiste. Directe
aanleiding tot het conflict was een voetbalwedstrijd tussen beide
landen; oorzaak was veeleer de massale illegale immigratie van inwoners
uit het overbevolkte El Salvador.
5.2 Na 1971
De Partido Nacional won ook de presidents- en parlementsverkiezingen van
maart 1971; president werd Ramon Ernesto Cruz. De bevoorrechte positie
van de Amerikaanse bananenmaatschappijen (Standard Fruit, Delmonte,
United Brand's) leidde in het voorjaar van 1972 tot boerenopstanden, die
door politie en leger bloedig werden onderdrukt. In dec. 1972 werd
Ernesto Cruz ten val gebracht door zijn voorganger López Arellano, die
daarna opnieuw president werd.
Nadat Honduras in sept. 1974 was getroffen door een orkaan, die 10.000
doden eiste en honderdduizenden dakloos maakte, ontstond door de
gebrekkige hulpverlening opnieuw grote onrust onder de boerenbevolking.
In april 1975 werd López Arellano, beschuldigd van corruptie, bij een
militaire staatsgreep afgezet; hij werd opgevolgd door kolonel J. Melgar
Castro. Pogingen tot beperkte landhervormingen stuitten af op de felle
oppositie van grootgrondbezitters en het leger. In 1977 werden veel
progressieve krachten uit het leger, de vakbonden en de regering
verwijderd. Deze verschuiving naar rechts werd in aug. 1978 afgerond met
een staatsgreep die een junta onder leiding van generaal Policarpo Paz
García aan de macht bracht. De overwinning van de sandinisten in het
buurland Nicaragua (juni 1979) ondermijn de
de positie van het nieuwe bewind in ernstige mate.
Na de
verkiezing van de liberale president R. Suazo Córdova (1981) keerde
Honduras terug tot het parlementaire stelsel. Van 1982 tot 1990
gebruikten de Verenigde Staten Honduras voor het opleiden van militairen
die ingezet werden in de strijd tegen de sandinistische regering van
Nicaragua. De belasting door duizenden vluchtelingen uit El Salvador en
Nicaragua werd in dezelfde periode van jaar tot jaar erger. In 1989 werd
Rafael Callejas van de Nationale Partij met een krappe meerderheid tot
president gekozen. In 1992 werd de in de jaren zestig in gang gezette
herverdeling van grond onder landloze boeren stilgelegd.
Eind jan. 1994 werd Carlos Reina, de winnaar van de
presidentsverkiezingen van nov. 1993, beëdigd als staatshoofd. Hij
kondigde maatregelen aan om de corruptie in het overheidsapparaat te
bestrijden en de politieke en economische macht van de militairen te
beperken. In 1995 werd de dienstplicht afgeschaft, ondanks heftige
bezwaren van de militaire top. Ook in 1996 bleven de betrekkingen tussen
de burgerregering en de militairen gespannen. (foto : Ricardo Maduro,
president anno 2004 )
Telefoongids Honduras
Postcodes Honduras
|