Iedereen kent wel de vlijtige
honingbijen door de honing die zij maken. Bijen zijn altijd te vinden in de buurt van bloeiende
bloemen. Men vermoedt dat bijen oorspronkelijk uit het Oosten komen.
KLASSE:
Insekten
ORDE:
Vliesvleugeligen
FAMILIE:
Bijen
GESLACHT & SOORT
Apis mellifera
De opvallend gestreepte, gemeen stekende honingbij hoort tot de vlijtigste insekten. Ooit leefde
hij in Azië, maar tegenwoordig voelt hij zich overal ter wereld thuis, van de heetste woestijnen tot
de koele hoogtes van de Alpen of het Andes-gebergte.
Levenscyclus
Het leven van
een honingbij begint op het moment dat de koningin in elke cel van een raat een eitje legt. Als het eitje
onbevrucht is, ontstaat er een dar, uit een bevrucht eitje komt een werkster.
Drie dagen
later komt de larve uit en wordt drie dagen lang met koninginnegelei, een substantie die door de werksters
gemaakt wordt, gevoed. Vanaf de vierde dag krijgen de werkster- en darlarven honing en stuifmeel te eten. Als
een werksterlarve wordt doorgevoed met koninginnegelei, ontwikkelt zich een koningin.
Het duurt ongeveer acht dagen voordat de larven volgroeid zijn. In die tijd vervelt de larve meerdere malen
totdat zij een zijdecocon spint en zich verpopt.
Werksters doen eigenlijk al het werk in de kolonie. Tijdens de eerste drie dagen van hun leven houden ze het
nest schoon. Daama voeren ze alle larven tot de tiende dag.
Na de tiende dag worden hun wasproducerende organen actief, en beginnen ze met de bouw van nieuwe cellen. De
l6de tot de 20ste dag brengen ze door met het verzamelen van nectar en stuifmeel die door terugkerende werksters
naar het bijennest worden gebracht. Ongeveer rond de 20ste dag staan ze 'op wacht' bij de ingang van de
bijenkorf voordat ze tenslotte voor het eerst uitvliegen om nectar en pollen te verzamelen.
Voedsel
Wilde
honingbijen bouwen hun bijenkorf in holle bomen, onder uitstekende rotspunten en in holtes. Tegenwoordig
nestelen bijen vooral in kunstmatige korven. Als de bloemen in de lente en zomer bloeien, verlaten de werksters
de bijenkorf en gaan op zoek naar nectar en pollen waar honing van gemaakt wordt. De nectar wordt in hun maag
verzameld, terwijl de werksters de pollen bijeen borstelen in hun 'korfje' aan de achterpoten. De koningin is
het middelpunt in een bijenkorf. Zij heerst over de hele kolonie van (vrouwelijke) werksters en (mannelijke)
darren. Gedurende haar hele leven (1-7 jaar) legt de koningin 1500 eitjes per dag.
De sleutel tot de leidende positie van de koningin is een speciale geurstof die zij produceert: de
koninginnestoffen. Ze verspreidt dit feromoon in de hele bijenkorf en verhindert op die manier de volledige
geslachtsontwikkeling van de werksters.
Vroeg of laat wordt de koningin te oud om voldoende geurstof over het hele nest te verdelen. In dat geval
beginnen de werksters direct met het bouwen van speciale koninginnecellen (moerdoppen). Meestal heeft dat tot
gevolg dat de heersende koningin het nest verlaat aan het hoofd van een zwerm bijen om elders een nieuwe kolonie
te maken. Haar plaats wordt dan door de eerstgeborene van de uitkomende jonge koninginnen ingenomen.
Veldwaarnemingen
Bij ons zijn honingbijen alleen in de warmere maanden actief. En zelfs in die tijd blijven ze tijdens koele of
winderige dagen liever in de bijenkorf.
Honingbijen zijn relatief grote insekten en daarom makkelijk te ontdekken als ze in de tuin rond wilde bloemen
zweven. Als een honingbij zijn snuit in een bloem steekt om nectar op te zuigen, is dit met het blote oog goed
zichtbaar. Tegelijkertijd blijven er pollen aan de poten hangen. Daarbij is normaal gesproken goed te zien hoe
ze de stuifmeelkorrels in de 'korfjes' aan de achterpoten borstelen.
Zelfverdediging
Als een honingbij haar krachtigste wapen inzet, haar angel, dan betekent dit tegelijkertijd het einde van haar
leven. Want de met weerhaakjes bezette angel blijft in het slachtoffer steken, terwijl het gifblaasje eraan vast
blijft zitten. Terwijl de honingbij alle moeite doet om zich te bevrijden, wordt haar steekapparaat uitgerukt,
en sterft zij uiteindelijk. Ondanks hun angel hebben honingbijen veel vijanden en worden door bijeneters in
grote aantallen verorberd.
Horzels vormen
bijvoorbeeld een bedreiging: ze zweven voor de bijenkorf in afwachting van de terugkerende werksters. Vervolgens
storten ze zich op hen en slepen de bijen naar hun eigen nesten om ze daar op te peuzelen.
Sommige wespensoorten vallen ook bijen aan. Zo vangt de bijenwolf bijen op bloemen door ze te verlammen met hun
angel en ze naar hun nest te brengen waar ze aan hun larven worden gevoerd.
Korte feitjes
-Na een steek blijft het gifzakje aan de angel zitten en gaat door met gif in het slachtoffer te pompen, hoewel
het geheel dan al uit het bijenachterlijfje is gerukt.
· De zeshoekige cellen die de bijen in de honingraat opbouwen, geven bij een minimaal materiaalgebruik de
maximale opslagruimte.
· Met meer dan tien miljoen bijenvolken is de bijenhouderij in de USA en in Mexico een miljoenenzaak.
AFMETINGEN
Lengte: koninginnen 22 mm, darren 20 mm, werksters 16 mm
Uiterlijk en kleur: koninginnen donker met een lang lijf. Darren zijn langer dan werksters, en hebben geen
angel. Werksters zijn donker gestreept.
Monddelen: zuigsnuit
Vleugels: 2 paar vleugels
VOORTPLANTING
Eieren: tot 1500 per dag waaruit na drie dagen een larve komt
LEEFWIJZE
Gedrag: leven in kolonies
Voedsel: nectar en pollen
Levensverwachting: koninginnen 7 jaar, darren 4-5 weken, werksters 8 weken
VERWANTE
SOORTEN
De reuzehoningbij (Apis dorsata) leeft in de tropen en bouwt reusachtige, onregelmatig gevormde bijenkorven aan
bomen.
Verspreidingsgebied van de honingbij
VERSPREIDING
Men vermoedt dat de honingbij oorspronkelijk uit India komt; tegenwoordig komen bijen over de hele wereld voor
op plaatsen waar bloeiende planten zijn.
SOORTBESCHERMING
De laatste jaren hebben slecht weer, ziektes en natuurlijke vijanden hun tol geëist van zowel de wilde
populaties als de honingbijen bij imkers. De toekomst ziet er echter niet zo somber uit vanwege het economische
nut van de honingbij. |