Dit
is de grootste inheemse plooivleugelwesp (20 tot 35 mm.). Is
ook te herkennen aan het roodbruine borststuk.
Verspreiding : in heel Europa in loofwouden, tuinen, struweelrijke
gebieden. De bevruchte wijfjes overwinteren en beginnen in het
voorjaar met de bouw van een nest in boomholten, nestkasten, of in
daken. De gebruikte bouwmaterialen : gekauwd hout met speeksel.
Werksters verbreden het nest tot een diameter van wel zeventig cm.
Er kunnen dan zo'n vijfduizend wespen in.