| |
De
houtduif of columba palumbus
Op het platteland ervaren de boeren de houtduif soms als een
plaag omdat hij met veel smaak granen, wortels en groenten eet.
Hierdoor zijn ze vrij schuw in het buitengebied, maar in
bebouwde gebieden zijn ze soms vrij mak. Als u een houtduif naar
een voedselplek of het water ziet lopen, let dan op de typische
'duiventenen'-pas. Een houtduif in een kale boom zie je niet
makkelijk over het hoofd.
Kenmerken
De heldere, witte vleugelstreep scheidt de donkere bovenvleugel
en grijze ondervleugel, vooral opvallend in de lucht. De
houtduif heeft een wit-groene halsvlek. Het jong heeft dat niet,
en is egaler van kleur. Lengte : 40 cm. De staartrand is zwart
en de snavel lichtgebogen (bij andere Europose duiven niet).
Geluid
De zang is een vlak klinkend 'koe-koekoe' - de eerste zachte
noot wordt makkelijk gemist. De monotone 'koe-koe' reeks eindigt
meestal wat onaf met een 'koek'. U kunt een zachter gekoer horen
als ze elkaar het hof maken, als de houtduifman voor de vrouw
buigt met zijn veren opgezet en zijn staart uitgewaaierd.
Opvliegen
Als hij opvliegt, komen zijn vleugels boven zijn rug met een
klap tegen elkaar. Deze handeling kost zoveel kracht dat dit bij
een haastig vertrek niet gebeurt. Eenmaal verstoord, zal de
vogel in een boom gaan zitten, van waaruit hij zichzelf
makkelijk kan 'lanceren' door zich te laten vallen.
Voedsel
De houtduif houdt van groenten, vooral erwten en bonen, allerlei
koolsoorten, koolrapen, knollen en spruitjes. Verder eikels,
beukennootjes, haver, vlierbessen en onkruidzaad. Ook wel
wormen, slakken en insecten. Verbaas u niet als u een duif grind
ziet eten, dat doet hij om het voedsel te malen in zijn
spiermaag (het spierachtige gedeelte van zijn maag).
Wintervoedering
Een steeds algemenere bezoeker in de tuinen. U kunt hem af en
toe op een voederplek op de grond verwachten om brood, zaden en
groentenresten te eten. Het gebeurt nog vaker dat ze even komen
drinken uit de tuinvijver of het vogelbad.
Nest
Beide partners bouwen een slordig platform, meestal in een boom,
soms op een gebouw, van twijgjes die verzameld zijn op de grond
of geplukt van de bomen. De eieren worden met tussenpozen van
één tot drie dagen gelegd. U kunt ze soms door de bodem van het
nest heen zien liggen. Als het nest opnieuw gebruikt wordt,
wordt het wat zwaarder. Het lange broedseizoen is mogelijk omdat
de houtduif het voedsel voor zijn jongen omvormt tot de
hoogwaardige duivenmelk, een kaasachtige stof uit de krop, rijk
aan vet en proteïnen. De meeste andere vogels voeden hun jongen
met insecten, die slechts kort beschikbaar zijn.
Broedgegevens
Maanden februari tot november - twee legsels - twee witte eieren
- broedtijd : 17 dagen (beide partners) - vliegvlug : na zo'n 35
dagen, één week later zelfstandig. |
|
|
|
|
|
|