|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De huid |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1. Ongewervelde dieren Bij de lagere dieren bestaat de huid uit een één cel dikke laag epitheelcellen (opperhuid of epidermis). Bij hogere ongewervelde dieren is er onder deze epidermis een bindweefsellaag aanwezig (lederhuid of corium). 2. Gewervelde dieren De huid vormt de buitenste bekleding van het gehele uitwendige lichaamsoppervlak. Deze speelt een zeer belangrijke rol in de waterhuishouding van het lichaam en (m.n. bij de Zoogdieren) bij de warmteregulatie. De huid bestaat altijd uit een buitenste epitheellaag (opperhuid of epidermis) en een daaronder gelegen bindweefsellaag, lederhuid (zo geheten omdat hieruit door looien leer gemaakt kan worden), ook corium of dermis genoemd. De huid is meestal door een vrij los onderhuids bindweefsel (subcutis) met de eronder liggende delen van het lichaam verbonden.De grotere eindstructuren van zenuwen liggen in de lederhuid, evenals de bloedvaten, kliertjes en schubben of platen van been of andere materie. Hoornschubben en alle andere uit hoorn opgebouwde delen (horens, nagels, hoeven) ontstaan uitsluitend uit de opperhuid, evenals haren (zie haar [dierkunde]), veren en allerlei soorten klieren (slijmklieren, talgklieren, zweetklieren, melkklieren, gifklieren, enz.). Pigment bevindt zich bij sommige groepen vnl. in de lederhuid, bij andere vnl. in de opperhuid.De structuur van de huid hangt samen met de functie. De osmotische druk is bij de Beenvissen (in tegenstelling tot die bij de Haaien en Roggen) óf hoger (zoetwatervissen), óf lager (zoutwatervissen) dan die van hun omgeving. De huid dient dan ook zoveel mogelijk te verhinderen dat water uit de omgeving opgenomen wordt (dat weer verwijderd moet worden) of er aan afgegeven wordt (de vis droogt uit, hoewel hij in water zwemt). De huid van deze dieren is echter slechts in geringe mate verhoornd. De bescherming berust ten dele op de in de lederhuid gelegen schubben (die uit been, tandbeen of ganoïne kunnen bestaan), ten dele op de door slijmklieren afgescheiden slijmlaag die de opperhuid bedekt; de slijmlaag vermindert bovendien de wrijving met het water sterk. De Amfibieën bezitten slechts één enkele laag verhoornde cellen. Als larve leven zij in het water en als volwassen dier ook vrijwel steeds in een vochtige omgeving. De slijmlaag beschermt ze maar zeer onvoldoende tegen uitdroging. De Reptielen, Vogels en Zoogdieren zijn door een goed ontwikkelde hoornlaag omgeven, die slechts zeer beperkte hoeveelheden water doorlaat. Bij de vervellingen van de Reptielen laat de hoornlaag in haar geheel (Slangen) of in gedeelten (Hagedissen) los. Eronder wordt dan weer een nieuwe laag gevormd.3. Mens Bij de mens bekleedt de huid (cutis; soms derma) het gehele uitwendige lichaamsoppervlak; op de rand van lichaamsopeningen gaat de huid over in slijmvlies.3.1 Structuur De huid is een laagsgewijs opgebouwd orgaan. Deze lagen zijn de dunne opperhuid (een meerlagig verhoornend plaveiselepitheel), de dikkere lederhuid en het onderhuidse bindweefsel; de opperhuid is zelf weer opgebouwd uit vijf lagen. De lederhuid dringt met uitstulpingen, de papillen, in de opperhuid; de verzorgende bloedvaten en zenuwen bevinden zich in deze papillen.De opperhuid (epidermis) ontstaat embryonaal uit het ectoderm, evenals de zweet- en talgklieren, haren en nagels. De opperhuid is in de handpalmen en voetzolen extra dik en vertoont daar richels, gescheiden door groeven: de huidlijsten. Deze vormen patronen die na de derde embryonale maand niet meer veranderen en specifiek zijn voor ieder individu (men maakt hiervan gebruik in de dactyloscopie). De opperhuid bestaat uit: 1. het stratum basale; 2. de stekelcellaag (stratum spinosum), enkele cellagen dik; de cellen hangen onderling door desmosomen samen; de lagen 1 en 2 heten samen moederlaag (stratum germinativum); 3. de 2–4 cellagen dikke korrellaag (stratum granulosum), met korrels keratohyaline die het voorstadium van de hoornstof zijn; 4. de heldere laag (stratum lucidum), vaak niet duidelijk te onderscheiden, die het uit de keratohyaline ontstane heldere eleïdine bevat; 5. de hoornlaag (stratum corneum), bestaande uit dode cellen waarin de eleïdine tot hoornstof (keratine) is geworden.Een aantal cellen van de moederlaag van de epidermis is afkomstig van de embryonale cellen van de neurale lijst en kan huidpigment (melanine) vormen. Deze zgn. melanocyten hebben lange uitlopers tussen en onder de onderste lagen opperhuidcellen, waaraan zij melaninekorrels overdragen. Groei van de opperhuid is noodzakelijk wegens de voortdurende slijtage van de buitenste laag. De huid groeit in de onderste cellagen van de opperhuid; deze bestaan uit moedercellen die zich door deling voortdurend vermeerderen. De nieuwe cellen worden langzaam naar boven gedrongen, verliezen tijdens deze migratie hun celkern en gaan steeds meer hoornstof bevatten; de celgrenzen vervagen en ten slotte vormen zij de buitenste hoornlaag die aan de buitenzijde weer voortdurend afschilfert. Deze hoornlaag verdikt zich op plaatsen waar zij aan chronische druk is blootgesteld, tot eelt.De lederhuid (corium; ook wel dermis) bevat, behalve bloed- en lymfvaten en zenuwen, de zweet- en talgklieren waarvan de uitvoergangen de opperhuid doorboren. Het onderhuidse bindweefsel (subcutis) is een collageen bindweefsel dat de huid met de eronder gelegen delen van het lichaam verbindt. Het vrij losse weefsel bevat wisselende hoeveelheden vet, al naar de plaats aan het lichaam (zie vetweefsel) en de voedingstoestand (en de voeding in de babytijd; zie vetzucht). In de haarzakjes (= haarfollikels), dit zijn tot in de lederhuis dringende instulpingen van de opperhuid, ontwikkelen zich de haren.De huidkleur wordt, behalve door de bloedvulling en dikte van de hoornlaag, bepaald door de hoeveelheid huidpigment (melanine). 3.2 Functies 1. De huid speelt als orgaan een belangrijke rol bij de handhaving van een constante lichaamstemperatuur door middel van zweetsecretie (verdamping) en bloeddoorstroming (afgifte stralingswarmte als bij een radiator);2. de huid biedt bescherming tegen invloeden van buiten, nl. tegen: a. chemische factoren; b. fysische factoren (mechanische, straling, warmte, koude); c. binnendringen van ziektekiemen (bacteriën en virussen); 3. de huid beschermt tegen uitdroging door het verlies van water (naar buiten) tegen te gaan; ook de talgsecretie heeft hierbij betekenis; 4. door de huid heen kunnen tal van stoffen, vooral klein-moleculaire, worden opgenomen en uiteindelijk in de bloedstroom terechtkomen; 5. in de lederhuid bevinden zich voorts de zintuigen (receptororgaantjes) voor de verschillende kwaliteiten van het ‘gevoel’: tastzin, pijnzin en temperatuurzin;6. de aanwezigheid van pigment beschermt in meer of mindere mate tegen de schadelijke effecten van zonlicht (verbranding). Het zonlicht heeft ook gunstige effecten, bijv. de vorming van vitamine D (calciferol) uit het in de huid aanwezige provitamine.3.3 Huidtypen Men onderscheidt de volgende huidtypen: De normale huid is de evenwichtige huid zonder problemen en heeft een gezonde bloedcirculatie, het zgn. perzikhuidje. Deze huid is soepel, gaaf, mat en voorzien van kleine poriën. Toch kan een optimaal functionerende huid worden verstoord door veelvuldig wassen met water en zeep. Doordat zeep alkalisch reageert, zal de huid ontvet en daardoor de zuurmantel doorbroken worden. De droge huid heeft een te gering vocht- en vetgehalte door een onvoldoende talgproductie van de talgklieren. Deze is dan ook dun, teer of zelfs ruw en schraal. De poriën zijn zeer fijn en nauwelijks zichtbaar. Als de huid erg droog is, kan er afschilfering optreden. De vette huid ontstaat vaak door een overproductie van de talgklieren. Er ontstaat een vettige glans en de grote poriën zijn duidelijk zichtbaar. Een vette huid is slecht doorbloed en neigt naar de vorming van pukkeltjes en mee-eters. De huidstructuur is dik en grof.De gecombineerde huid bestaat uit droge en vette gedeelten. Het gevoelige huidtype is overgevoelig voor vele stoffen. Het reageert onmiddellijk op psychische spanningen en wordt rood en vlekkerig. De rijpere huid ontstaat door een verminderde
celvernieuwing en een tekort aan vocht en vet. Ze verliest een deel van haar
veerkracht en verslapt dan uiterlijk. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||