Een
algemeen bekende soort is deze van zes tot negen mm. grote
huisvlieg. Hij lijkt op de kleine kamervlieg. Het is een wereldwijd
verspreide cultuurvolger. Deze vliegen overwinteren in spleten in
gebouwen en komen reeds op warme maartse dagen te voorschijn op zoek
naar voedsel dat ze met hun zuigsnuit kunnen opnemen.
De eieren worden in legsels van 100 tot 150 afgezet op rottend
organisch materiaal. De made-achtige larven ontwikkelen zich snel en
verpoppen zich in tonvormige omhulsels. Mogelijk tot vijf generaties
per jaar !