| |
Wat is
hyperventilatie?
Als je hyperventileert, adem je te veel. Er wordt dan te veel zuurstof
via de longen naar het bloed gebracht. Het lichaam raakt hier als het
ware door geïrriteerd en gaat maatregelen nemen om zich tegen de grote
toevloed aan zuurstof te beschermen. De belangrijkste maatregel is dat
er automatisch een sterke vernauwing van de bloedvaten optreedt waardoor
er minder overtollige zuurstof bij de organen en weefsels terechtkomt.
Hiermee wordt voorkomen dat de organen en weefsels te veel bloot worden
gesteld aan zuurstofrijk bloed.
De vernauwing van de bloedvaten geeft wel bijwerkingen die niet prettig
zijn zoals
hoofdpijn, duizeligheid en concentratiestoornissen. Gelukkig zijn deze
bijwerkingen onschadelijk en leiden zelden tot flauwvallen.
Overige bijwerkingen
Er wordt meer melkzuur geproduceerd, hetgeen vermoeide spieren
veroorzaakt. Bovendien vermindert het calciumgehalte in het bloed,
hetgeen kan leiden tot samentrekken van de spieren. Je voelt dit als een
verkramping, verdoofd gevoel en trillen. Ook loopt de prikkelgeleiding
via de zenuwen anders. Dit kan leiden tot een gevoel dat je de wereld in
een roes beleeft of dat je concentratieproblemen krijgt.
Tot op heden ging men er vanuit dat er in alle gevallen bij een
hyperventilatieaanval sprake was van een tekort aan kooldioxide (als
gevolg van de overdaad aan zuurstof), ter bestrijding daarvan adviseerde
men met name het plastic zakje. Door dat kort voor mond en neus te
houden kwam het kooldioxidegehalte weer op een redelijk peil. Inmiddels
is gebleken dat het tekort aan kooldioxide niet in alle gevallen
optreedt. Met name als de hyperventilatieaanval voortkomt uit paniek kan
er zelfs sprake zijn van een teveel aan kooldioxide. In die gevallen
moet het gebruik van een plastic zakje juist worden afgeraden.
Hormoonhuishouding
Het hyperventilatie syndroom vertoont een samenhang met een verstoorde
hormoonhuishouding. De stresshormonen, zoals adrenaline en cortisol
blijken een grote invloed te hebben op het ontstaan maar ook in stand
houden van hyperventilatie. Overbelasting, oververmoeidheid en angst
zorgen ervoor dat het lichaam deze stresshormonen gaan aanmaken. Het
lichaam bereidt zich voor op inspanning of irreëel gevaar. Gevolg is dat
veel mensen dan vanzelf sneller gaan ademhalen dat het hart sneller gaat
kloppen.
Acute hyperventilatie
Bij een hyperventilatieaanval kan de ademhaling hoorbaar versnellen en
vaak kan men deze ook niet meer onder controle houden. Het hart kan
sneller gaan kloppen en men heeft soms het gevoel dat het hart een slag
overslaat. Men gaat transpireren en wordt bleek. Er ontstaat angst. Het
vermoeden rijst dat er iets ernstigs - misschien wel een hartaanval -
gaande is en dat men dood gaat. Handen en voeten kunnen gaan tintelen,
de mond kan droog worden. Tevens is het mogelijk dat u duizelig wordt,
wazig of dubbel gaat zien en dreigt flauw te vallen. Helder denken is
niet meer mogelijk. Zonder dat daar enige aanleiding toe is kunt u gaan
lachen of huilen. Paniek overheerst op dat moment alles. Na verloop van
tijd houdt het echter vanzelf op. Vaak is men daarna erg moe.
Chronische hyperventilatie
Naast de acute vorm van hyperventilatie bestaat er ook een chronische
vorm. Chronische hyperventilatie is minder spectaculair en daardoor ook
minder eenvoudig te herkennen. Deze vorm van hyperventilatie komt echter
op grotere schaal voor dan acute hyperventilatie. Chronische
hyperventilatie wordt gekenmerkt door vage klachten, die echter constant
aanwezig kunnen zijn. Dit is logisch omdat men bijna de hele dag
'onbewust' aan het hyperventileren is. Het duurt meestal erg lang
voordat ontdekt wordt dat men lijdt aan chronische hyperventilatie, want
de hierbij optredende klachten kunnen ook vele andere oorzaken hebben.
Wanneer dan eindelijk de diagnose hyperventilatie wordt gesteld hebben
veel mensen al angsten, zoals o.a. ziektevrees opgebouwd omdat men zo
lang in onwetendheid heeft verkeerd.
Wat te doen bij een aanval van hyperventilatie:
Men kan door lichaamsbeweging (b.v. springen, het maken van diepe
kniebuigingen, hardlopen, enz.) reeds in een vroeg stadium de klachten
proberen terug te dringen. Beweging heeft een ontspannend effect op het
lichaam. Ook kan men door bepaalde houdingen aan te nemen de klachten
terugdringen. Zo zijn er nog wel meer trucjes om de adem weer onder
controle te krijgen. |
|
|
|
|
|