|
1. Bevolking
1.1 Samenstelling en spreiding
Sedert
1841 is het inwonertal door hongersnood (1846) en emigratie (vooral naar
de Verenigde Staten) vrijwel voortdurend gedaald. In 1841 woonden nog 6,
5 miljoen Ieren op het eiland. Vanaf 1961, toen het aantal inwoners was
teruggelopen tot 2,8 miljoen, is er weer sprake van groei, m.n. in de
beide grootste steden: Dublin en Cork. De levensverwachting bij geboorte
bedraagt gemiddeld 74 jaar. Door de sterke emigratie is het platteland
steeds meer ontvolkt geraakt. Ruim 59% van de Ieren woont in steden. In
de agglomeratie Dublin woont een kwart van de totale bevolking. In de
jaren tachtig zijn door de grote werkloosheid en de slechte economische
toestand opnieuw veel Ieren geëmigreerd, vnl. naar Groot-Brittannië
(gemiddeld 19.000 per jaar).
1.2 Taal
Officiële talen zijn het Iers of Gaelisch (zie Ierse taal) en het
Engels. Slechts een kleine minderheid van de bevolking beheerst het
Iers, ondanks de pogingen van de regering het te stimuleren.
1.3 Religie
De godsdienst speelt in Ierland een zeer belangrijke rol. Dit komt
vooral tot uiting in de sociaal-politieke sfeer. Het verschil in
godsdienst was de voornaamste oorzaak van de tweedeling van het eiland
Ierland in de overwegend rooms-katholieke Republiek Ierland en het
overwegend protestantse Ulster. Ca. 92% van de bevolking van de
Republiek behoort tot de Rooms-Katholieke Kerk, die een grote invloed
uitoefent op het openbare leven, zeden en moraal (abortus is nog steeds
verboden en echtscheiding is pas sinds 1995 toegestaan), hoewel in dec.
1972 bij referendum de grondwettelijk bepaalde speciale positie van de
Rooms-Katholieke Kerk werd afgeschaft. De Rooms-Katholieke Kerk,
waarvoor net als voor de Protestantse Kerk, de tweedeling van het eiland
in twee politiek onafhankelijke delen zonder betekenis is, heeft in de
Republiek en Noord-Ierland 4 kerkprovincies, verdeeld over 4
aartsbisdommen en 23 bisdommen.

2. Bestuur en
samenleving
2.1 Staatsinrichting
Hoofd van de Republiek is de president, gekozen voor zeven jaar. Het
parlement (Oireachtas) bestaat uit twee kamers: het Huis van
Afgevaardigden (Dáil Éireann) en de Senaat (Seanad Éireann). De 166
leden van de Dáil worden via algemene verkiezingen gekozen, terwijl van
de 60 leden van de Seanad er 11 door de premier, en 49 door organisaties
op het gebied van cultuur, landbouw, industrie, arbeid en openbaar
bestuur worden aangewezen. Er is algemeen kiesrecht voor alle burgers
van achttien jaar en ouder.
2.2 Administratieve indeling
De republiek is verdeeld in 4 provincies (Leinster, Munster, Connaught
en Ulster), 26 counties (graafschappen) en 4 county boroughs (Dublin,
Cork, Limerick, Galway en Waterford).
2.3 Lidmaatschap van internationale organisaties
Ierland is lid van de Verenigde Naties en een aantal van haar
suborganisaties. Voorts is het lid van de Europese Unie (EU), de
Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), de
Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) en de Raad van
Europa.
2.4 Partij- en vakbondswezen
De belangrijkste politieke partijen zijn de Fianna Fáil (=
Noodlotskameraden; opgericht in 1926; aanhang vnl. onder oudere
republikeinen; liberaal-conservatief), de Fine Gael (= Schare van Gaelen;
opgericht in 1933; gematigd, christen-democratisch), de Labour Party
(opgericht in 1912; sociaal-democratisch; gelieerd aan de traditionele
vakbeweging) en de Progressive Democrats (opgericht in 1986; afsplitsing
van de Fine Gael, o.a. voor een lossere band tussen kerk en staat).
Hoewel deze partijen hereniging van de Ierse Republiek en Noord-Ierland
bepleiten, wijzen zij de methoden van het Ierse Republikeinse Leger
(IRA), dat met gebruik van geweld hetzelfde doel nastreeft, af. Sinn
Féin, opgericht in 1905, is de politieke arm van de IRA.
De Ierse Republiek kent vele vakbonden. Bij het overkoepelende Irish
Congress of Trade Unions (ICTU; opgericht in 1959) is 95% van alle
georganiseerden aangesloten.
3. Economie
3.1 Algemeen
Ierland is een arm land. Met een bruto nationaal product van US $ 13!630
per hoofd van de bevolking behoren de Ieren in 1994 tot de lagere
inkomensgroepen in Europa. Daarbij werden zij tot voor kort
geconfronteerd met een groeiende werkloosheid en een dalende koopkracht.
Maar door de vestiging van nieuwe (vooral buitenlandse) bedrijven en
uitbreiding van de bestaande, daalde de werkloosheid tussen 1988 en 1995
van 19 naar 12,8%. Vooral ten gevolge van een afnemende inflatie (1981:
20,4%; 1997: 2,7%) zien de Ieren sinds 1987 hun reële inkomen groeien.
Het positieve saldo van de betalingsbalans maakte het in 1987 mogelijk
te beginnen met de afbetaling van de buitenlandse schuld, die in 1987
ca. ƒ 75 miljard bedroeg en inmiddels geheel is afgelost. De industrie
levert 80% van de exportwaarde. Andere belangrijke bronnen van inkomsten
zijn: export van landbouwproducten, toerisme en EU-subsidies. Deze
laatste vormen 3% van het bnp.
3.2 Agrarische sector
De toetreding tot de EU en de EU-landbouwpolitiek hebben vooral in het
vruchtbare en goed begaanbare oosten en zuiden van het land tot
specialisatie en intensivering geleid, waardoor niet alleen
werkgelegenheid verloren ging, maar tevens het contrast met het ruige,
op extensieve schapenhouderij gerichte westen en noordwesten nog
verscherpt werd. In het zuidwesten en het zuidoosten wordt, ondanks een
relatief geringe agrarische beroepsbevolking, een veel groter deel van
de regio's in cultuur gebracht. Ca. 80% van het totaaloppervlak wordt
voor de landbouw gebruikt en daarvan driekwart als grasland. In de
akkerbouw worden vooral voedergewassen, gerst, aardappelen en
suikerbieten verbouwd. De veeteelt staat op een hoog peil, mede door het
vochtige zeeklimaat. Het grootste deel van de runderen is bestemd voor
exportvlees. Ongeveer 8% van het nationaal inkomen komt uit de
agrarische sector. Ca. 7% van het land was in 1996 met bos bedekt. De
regering stimuleert de herbebossing. De visserij is van weinig belang.
De binnenvisserij (zalm, forel en aal) is eveneens relatief onbeduidend,
maar trekt steeds meer (buitenlandse) sportvissers aan.
3.3 Mijnbouw en energievoorziening
In 1993 werden 193.700 ton zink en 44.600 ton lood gedolven. Verder
worden er zilver, koper en kwikzilver gedolven. Voor de zuidwestelijke
kust worden aardolie en aardgas gewonnen. Meer dan de helft van de Ierse
energieconsumptie wordt door aardgas gedekt, de rest door aardolie en
turf (elk ca. 20%) en hydro-elektrische installaties langs de rivieren
Shannon, Liffey, Lee, Erne en Clady (5 à 10%).
3.4 Industrie
In 1995 waren ca. 1000 buitenlandse ondernemingen (35% van het totale
aantal arbeidsplaatsen in de industrie) op het eiland gevestigd. Dublin
en Galway zijn de belangrijkste industriële centra. De industrie levert
o.a. elektronica en computeronderdelen, veredelde agrarische producten,
papier, machines, kleding, textiel (wol en linnen) en chemische en
farmaceutische producten (o.a. kunstmest).
3.5 Handel
Sinds 1985 heeft de Ierse handelsbalans een positief saldo. Daarnaast
zijn er inkomsten uit toerisme en andere diensten, overmakingen door
Ieren uit het buitenland, kapitaalinvoer en EU-subsidies. Na
Groot-Brittannië waren in 1994 de belangrijkste afnemers van Ierse
producten: Duitsland (13%) en Frankrijk (9%). De belangrijkste
importlanden waren - na Groot-Brittannië - de Verenigde Staten (18%) en
Duitsland (7%). De sector machinerie en transport was goed voor eenderde
van zowel de import als de export. Industriële consumptiegoederen waren
ook belangrijke importartikelen, terwijl vee en voedingsmiddelen
belangrijk waren voor de uitvoer.
3.6 Bankwezen
De uitgifte van bankbiljetten wordt verzorgd door de Central
Bank of Ireland (opgericht in 1943). Voorts onderscheidt men zgn.
associated banks (filiaalbanken met het karakter van depositobanken) en
non-associated banks: handels-, industrie- en buitenlandse (vooral
Noord-Amerikaanse) banken. Verder zijn er o.a. nog spaarbanken, een
openbare postspaarbank en bouwspaarkassen.
3.7 Verkeer
Alleen de grotere plaatsen zijn door spoorwegen verbonden (totaal
spoorwegnet bijna 2700 km); de exploitatie van secundaire lijnen is in
dit dunbevolkte land niet rendabel te maken. Voor het goederenvervoer
zijn de spoorwegen echter wel van groot belang. Busdiensten hebben een
belangrijk aandeel in het vervoer. Het wegennet omvat ruim 92!000 km aan
openbare wegen. De belangrijkste zeehavens zijn Cobh, Cork, Drogheda,
Dublin, Dundalk, Dun Laoghaire, Galway, Limerick en Rosslare. Ierland
heeft een eigen luchtvaartmaatschappij, de Aer Lingus-Irish
International Airlines. Er zijn vier internationale luchthavens: Dublin,
Shannon, Cork en Knock.
4. Toeristische
gegevens
De toeristische steden zijn Dublin en Killarney, wegens de meren in de
omgeving. Landschappelijk spectaculair zijn de steile, grillige kusten,
met afwisselend stranden. Cultuurhistorisch is Ierland interessant om de
prehistorische en Keltische overblijfselen. Uit de steentijd dateren:
ganggraven (o.a. Newgrange - enkele stenen zijn van geometrische reliëfs
voorzien - en Loughcrew, beide bij Tara), dolmens (bijv. Knockeen bij
Waterford); uit de bronstijd: steenkringen (bij Grange, Drombeg bij Leap);
uit de ijzertijd: hillforts, bestaande uit één of meer wallen op de top
van een heuvel (bij Tara; Staigne Fort bij Castle Cove) en promontory
forts, waarbij in zee uitstekende landtongen door een wal van het
vasteland werden geïsoleerd (bijv. Dunbeg en Ventry). Rijke
prehistorische gebieden zijn de Araneilanden, Kerry en de omgeving van
Lough Gur bij Adare met verschillende typen van de genoemde
megalithische monumenten en crannogs (door prehistorische mensen in
meren aangelegde terreinen, bestemd om huizen of andere nederzettingen
op te bouwen). Er zijn in Ierland ca. 300 stenen met inscripties in het
Ogham-schrift bewaard gebleven, o.a. bij Kilmalkedar. Op Dingle en
Skellig vindt men voorbeelden van de oudste Ierse huizen, clochans,
waarvan de vorm teruggaat tot vóór de jaartelling. De oudste kerken in
Ierland zijn rechthoekig, ca. 5,5 m hoog en nauwelijks langer; ze hebben
geen ramen en het (lessenaars)dak is van boven afgerond (twee kerkjes op
Skellig Michael; Gallarus Oratory bij Kilmalkedar, 8ste eeuw). Iets
groter is St. Kevens Kitchen (met torentje, bij Glendalough, 10de eeuw).
Uniek zijn de cloigtheaches, waarvan er ca. 80 bewaard zijn gebleven,
o.a. bij Ardmore. Eveneens typisch Iers zijn de high crosses, tot ruim 5
m hoge, stenen, vrijstaande kruisen met verhalende voorstellingen in
reliëf, waarvan er ca. 60 over zijn. Een fraai vroeg-christelijk
'ensemble' vindt men in Clonmacnoise (negen deels geruïneerde kerken,
twee cloighteachs, drie high crosses, vele grafkruisen, Ogham-stenen).
Vanaf de 10de eeuw deed zich romaanse invloed van het continent in de
Ierse bouwkunst gelden. Het oudste voorbeeld is Cormacs kapel (deels
ruïne) bij de burcht op de Rock of Cashel: met gedecoreerd portaal (op
het timpaan een reliëf van een centaur die op een leeuw jaagt). Van de
ca. 60 romaanse kerken zijn verder bezienswaardig: de kathedraal van
Ardmore (11de eeuw, deels ruïne, fraai gedecoreerde blinde arcaden) en
de kathedraal van Clonfert (ca. 11de eeuw) met het mooiste romaanse
portaal in Ierland (geometrisch versierde archivolten met daarboven een
hoog, driehoekig gevelveld met geometrisch gerangschikte menselijke
hoofden). Vanaf de 13de eeuw was de cisterciënzerbouwstijl met lokale
variaties dominant (Jerpoint Abbey bij New Ross, deels ruïne, eind 12de
eeuw, met kruisgang met antropomorf gebeeldhouwde pijlers; Kilcooly
Abbey ten zuiden van Roscrea, 1445 vv.; kloosterruïnes bij Roscommon,
ca. 1150).
Het oudste goed bewaard gebleven kasteel in Ierland is Trim Castle bij
Tara (12de eeuw), een Noormannen-burcht. Vanaf de 13de eeuw richtten de
Engelsen vele dwangburchten op; de best bewaarde zijn Bunratty Castle
bij Cratloe en dat te Adare. Van de door Engelsen gebouwde landhuizen
zijn te noemen: Ormond Castle in Carrik on Suir (16de eeuw), Adare Manor
en Castledown House in Celbridge (18de eeuw). Zie voorts Cork, Kilkenny,
Limerick, Waterford.
5. Geschiedenis
De eerste nationale vergadering van Ierland kwam in 1919 officieus
bijeen, maar pas op 6 dec. 1921 werd de Ierse Vrijstaat (Saorstát
Éireann) opgericht. Wegens enkele concessies weigerde de extremistische
vleugel van de Sinn Féin, geleid door Eamon de Valera, het verdrag te
ratificeren en verbood haar verkozenen in de nationale vergadering
zitting te nemen. De eerste jaren werden gekenmerkt door bittere strijd
en agitatie (door De Valera's nieuwe partij Fianna Fail). Desondanks
probeerden de Britten de Ieren gunstig te stemmen door een
nationalistisch gezinde als eerste gouverneur-generaal (Ierland had de
status van dominion) aan te stellen. Pas in 1927 nam Fianna Fail voor
het eerst deel aan de parlementaire werkzaamheden, tijdens het
kabinet-Cosgrave. In 1932 vormde De Valera zelf een Fianna Fail-kabinet,
dat onmiddellijk maatregelen nam tegen Groot-Brittannië. Een economische
oorlog ontspon zich, die tot in 1937 duurde. In dat jaar werd een nieuwe
grondwet van kracht, waarbij de naam van de staat werd veranderd in Éire.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef Ierland neutraal; reeds vóór de
oorlog dwong het de Britten hun marinebases te ontruimen. Na de oorlog
volgde een korte bloeiperiode als gevolg van het toerisme en de
sterlingreserves, tijdens de oorlog aangelegd. In 1949 (Republic of
Ireland Act) werden de laatste banden met het Gemenebest doorgesneden en
werd Ierland een republiek. De Valera, in 1948 verliezer van de
verkiezingen, keerde als premier terug in 1951 en 1957 en werd twee jaar
later president. In mei 1973 werd de protestant Erskine Childers tot
zijn opvolger gekozen; toen deze in nov. 1974 onverwachts overleed, werd
de voormalige voorzitter van het Hooggerechtshof, Cearbhall O'Dalaigh,
president. Deze trad in 1976 af naar aanleiding van de procedure rond
het van kracht worden van nieuwe wetten op het terrorisme. Patrick
Hillery werd zijn opvolger. De situatie in Noord-Ierland, waar de
tegenstellingen tussen rooms-katholiek en protestant sedert 1969 hoog
oplaaiden, had ook haar weerslag op de politiek in de Ierse Republiek.
Tegen de bevrijdingsbeweging IRA, die vanuit de Republiek opereerde,
werden wettelijke maatregelen genomen (1972). De toetreding tot de
Europese Gemeenschappen werd op 1 jan. 1973 een feit. Hillery werd in
1983 herkozen. In 1990 volgde Mary Robinson (Labour) hem op. Zij is de
eerste vrouwelijke president van de republiek. In 1992 trad premier
Haughey (na 5 jaar) af in verband met zijn betrokkenheid bij een uit
1982 daterend afluisterschandaal. Albert Reynolds volgde hem op. Na
verkiezingen in november, werd in jan. 1993 een coalitieregering gevormd
onder Albert Reynolds. Dat de grote invloed van de katholieke kerk
tanende was, bleek in 1992 toen in november de meerderheid van de Ieren
middels een referendum koos voor vrije informatieverstrekking over
abortus en de mogelijkheid abortus in het buitenland te ondergaan; het
toestaan van abortus in Ierland werd echter afgewezen. In maart 1995
keurde het parlement echter wel een wet goed die artsen en verplegend
personeel toestaat vrouwen te informeren over mogelijkheden tot abortus
in het buitenland. In 1993 stemde het Ierse Lagerhuis voor het toestaan
van homoseksuele handelingen tussen personen ouder dan 17 jaar en eind
1995 stemde een nipte meerderheid per referendum voor de mogelijkheid
tot echtscheiding.
In de kwestie Noord-Ierland wees Dublin, onder druk van de IRA, een plan
af voor ontwapening van de strijdende partijen onder toezicht van een
door de Verenigde Staten geleide internationale commissie. Eind nov.
1995 bereikten de Britse premier Mayor en zijn Ierse collega Burton
echter alsnog overeenstemming.
In 1996 had Ierland voor het vierde achtereenvolgende jaar de hoogste
economische groei in de EU.
Telefoongids Ierland
Postcodes
Ierland
|